zaterdag, september 19, 2020

‘Corona kost ons minstens twee jaar om de ongelijkheid in het onderwijs weg te werken.’

De corona-crisis heeft een diepe bres geslagen in de leerloopbaan van 1,2 miljoen Vlaamse kinderen. Ides Nicaise, hoogleraar Onderwijs en Samenleving bij de Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen aan de KU Leuven en gespecialiseerd in ongelijkheid in het onderwijs, meet de schade. ‘Het gevaar is dat de sociale ongelijkheid in ons onderwijs ‘ontploft’, omdat een aantal groepen ouders en leerlingen onmogelijk op korte termijn kunnen deelnemen aan afstandsonderwijs.’

Hoe erg is het allemaal?

Moeilijk in te schatten: aan de ene kant hebben alle betrokkenen zich ingespannen om kinderen thuis een ‘onderhoudsdosis’ leerstof aan te bieden. Aan de andere kant is het mentale welzijn van veel kinderen zodanig aangetast dat ze hun schooljaar het best overdoen. De maand juni diende – in het beste geval – om het vertrouwen en leerklimaat te herstellen. Toch is het ondenkbaar dat kinderen vanaf nu opnieuw op een normaal tempo leren. Een derde tot de helft van een schooljaar is verloren gegaan.

De schok van de covid-19-pandemie legt ook een diepe digitale kloof bloot. Die valt niet toevallig samen met een sociale kloof. Geen enkele belanghebbende in het onderwijs was hierop voorbereid: zeker niet de sociaal kwetsbaarste groepen, maar ook niet de leerkrachten, de scholen en koepelorganisaties, en evenmin de overheid. Het gevaar is dat de sociale ongelijkheid in ons onderwijs ‘ontploft’, omdat een aantal groepen ouders en leerlingen onmogelijk op korte termijn kunnen deelnemen aan afstandsonderwijs.

Welke leerlingen hebben het meest geleden onder de lockdown?

De schade is zeer ongelijk verdeeld. Kansrijke leerlingen hebben tijdens de lockdown thuisonderwijs gekregen van hun hooggeschoolde ouders. Ze hebben hun ICT-vaardigheden versterkt en hun horizon verruimd dankzij allerlei digitale media. Leerlingen uit kansarme en allochtone gezinnen missen zowat alles wat nodig is om effectief deel te nemen aan afstandsonderwijs: een rustige studeerruimte, ICT-uitrusting en -kennis, ondersteuning, voldoende ontspanning en structuur, en een goede communicatie met de school. Zij hebben geen of onvoldoende toegang tot digitale media, laat staan dat ze ondersteuning kregen van ouders of kennissen.

Betaalbare uitrusting is dus een noodzakelijke voorwaarde…

Inderdaad, maar dat is nog niet voldoende. Het lovenswaardige initiatief van minister Weyts om op korte tijd tienduizend pc’s te verdelen, bleek al snel ontoereikend. Vroegere enquêtes over het bezit van pc’s en internet leren ons dat ongeveer 4% van de gezinnen met kinderen in het Vlaamse Gewest geen pc heeft. Eenzelfde aandeel heeft geen internet-aansluiting. In het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest gaat het zelfs om 10%. Als we die percentages toepassen op de Vlaamse schoolpopulatie in het lager en secundair onderwijs komen we algauw aan 45.000 benodigde pc’s.

Maar één pc per gezin volstaat toch niet als ouders daarmee moeten telewerken en één of meer kinderen tegelijk les moeten volgen?

Dat is inderdaad de realiteit. Stel, en ik doe een voorzichtige schatting, dat 30% van de leerlingen geen ‘eigen’ pc heeft. Dan moeten er op korte termijn 270.000 laptops aangeschaft worden. Hoe kunnen we die investering ‘rechtvaardig’ financieren? Dan hebben we het nog niet gehad over de financiering van internetaansluitingen en printers voor thuisgebruik. En denk voor de scholen aan servers, leerplatformen, educatieve software, bijkomende uitrusting voor leerkrachten, en terugkerende investeringen na afschrijving van toestellen. Het gaat uiteindelijk om een investeringsplan van honderden miljoenen. Is dit al ooit in de Onderwijscommissie van het Vlaams Parlement besproken?

