Bruno Vanobbergen: ‘Ik zou graag zien dat we jeugdhulp beschouwen als een basisvoorziening’

0
60

Ze blijven hem raken en verontwaardigen: de verhalen van kinderen en jongeren in nood. Bruno Vanobbergen maakte naam als kinderrechtencommissaris. In 2019 stapte hij over naar Opgroeien, het Vlaams Agentschap voor kinder- en jeugdzorg. Hij wil af van het label ‘bijzondere’ jeugdzorg, want elke jongere heeft recht op zorg: ‘Ik wil kinderen heel graag van jongs af aan al een sterkere beschermlaag bieden.’ Zijn levensmotto haalt hij bij de joodse filosoof Martin Buber: de pijn wakker houden en het verlangen wekken. ‘Daarin komen de gevoeligheid om onrecht te blijven zien en de passie om daar wat aan te doen samen.’

Je bent nu anderhalf jaar algemeen directeur van het Vlaams Agentschap Opgroeien. Met welke uitdagingen ben je vooral bezig?

Opgroeien ontstond als een fusie van Kind en Gezin en Jongerenwelzijn. Ik neem veel tijd om van die twee organen één entiteit te maken. Dankzij die samenvoeging is er zowel inhoudelijk als strategisch kruisbestuiving mogelijk. Ervoor zorgen dat die samenwerking er ook komt, is een van mijn voornaamste doelstellingen. Natuurlijk – en gelukkig – is dat niet alleen mijn verantwoordelijkheid, maar schrijven we met heel veel mensen samen aan het verhaal van Opgroeien.

Ik zou graag zien dat gezinnen, scholen en kinderopvang jeugdhulp beschouwen als een basisvoorziening.

Daarnaast vind ik het van groot belang dat jeugdhulp zoveel mogelijk genormaliseerd wordt. Nu wordt die interventie te vaak geproblematiseerd. We noemen het aanbod trouwens nog altijd ‘bijzondere’ jeugdzorg. Ik zou graag zien dat bijvoorbeeld gezinnen, scholen en kinderopvang jeugdhulp beschouwen als een basisvoorziening. Het zou mooi zijn als iedereen die met kinderen en jongeren in contact komt snel de stap naar jeugdhulp zet als ze denken dat daar nood aan is.

Daarom droom ik vooral van meer samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp. Samen kunnen we meer kinderen ‘aan boord houden’. Problemen worden soms al duidelijk in de kleuterklas. Als we van bij dat prille begin interveniëren, kan dat heel veel betekenen voor het verdere traject van die jonge kinderen en hun familie.

Welke kwaliteiten helpen je in jouw werk?

Van nature ben ik sterk positief georiënteerd. Dat helpt mij om de verschillende tradities en culturen in de verschillende sectoren te begrijpen. Ik wil graag dat die meer met elkaar samenwerken, dat we onze gedeelde verantwoordelijkheid zien en van daaruit onze eigen taken opnemen.

Als kinderrechtencommissaris heb ik geleerd hoe belangrijk het is om bruggen te bouwen tussen verschillende organisaties en mensen. Ik denk dat ik als een bruggenbouwer bekend sta. Die kwaliteit geeft me krediet bij mijn gesprekspartners. Ze weten dat het mij niet gaat om gelijk krijgen, ik zoek vooral hoe we beter kunnen samenwerken.

Door die positieve aanpak lukt het mij vaak om mensen mee te krijgen in een gezamenlijk verhaal. Het nadeel van die insteek is dat ik soms te weinig opmerkzaam ben voor de negatieve gevoelens die bij mijn mensen spelen. Misschien zie ik te snel veel mogelijkheden en kansen en te weinig wat mensen als bedreigend kunnen ervaren.

Van welke issues lig je – bij wijze van spreken – wakker?

Het gebeurt soms dat ik letterlijk wakker lig van de zaken die ik te horen krijg. Zo hebben bijvoorbeeld steeds meer kinderen en jongeren nood aan gespecialiseerde zorg. Ook in andere landen zie je een gelijkaardige stijging in de hulpvraag. Dan is het bijzonder frustrerend als ik merk hoe schaars onze middelen zijn om die jongeren weer in hun kracht te zetten. Soms is het gewoon niet bij te benen. Terwijl ik dan denk: als we meer investeren in basishulp – dus al bij heel jonge kinderen – dan zouden de problemen minder escaleren en komen ze als jongeren minder in die carrousel van de hulpverlening terecht. Ik wil hen heel graag van jongs af aan al een sterkere beschermlaag bieden.

Hoe ga je om met moeilijke momenten?

