Hoofd Agentschap Zorg en Gezondheid Dirk Dewolf: ‘Gebrek aan zingeving is een risicofactor voor mentale gezondheid’

1
17
© Dirk Dewolf

Hij droomde voor zichzelf een idealistische combinatie van Albert Schweitzer en Indiana Jones. Het werd uiteindelijk een carrière bij de overheid. Vandaag leidt Dirk Dewolf het Agentschap Zorg en Gezondheid, dat tijdens de coronacrisis in zwaar weer terechtkwam. Toch vindt hij dit een fantastische job: ‘We hebben het voorrecht elke dag aan het welzijn van onze bevolking te werken.’

Sinds 1987 werkt Dirk Dewolf voor de Vlaamse Overheid. Dat was bij aanvang geen weldoordachte, maar een voorlopige keuze. Toen hij in 1983 afstudeerde, was er namelijk een overschot aan artsen. Hij koos voor de specialisatie tropengeneeskunde, nadien jeugdgezondheidszorg en arbeidsgeneeskunde. Hij werd deeltijds schoolarts en deeltijds ziekenhuisinspecteur. Die laatste functie was het begin van een lange carrière bij de overheid. Gaandeweg werd hij steeds meer betrokken bij beleidsvoorbereidend werk voor de gezondheidszorg in Vlaanderen. Sinds 2014 mag hij zich administrateur-generaal van het Agentschap Zorg en Gezondheid van de Vlaamse Gemeenschap noemen.

Het Agentschap Zorg en Gezondheid valt onder de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Daarnaast heb je het federale niveau. Er zijn besprekingen gestart voor een nieuwe staatshervorming. Die wil de bevoegdheden meer homogeniseren want de bevoegdheidsverdeling is nu te ondoorzichtig. Toch is dat niet de voornaamste reden waarom het tijdens corona moeilijk liep. Het grootste probleem was dat de traditionele crisisstructuren en -aanpak sterk op kortdurende crisissen gericht zijn. Corona is een langdurige epidemie en dat zorgde in alle landen voor problemen. De overheid kreeg veel kritiek, maar zelf vind ik dat we met de snelle vaccinatiecampagne goed gewerkt hebben.

Wat houd je op dit ogenblik bezig?

De Vlaamse gezondheidszorg! Ik zeg altijd aan onze medewerkers: ‘Wij hebben het enorme voorrecht dat we elke dag aan gezondheidswinst voor onze bevolking mogen werken. Dat is eigenlijk een luxepositie. Ook al verdienen we minder dan in de privé, we moeten ’s morgens nooit opstaan met de vraag of we wel met zinvolle zaken bezig zijn.’ Ik ervaar het als een heel nobel en ethisch zwaarwichtig motief om eraan mee te werken. De collega’s zijn zeer gedreven. Dankzij onze onderlinge cohesie zijn we doorheen de crisis geraakt.

Ook al verdienen we minder dan in de privé, we moeten ’s morgens nooit opstaan met de vraag of we wel met zinvolle zaken bezig zijn.

We kregen het hard te verduren in de media. Ik beschouw dat fenomeen  als een groepspsychologisch mechanisme: als mensen radeloos worden, dan krijgt de overheid de schuld! Tenminste toch in democratische landen (lacht). We zijn er met ons team sterker uitgekomen, maar het was inderdaad erg zwaar: we hadden met zware logistieke problemen te kampen, er waren onvoldoende mondmaskers en testen, en we moesten overal op zoek naar materiaal. Het was bijzonder hard, zeker in de woonzorgcentra.

Zijn er speciale momenten die je bijblijven?

Zeker! Zo kreeg ik tijdens een wandeling op Pasen telefoon van de minister: de begrafenisondernemers in Sint-Truiden konden niet meer volgen vanwege de oversterfte… Dan voel je je zo onmachtig, ook wanneer men het beste geeft van zichzelf. Dat heeft er toch wel ingehakt. En al die mensen in je omgeving die overlijden, dat is heftig. Het was dan ook een grote opluchting toen de vaccins beschikbaar waren en we eindelijk iets preventiefs op grote schaal konden doen.