Zelfs als ze een gratis laptop ontvangen, kunnen heel wat kansarme en allochtone leerlingen en ouders daarmee niet aan de slag.

Het gaat niet alleen om een probleem van materiële uitrusting, maar evenzeer om het ontbreken van ondersteuning. Zelfs als ze een gratis laptop ontvangen, kunnen heel wat kansarme en allochtone leerlingen en ouders daarmee niet aan de slag. Dat geldt vooral voor het basisonderwijs. Daar is de schade nu al groter dan men vermoedt. Paradoxaal is dat heel wat vrijwilligers ondersteuning zouden kunnen bieden, maar buitenspel staan bij gebrek aan een strategische en participatieve strategie, die absolute voorrang aan het basisonderwijs moet geven.

Vanwaar die grote achterstand bij leerlingen uit kansarme gezinnen?

Hun ouders zijn werkloos geworden, de schulden zijn opgelopen, de stress in het kleine appartement is toegenomen. En op de koop toe heeft het virus in hun milieu veel harder toegeslagen. Allochtone gezinnen hebben vanwege taalbarrières heel wat richtlijnen en steun vanwege de school niet kunnen gebruiken; kort geschoolde ouders evenmin.

81 procent van de kansarme leerlingen heeft problemen met pre-teaching.

Het Steunpunt voor Jeugdwerk met kwetsbare jongeren ‘Uit De Marge’ voerde tijdens de lockdown een enquête uit bij 2000 kansarme jongeren tussen 6 en 18 jaar. De resultaten spreken voor zich: 81 procent van de bevraagden had problemen met pre-teaching, dus met online onderwijs dat nieuwe leerstof aanbiedt. Bijna 66 procent beschikt niet over een laptop of computer, 76 procent heeft thuis te weinig ruimte en 61 procent heeft niemand die kan helpen met schoolwerk.

Is die leerachterstand echt te wijten aan de corona-crisis? Was die er voordien ook niet?

Uit de resultaten van PISA 2018 blijkt dat de kloof tussen het meest kansrijke en het meest kansarme deciel vijftienjarigen vóór de corona-epidemie al het equivalent bedroeg van ongeveer drie schooljaren. Die kloof was in de voorbije vijftien jaar met een kwart afgenomen, maar de kans is groot dat die vooruitgang op een paar maanden tijd is uitgewist.

Hoe pakt de overheid die leer-kloof aan?

Merkwaardig genoeg is er van een herstelplan nog geen sprake. Voor de economische relance, de tewerkstelling en het overheidsbudget worden volop maatregelen voorbereiden. Het onderwijsbeleid blijft jammer genoeg op korte termijn denken: de zomerscholen konden echt niet op een paar weken tijd de geleden schade herstellen. Het idee verdiende uiteraard applaus. De minister legde met de zomerscholen opnieuw de prioriteit bij kwetsbare doelgroepen. Maar is die doelgroep ook werkelijk bereikt? Leerlingen en scholen sloten namelijk aan op vrijwillige basis.

de zomerscholen konden echt niet op een paar weken tijd de geleden schade herstellen.

Nochtans is het onderwijs een cruciale investering in de toekomst van mensen, en van onze collectieve welvaart. Het ontbreken van een herstelplan kan ons op lange termijn tientallen miljarden kosten. De OESO, UNICEF, UNESCO en andere organisaties hebben alles uit de kast gehaald om de lidstaten te helpen om zich te herorganiseren. Geen wonder: deze organisaties hebben ervaring met allerlei soorten rampen. Denk aan overstromingen, aardbevingen, oorlogen en epidemieën. Daardoor hebben ze geleerd om snel en strategisch in te grijpen. In Vlaanderen zijn we niet voorbereid op dit soort schokken.