Gelukkig kan ik rekenen op mijn vertrouwenspersonen, zowel op het werk als in mijn familie en vriendenkring. Dat vind ik zeer belangrijk én nodig. Zij hebben elk hun eigen expertise, met hen kan ik mijn moeilijkheden delen. Samen komen we tot andere en betere oplossingen dan diegene die ik op mijn eentje zou bedenken.

schrijnende situaties blijven me aangrijpen. Dat hoort ook zo, want elke mens en elk kind moet tot zijn recht komen!

Daarnaast zoek ik vaak de stilte op. In de stilte vind ik makkelijker de juiste woorden om uit te drukken hoe ik me voel en hoe ik de situatie ervaar. Als ik bijvoorbeeld geconfronteerd word met verhalen van kinderen op de vlucht, raakt me dat diep. Ik voel dan een mengeling van kwaadheid en medeleven. Ik wil dat hun situatie erkend en herkend wordt. Als kinderrechtencommissaris kroop ik regelmatig in mijn pen om opiniestukken te schrijven. Ook privé schrijf ik dingen van me af. Ik vind het namelijk een hele uitdaging om een goede balans te vinden tussen afstand en nabijheid. Schrijnende situaties blijven me aangrijpen en triggeren. Dat hoort ook zo, want elke mens en elk kind moet toch tot zijn recht komen! Om dat te bereiken, wil ik altijd een stap verder gaan. Ik vraag dat vaak ook van mijn naaste omgeving. Ik wil er staan en er zijn als ik er moet staan en zijn.

Vanwaar komt jouw drive om je al decennia lang in te zetten voor jongeren?

Ik denk dat de kiem gelegd is aan de universiteit, meer dan 15 jaar geleden, toen ik werkte aan mijn doctoraat. Ik vond dat de manier waarop over kinderen en jongeren werd gepraat niet oké. De focus lag veel te veel op fouten, problemen en lasten, in plaats van op hun krachten, mogelijkheden en bovenal op hun subject zijn.

Kinderen botsen veel te vaak op obstakels. Denk bijvoorbeeld aan armoede, migratie en handicaps.

Als kinderrechtencommissaris kon en wilde ik niet aanvaarden dat kinderen in precaire omstandigheden moeten leven en niet voluit kunnen deelnemen aan de maatschappij. Kinderen botsen veel te vaak op obstakels. Denk bijvoorbeeld aan armoede, migratie en handicaps. Die situaties van onrecht stuiten mij tegen de borst en zetten mij aan om in actie te komen.

Kreeg je die drive ook van thuis mee?

Mijn ouders waren – en zijn nog steeds – enorm betrokken op de maatschappij, vooral vanuit een christelijke inspiratie. Mijn vader is tandarts. Hij koos altijd voor ‘maatschappelijke tandheelkunde’, omdat hij vindt dat iedereen recht heeft op toegang tot de goede zorgen van een tandarts. Zelf was ik eigenlijk een beschermd kind. Ik kwam niet in contact met kinderen en jongeren in kwetsbare situaties. Of ik zag het gewoon niet.

Aan de universiteit verdiepte ik me wetenschappelijk in de thematiek, maar als kinderrechtencommissaris nam ik een sterk en concreet engagement op om iets te veranderen aan die toestanden van onrecht. Op die plek heb ik mijn kritische zin tegenover de manier waarop onze maatschappij is georganiseerd nog aangescherpt. Ik ben toen ook meer gaan inzetten op een structurele aanpak, terwijl ik voordien vooral emotioneel en relationeel reageerde.

Wat was jouw grote droom als kind of als tiener voor jezelf en voor de wereld?

Eerlijk gezegd was ik daar als jongere niet zoveel mee bezig. Ik was een zeer verlegen kind en als tiener eerder een observerend type. Aan de universiteit ben ik mondiger en meer extravert geworden. Daar voelde ik me opgeroepen om zelf verantwoordelijkheid op te nemen.

Omdat je geïnspireerd werd door je professoren?

Inderdaad. Als achttienjarige was ik sterk onder de indruk van filosoof Jaap Kruithof. Hoe die een publiek kon toespreken, dat had ik nog nooit gezien en meegemaakt! Zo vrank en vrij! Ook mijn professor Marc Spoelders die ik leerde kennen aan de faculteit pedagogische wetenschappen heeft grote indruk op mij gemaakt. Allebei onderstreepten ze dat je je plaats moet durven innemen, dat je voor jezelf en anderen moet opkomen en dat je moet ageren tegen de ongelijkheid in de maatschappij.

Mijn persoonlijkheid evolueerde naar meer extraversie, naar meer publiek leiderschap. Die ontwikkeling kwam heel natuurlijk, het kostte mij weinig geworstel om die rol op te nemen. Blijkbaar heb ik een aantal jaren moeten rijpen om bagage op te doen zodat ik daarna met gestoffeerde en gefundeerde ideeën kon komen.