Onze gezondheidszorg is nochtans zeer goed…

Inderdaad, dat is zo. Maar we moeten zelfkritisch blijven. Zo is er in Turnhout een volledige patiëntenstop bij huisartsen. We zitten met nieuwe problemen van toegankelijkheid in de eerstelijnszorg. Ook stellen teveel mensen medische zorg uit.

Wat zijn volgens jou de grootste uitdagingen?

Aan de ene kant denk ik aan de veroudering van de bevolking. Daardoor lijden mensen aan meerdere aandoeningen tegelijk en is het belangrijk om hun levenskwaliteit op peil te houden, omdat genezen vaak niet meer kan. Het is belangrijk dat we meer streven naar een integrale aanpak van complexe aandoeningen, met verschillende disciplines tegelijk.

Dirk Dewolf: ‘Als je leven enkel uit sociale media bestaat, kan dat vereenzaming in de hand werken.’

Aan de andere kant vraagt de mentale gezondheid van jongeren en actieve bevolking onze zorg, want die gaat echt niet de goede kant uit. We maakten, bijvoorbeeld, als Agentschap een overeenkomst met de media om telkens wanneer suïcide aan bod komt het nummer van de hulplijn te melden. Die aanpak is succesvol, maar het probleem blijft reëel. Als je leven enkel uit sociale media bestaat, kan dat vereenzaming in de hand werken, terwijl we allemaal weten en ervaren dat momenten van geluk collectieve momenten zijn.
Bovendien heerst op sociale media een gebrek aan respect en hoffelijkheid.

Hoe komt het dat mentale gezondheid zo’n probleem is?

De oorzaak ligt uiteraard altijd bij verschillende factoren. Stabiele relaties ontbreken vaak. Zelf denk ik dat gebrek aan zingeving en spirituele armoede mensen sneller negatief doen kantelen. Gebrek aan zingeving is zeker een risicofactor voor mentale gezondheid.

gebrek aan zingeving en spirituele armoede doen mensen sneller negatief kantelen.

Het is moeilijk om daar als Agentschap over te spreken omdat zingeving als een private zaak wordt beschouwd en als overheid ben je neutraal. Het zou ons niet in dank afgenomen worden als we religieuze activiteiten zouden propageren. Als we het wetenschappelijk zouden kunnen onderbouwen, dan zou dat politiek misschien wel aanvaardbaar zijn.

Wat was als kind jouw droom voor de wereld?

Als kind was ik vrij timide en fysiek niet sterk. Met de leeftijd nam mijn zelfvertrouwen wel toe, ik had het gevoel iets te kunnen doen in en voor de wereld. Ik was in het toenmalig Sint-Jozefscollege heel geïnspireerd door de getuigenissen van leerkrachten die missionaris waren geweest: die gaven ons de bezieling mee dat je de wereld kon doen vooruitgaan. Geneeskunde was als arbeiderszoon geen vanzelfsprekende keuze. Ik omarmde toen het dokter Schweitzer-ideaal: als tropenarts mensen helpen.

Congolese geneeskundestudenten drukten mij met de neus op de feiten: ‘Wat komen jullie hier eigenlijk doen?’

In 1982 trok ik als stagiair naar de Kivu-streek in Congo. Ik kwam er midden in een epidemie van bloedige dysenterie terecht. Er stierven wel tachtig mensen per dag! Dat waren beelden uit de hel: mensen lagen in grote hangmatten te sterven. Ik kwam daar tot het besef dat Congo zijn eigen artsen kon opleiden. Congolese geneeskundestudenten drukten mij met de neus op de feiten: ‘Wat komen jullie hier eigenlijk doen?’ Die vraag heeft mij gedesoriënteerd en mijn oorspronkelijke droom doen verdwijnen. Dat was een moeilijke periode. Als je me vraagt wie mijn idool is, dan hou ik het bij een soort kruising tussen dokter Schweitzer en Indiana Jones: avontuurlijk, rechtvaardig en gedreven.