Bovendien lijkt het alsof de minister geen behoefte heeft aan de expertise van wetenschappers, van het middenveld en van de sociale sector om een strategie voor het post corona-tijdperk uit te werken. Zelfs bij een krachtig beleid zijn volgens mij minstens twee jaar nodig om de schade van de corona-crisis in het onderwijs te herstellen.

Je spreekt zelf van een strategisch ‘Veerkrachtplan’. Vertel es wat de krachtlijnen zijn?

Drie doelstellingen moeten volgens mij centraal staan. Om te beginnen, moeten we verdere schade beperken en liefst helemaal vermijden. De immuniteitsgraad van de bevolking blijft ontoereikend en een doeltreffend vaccin is nog niet voor morgen. Daarom moeten we ons voorbereiden op nieuwe covid-19-uitbraken en perioden van – gedeeltelijke – sluiting van scholen. Flexibele combinaties van frontaal en afstandsonderwijs – het zogenaamde blended learning – zullen waarschijnlijk nodig blijven. Zo blijft tenminste ons onderwijs min of meer immuun voor het virus.

We moeten ons voorbereiden op nieuwe covid-19-uitbraken en perioden van – gedeeltelijke – sluiting van scholen.

De tweede doelstelling focust op het herstel van de sociale schade van deze crisis. Concreet wil ik dat de gemiddelde performantie van onze leerlingen minstens opnieuw het peil van 2018 bereikt. Tegelijk mag de prestatiekloof tussen kansrijk en kansarm – van de kleuterschool tot en met het einde van de leerplicht – in 2022 niet groter zijn dan in 2018.

De derde doelstelling wil de gedwongen invoering van afstandsleren omturnen tot een troef voor de toekomst.

Daarmee is de kous nog niet af, lijkt me. Wat met de navorming van leerkrachten?

Daar moeten we zeer zeker in sneltempo in investeren! België scoort op het vlak van ICT-gebruik door leerkrachten namelijk verrassend slecht: in het PISA-onderzoek van 2018 blijkt ons land op de 63ste plaats te staan in een lijst van 78 landen – als we kijken naar de vaardigheden van leerkrachten om digitale middelen te integreren in hun lessen. Nauwelijks 55% van de leerkrachten in het lager secundair onderwijs zijn hier volgens hun directies klaar voor. In ‘kansarme scholen’ ligt het aandeel nog lager met 47%. Ongeveer dezelfde percentages scholen beschikken over voldoende technisch gekwalificeerd personeel. De toegang tot leerplatformen ligt nog lager: gemiddeld 47%, en in kansarme scholen 40%. Dat belooft niet veel goeds voor de kwaliteit van ons afstandsonderwijs.

Wat als een leerling niet online is? Hoe merk je dat iedereen het begrepen heeft? Hoe stimuleer je vragen?

Afstandsonderwijs is veel meer dan het hanteren van Smartschool of Bingel: het vergt een beheersing van meerdere software-instrumenten en vooral een geëigende sociaal-pedagogische aanpak. Daarbij moet de leerkracht veel meer investeren in het bereiken, activeren, motiveren en betrekken van leerlingen. Wat als een leerling niet online is? Hoe merk je dat iedereen het begrepen heeft? Hoe stimuleer je vragen? Hoe animeer je onderlinge discussie? Wat doe je met het gegeven dat het concentratievermogen online veel sneller daalt dan in de klas?

We hadden het vooral over de problemen met afstandsleren. Zie je ook mogelijkheden?

Absoluut, die zijn enorm! Zo kan je met collega’s-vakleerkrachten samen lespakketten opstellen die jaren meegaan en die je parallel in verschillende klassen kan gebruiken. Je kan met digitale media makkelijker differentiëren met oefeningen en opdrachten verbeteren. Je kunt leerlingen makkelijker laten herhalen wat ze niet goed begrepen hebben. De combinatie met andere media kan het onderwijs boeiender maken. Schooltelevisie laat zelfs toe om op zeer grote schaal leerstof aan te bieden, en dus ook grotere budgetten te investeren in de aanmaak van lesmaterialen. Ziekteverzuim van leerkrachten kan beter worden opgevangen.

