Home Mensen Levenskunstenaars De straat is een reuze(n)plek!

De straat is een reuze(n)plek!

0
De straat is een reuze(n)plek!

Deze cursiefjes zijn geschreven beelden van oma Bibi die op haar kleinkinderen past en telkens zo ontroerd is dat ze over hen MOET schrijven … 

Teder betast Joanna mijn ogen en wangen, terwijl ik op ooghoogte hurk om haar schoenen vast te maken. Ze ruikt naar betterfoodkoek. Daarnet zag ze in de spiegel van de badkamer hoe ik mijn ogen lijnde met blauw, mijn gezicht schminkte met een bruine teint en rode blush. (Zij wou ook, en nu heeft ze een rode streep op haar ene wang.) Nu wil ze nog eens voelen, dat blauw, dat rood, terwijl ze me aankijkt met haar typische doordringende ernstige blik. Alsof ze die waarheid nog eens wil checken, namelijk dat Bibi gekleurd poeder aanbrengt op haar gezicht.

In haar hand houdt ze twee speelgoedbriefjes van tien euro vast en een oude portefeuille, waarmee ze mee met mij naar de winkel gaat. De portefeuille en de rits die open en dichtgaat, geeft ze vlug terug , want daar kan ze niets mee aanvangen tijdens het stappen, voor, naast of achter de buggy, waar ze liefst niet in wil. De twee briefjes zwaaien mee, als ze trappen van huizen oploopt, rond een boom draait, of kinderen met een geel hesje ziet oversteken.

Ontroerend, hoe jonge kinderen zo lang kunnen kijken, en kinderen zo aantrekkelijk zijn voor hen.

‘Het is hier voetgangersexamen’, vertelt een ouder van de nabije school me. ‘We staan hier met acht rond oversteekplaatsen en moeten controleren of de kinderen voorzichtig oversteken, want het is hier een gevaarlijke weg.’ En inderdaad, om de halve minuut zien we een lagere schoolkind met geel hesje aankomen die dan een eindje verderop oversteekt op een zebrapad na zorgvuldig links en rechts kijken. Dat doet Joanna nog niet, hoewel ze zich goed bewust is van de stoep als grens. Zij volgt het kind met fluo eerst voor zich, dan draait ze zich om, om de verdere voortgang te volgen, tot het kind uit haar zicht verdwenen is. Zo ook met de volgende, alsof zij de verkeersinspecteur is. Ontroerend, hoe jonge kinderen zo lang kunnen kijken, en kinderen zo aantrekkelijk zijn voor hen.

Bij elke trap of verhoog, kijkt ze naar mij en vraagt met een hoge stem: ‘Hier?’ ‘Hier’ is toestemming vragen. ‘Hier’ is een muurtje als afgrenzing van een voortuin, een trap, een buis als parkeerafbakening, de boord rond een boom. Een paar weken geleden, liep ze in voortuinen terwijl ik het haar verbood. ‘Joanna!’ riep ik boos. ‘Kom terug, je mag daar niet in.’ Ze keek me toen ernstig aan en bleef lekker staan. Nog eens en nog eens. Tot ik de vlucht vooruit nam, en ze achter me kwam aanlopen. Nu is het koppigheidsstaartje er helemaal af en is het leuk met haar te verkennen wat op en af kan. ‘Hier?’ Waar kan ik springen? Waar kan ik mijn evenwicht oefenen? Waar kan ik rond draaien? Waar kan ik even rustig zitten? Op een lage elektriciteitsdoos bijvoorbeeld.

Terwijl we fijn stof proeven, kijkt ze naar de zoevende auto’s, een dikke lange bus en bestelbusjes. Ze wijst en roept ‘Oooh!’, alsof ze naar een reuzenparade kijkt vanop haar kleine troon. Voor dit plattelandskind, die vooral loeiende koeien, blaffende honden, tjilpende vogels, kakelende kippen en af en toe een tractor hoort, is zo’n straat met druk verkeer een kakafonie van jewelste die zich tot meters boven haar kleine figuur afspeelt. Als we voorbij werken komen schermt ze haar oren spontaan af. Toch blijft ze minutenlang staan om het gevaarte van kabels en buizen in een diepe put te overschouwen.

Op de grond ligt een Starbucks kartonnen beker met een plastic deksel en rietje. ‘Oei’, roept ze. ‘Oei!’ is wat valt, wat afwijkt, wat fout is. Joanna raapt spontaan de beker op. En ook ander afval dat ze overal vindt. Zo ging het vroeger ook met Louisa, die keer op keer een afkeurende blik wierp: ‘Wie zou dat nu op de grond hebben gegooid? Een meneer? Een kindje?’ Mijn dochter en schoonzoon, wandelen elke maandag (op hun vrije dag) met Joanna in de natuur. Ze vertellen me dat ze dan ook afval rapen en in een zak steken. Joanna helpt daarbij. Wat een cadeau, zo’n ouders!:)

’s Middags geraakt Joanna niet in slaap, misschien wel overprikkeld? Ik reik haar het boekje aan van ‘Willie en de gele kar’ die op elk blad een dier uitnodigt om in zijn kar te zitten. Op het einde zit zijn kar vol en kan de dikke beer er niet meer bij. Ik hoor Joanna in bed brabbelend vertellen en bij het draaien van elke bladzijde luid ‘ja, kar!’ roepen. Haar zacht brabbeltaaltje met duidelijke woorden tussen in, klinkt als ‘brabbelmoes’.

Sappig brabbelmoeskindje, jij, Joanna! Jij mag mee in en naast en voor en achter mijn kar!

Tekst: Brigitte Puissant
Foto’s © Brigitte Puissant

 

Boeiend artikel? Help ons zin vinden en zin delen:

 Dank je wel!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here