Je uit jezelf ook als christen?

Ja, toch wel. Geloof is en blijft voor mij het aannemen van een overlevering. Weet je wat mij erg stoort in deze tijd? Dat zaken die je wetenschappelijk niet kan aantonen, verondersteld worden om ook niet te bestaan. Dat is wel een heel simplistische reductie van het menselijk denken!

je kunt een intellectueel gezelschap makkelijk shockeren door te vertellen dat je praktiserend katholiek bent.

Vroeger was het de kerk die de wetenschap aan banden legde, nu dreigt het omgekeerde. Geloof en wetenschap hoeven elkaar toch niet te bekampen? Soms amuseer ik me wel: je kunt tegenwoordig een intellectueel gezelschap makkelijk shockeren door te vertellen dat je praktiserend katholiek bent. Het wordt dan even stil. Twijfel hoort natuurlijk onlosmakelijk bij het geloof.

Wat vind je het belangrijkste thema in het geloof?

De sleutelvraag van religie voor mij is: kan de dood overwonnen worden? Dat is voor mij de kern van mijn christelijk geloof: de verrijzenis. Het perspectief op een leven dat het aardse overstijgt, is een bron van vreugde. Het helpt ook om situaties beter te aanvaarden. Ik vind dat Rik Torfs gelijk heeft: je kunt geloof niet reduceren tot moraal. Als het dat maar is, voldoet geloof niet aan je spirituele behoefte. Het mag natuurlijk geen ritualisme zijn, maar rituelen vind ik wel zeer rustgevend. Ze drukken iets uit wat je niet met woorden kunt zeggen.

Verrijzenis is niet het makkelijkste geloofspunt. Ook vele christenen hebben hier moeite mee …

Als ik de verrijzenis loslaat, blijft alleen de moraal over, maar die kan ik elders ook vinden. Ik kan niet wetenschappelijk zeker zijn van de verrijzenis, maar ik ben wel bereid om het aan te nemen, ook al kan ik mij daarvan amper een voorstelling maken. Er moet een voltooiing zijn.

Hoe zie jij lijden en dood in verhouding tot de goede God?

Dat is uiteraard de moeilijkste vraag. Komt God rechtstreeks tussen? Kwaad en lijden blijven bestaan bij de homo sapiens. Er kan morgen een meteoor komen die alle leven wegveegt en plaats maakt voor een nieuwe vorm die misschien intelligenter is dan de onze. We overschatten onze intelligentie nogal eens. Uiteindelijk weten we niet veel en kan alles snel verdwijnen. Maar net daarom is verrijzenisgeloof zo belangrijk: alles komt uiteindelijk wel goed.

Hoe zie je de relatie tussen gezondheid en religie?

In principe is er een positieve relatie tussen gezondheid en religie. Geloof is een positieve determinant. Denk aan tot rust komen maar ook aan gericht zijn op anderen. Die houdingen zijn bronnen van geestelijke rijkdom die ervoor zorgen dat de optelsom voor mentale en fysieke gezondheid een positieve uitkomst heeft.

Je zou dus met het agentschap religie moeten promoten?

Daar zeg je wat! (lacht) We zouden dan wel meer in wetenschappelijk onderzoek naar dit verband  moeten investeren.

Wat zou de Kerk kunnen betekenen voor onze samenleving?

Ik denk dat jongeren wel belangstelling hebben voor de christelijke boodschap. Ik zie bij hen niet echt een afwijzende houding. Zorgpastoraal vind ik heel belangrijk. Mensen hebben in moeilijke situaties behoefte om met iemand te praten.

Dirk Dewolf: ‘Je mag wel respect vragen voor de Kerk die het goed meent met de samenleving.’