Welke levenshoudingen vind je belangrijk?

Kunnen en willen luisteren, proberen begrijpen wat iemand wil zeggen, vind ik in alle levensdomeinen ontzettend belangrijk. Toon interesse voor wat anders is, voor wie anders is. Treed buiten jouw homogene omgeving. Zelf kon ik reizen naar verre landen. Daar heb ik situaties gezien die ik nooit had kunnen bedenken. Die ervaringen maakten van mij een ander mens.

Geef eens een voorbeeld?

Op mijn 22ste liep ik stage in Tanzania. Ik gaf wiskunde in het Engels, maar dat werd vertaald naar het Kiswahili. Zo leerde ik hoe essentieel je moedertaal is in het onderwijs. Pas als je vertrekt vanuit de eigen taal en cultuur van kinderen, kan onderwijs echt vruchten afwerpen. Dat willen en kunnen erkennen, is belangrijk in het realiseren van emancipatie en een grotere gelijkheid.

Pas als je vertrekt vanuit de eigen taal en cultuur van kinderen, kan onderwijs echt vruchten afwerpen.

Ik leerde ginder ook de schoonheid van de natuur echt zien. Als je de kans hebt om op vele plekken te komen, ga je die wijze van kijken naar je omgeving ook internaliseren. Het wordt een manier van zijn.

Ik denk ook aan de manier waarop mensen soms kijken naar vluchtelingen die hun kinderen meenemen op die gevaarlijke tochten of hen zelfs vooruitsturen. Hier in het Westen vragen we ons dan af: houden die ouders wel het belang van hun kinderen voor ogen? Maar de realiteit is veel complexer en rijker. Die ouders laten hun kinderen vaak zeer vroeg los om hen op die manier toekomstmogelijkheden te bieden die ze in hun land van herkomst totaal niet hebben.

Welke rol speelt zingeving in jouw leven?

Zingeving is zeer belangrijk. Durven praten over moeilijk bespreekbare thema’s met je vrienden, met je gezin en met je collega’s ervaar ik als essentieel. Vanuit die kwetsbaarheid kun je leren hoe je in het leven staat. Je zet dan als het ware een stap verder dan de mogelijkheid om elkaar te kwetsen. Je verkent met elkaar die permanente zoektocht hoe je een goed mens kunt zijn. Hoe ga je om met je vrijheid? En met je verantwoordelijkheid? Hoe zoek je je eigen plek zonder jezelf centraal te stellen? Om daarop antwoorden te vinden, is dialoog cruciaal. Kinderen zijn daarin trouwens je spiegel, ze confronteren je voortdurend met jezelf.

Wat is de belangrijkste levensles die je aan jongeren wil meegeven?

Mijn levensmotto haal ik bij de joodse filosoof Martin Buber: de pijn wakker houden en het verlangen wekken. ‘De pijn wakker houden’ verwijst naar de gevoeligheid om onrecht te blijven zien. ‘Het  verlangen wekken’ gaat over de passie om daar wat aan te doen en je dus daadwerkelijk te engageren. Als kinderrechtencommissaris was ik er intens van doordrongen dat menselijke waardigheid het hoogste goed is. Daarom is pesten zo verschrikkelijk en moeten we ertegen ingaan.

Als kinderrechtencommissaris was ik er intens van doordrongen dat menselijke waardigheid het hoogste goed is.

De menselijke waardigheid respecteren doe je ook door zorgvuldig je taal te kiezen. Op welke manier spreken we in de jeugdhulp en in de Geestelijke Gezondheidszorg over kinderen en jongeren? Woorden hebben kracht, ze sturen je innerlijke houding en je uiterlijke actie. Menselijke waardigheid uit zich niet alleen in taal, maar ook in respect voor de integriteit van mensen op alle vlakken: seksueel, fysiek, moreel, … En die waardigheid geldt natuurlijk niet alleen voor kinderen en jongeren, maar evenzeer voor volwassenen en ouderen, voor absoluut iedereen.

Welk spoor wil je achterlaten voor je kinderen, familie, vrienden en de brede maatschappij?

Ik wil heel graag dat iedereen in vrijheid zijn of haar eigen spoor kan bewandelen. Daarnaast probeer ik het motto van Martin Buber ‘de pijn wakker houden en het verlangen wekken’ voor te leven, en op die manier probeer ik het ook door te geven.

Interview: Redactie MagaZijn
Coverfoto © Marco Mertens voor Viewz’ 

Boeiend artikel? Help ons zin te geven en te delen:

Dank je wel!

Heb ook jij een hoopvol en zingevend verhaal? Stuur het ons via info@magazijn.community!
Wie weet, kom ook jij in het MagaZijn van de zin!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here