Ook rituelen zijn troostend. Die moet je echt behouden! De Kerk mag gerust wat meer zelfvertrouwen hebben. Sinds de pedofilieschandalen vindt ze het moeilijk om de rug te rechten, maar je mag echt wel respect vragen voor de Kerk die het goed meent met de samenleving. Ze is heel toegankelijk en open voor iedereen. Als je de Kerk wegneemt, krijg je een heleboel nieuwe problemen.

Je bent zelf CD&V’er. In die partij loopt het vandaag niet makkelijk. Hun maatschappelijk model slaat blijkbaar niet meer aan?

De Kerk was vroeger het sociologische cement om mensen van verschillend sociaal pluimage te verenigen in eenzelfde partij achter een evangelisch geïnspireerd programma. Vanuit socialistische en liberale hoek werd voortdurend tegen de Kerk geknokt. Ze had dus een duidelijke identiteit. Datzelfde geldt voor de CD&V: het is een waardenpartij. Ik vind dat de partij best wat vechtlustiger mag zijn. De religieuze uitzendingen op de publieke omroep vind ik bijvoorbeeld heel belangrijk voor oudere en minder mobiele personen, terwijl daar in de politiek wat meewarig over gedaan wordt. Dat is jammer. Je voelt de intellectuele koudwatervrees om over religie te praten. Die is nochtans niet nodig.

Wie inspireren jou, naast Indiana Jones en Albert Schweitzer?

Mahatma Gandhi vind ik zeer inspirerend! Je moet echter niemand op een pedestal zetten, want iedereen heeft zijn gebreken! Winston Churchill vond ik ook een bijzonder mens.

Wat wil je nog realiseren?

Ik werk mee aan de voorbereiding van een volgende staatshervorming, aan een congres over ouderenzorg in het najaar, aan de vaccinatiecampagne in de herfst tegen covid19 en aan de herstructurering van ons agentschap. Daarnaast wil ik graag onze zorggebruikers en mantelzorgers in woonzorgcentra meer aan het woord laten. Daarom zijn we van plan een digitaal platform voor hen uit te bouwen.

Hoe zie je de financiering van de gezondheidszorg in de toekomst?

We staan voor een transformatie van het systeem: we willen middelen verschuiven naar de eerstelijnszorg en naar de preventie. We willen evolueren van solistische praktijken naar meer integratie van de disciplines. Dankzij die samenwerking krijgen mensen de beste zorgen. Er moet ook meer transparantie komen en tenslotte willen we de grote problemen door tekorten aan zorgverstrekkers verhelpen.

Hoe ziet je leven eruit na je pensioen?

Dan houdt de afgesproken vorm van tijdsbesteding op en begint een andere… Ik speel met de idee om te voet naar Rome te gaan. Dat lijkt me een echt avontuur! Ik wil ook graag nog studeren: filosofie en religiewetenschappen boeien me wel. En daarnaast: geschiedenis, literatuur, reizen begeleiden voor mensen die het niet breed hebben. Natuurlijk wil ik ook even van de vrijheid proeven, want ik ben al gedurende vijftien jaar continu oproepbaar…

Hoe zal de corona-epidemie volgens jou verder evolueren?

Laat ons hopen dat de combinatie van natuurlijke immuniteit en vaccinaties ons sterker zal maken. Er kunnen natuurlijk altijd varianten opduiken die het feestje verstoren…

Welk spoor wil je graag nalaten?

Als het lukt om aan de kinderen en kleinkinderen enkele waarden na te laten, is dat al veel. Ik wil ooit graag eens opschrijven hoe het leven voor mij was. In mijn familie – zoals in de meeste families – is weinig bekend over de verdere voorouders en dat mis ik wel. Hun verhalen hebben mij altijd geboeid.

En hoe zie je het leven na de dood?

Als de momenten in je leven waarop je je het meest gelukzalig voelde, en dat dan in de overtreffende trap.

Daar gaan we voor!

Interview: Johan Van der Vloet
Alle foto’s © Dirk Dewolf

Boeiend artikel? Help ons zin vinden en zin delen:

 Dank je wel!

1 REACTIE

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here