De gedwongen omschakeling zal wellicht leiden tot een versnelde didactische revolutie in het onderwijs, en misschien zelfs – op z’n minst gedeeltelijk – bijdragen aan oplossingen voor het lerarentekort. Dit allemaal zal de job-inhoud van leerkrachten ingrijpend beïnvloeden. Die strategie van blended learning – combinaties van frontaal en afstandsonderwijs – leidt hen weg van het repetitieve, week-in-week-uit frontale lesgeven naar meer gevarieerde en effectieve onderwijsmethoden, meer creatieve en coachende taken in teamverband.

Die revolutie zie ik nog niet in één klap gebeuren…

Nee, en zeker niet in het basisonderwijs. Maar vakbonden bereiden zich best nu al voor op een fundamenteel debat over het statuut en de taakinhoud van leerkrachten.

Onze jongeren hebben heel wat kennis van digitale media, toch?

Dat klopt. Bij onze zestienjarigen is er volgens dat OESO-onderzoek geen enkele jongere die nog nooit een pc heeft gebruikt. Smartphones zijn zelfs in kansarme milieus meer verspreid dan pc’s.

Aan de ene kant zitten sommige ouders dagelijks urenlang achter het scherm, aan de andere kant zijn heel wat ouders digitaal nog ongeletterd.

Maar je krijgt wel een zware drempelverhoging, vooral voor de zwakkere leerlingen én hun ouders, als je digitale media wil inzetten voor leerdoeleinden, zeker als de smartphone al op jonge leeftijd onmisbaar wordt. Aan de ene kant zitten sommige ouders dagelijks urenlang achter het scherm, aan de andere kant zijn heel wat ouders digitaal nog ongeletterd. Taalbarrières komen daar soms nog bovenop.

En zo wordt die massale shift naar digitale media voor afstandsleren een bron van nog meer sociale uitsluiting …

Helaas wel. In veel gezinnen hebben frustratie en wantrouwen ten aanzien van de school nu al een kookpunt bereikt. Dat horen we van basiswerkers. In het kader van het Veerkrachtplan moeten we ICT-onderricht structureel in het curriculum inbouwen vanaf het eerste leerjaar lager onderwijs. En parallel zullen scholen, in nauwe samenwerking met het volwassenenonderwijs, cursussen moeten aanbieden voor ouders.

De omschakeling naar afstandsonderwijs tijdens de lockdown heeft ook geleid tot verschuivingen in de relatie tussen school en thuismilieu. Hoe zie je dat?

Terwijl het fysieke contact wegvalt, vervagen de psychologische grenzen tussen beide milieus sterk. Via onlinecontact dringen leerkrachten door tot in de privésfeer van hun leerlingen, en kunnen ze ook ouders opdrachten toespelen. Omgekeerd volgen ouders – soms – mee het lesgebeuren, dat niet langer ‘achter gesloten deuren’ plaatsvindt. Het wordt een delicaat evenwicht: dat wederzijdse ‘binnendringen’ vergt een sterkere vertrouwensband en bijkomende communicatievaardigheden. Zo niet dreigen allerlei conflicten los te barsten.

Anderstalige en kort geschoolde ouders zullen soms onbeholpen reageren. Scholen en leerkrachten zullen meerdere talen en taalregisters moeten hanteren. Ze zullen hun professionaliteit moeten bloot geven en ouders motiveren. Meer dan ooit is er behoefte aan een echt partnership, en aan ondersteuning van kansarme of anderstalige ouders. Het is een illusie te denken dat je kansengelijkheid bevordert door de rol van ouders te beperken. Integendeel, als je investeert in ouders realiseer je een hefboomeffect. De rol van brugfiguren, schoolopbouwwerk, huiswerkklassen, buddy-projecten neemt dus ook toe. Ook hierin zal het Veerkrachtplan moeten investeren, door vorming, coördinatie en – waar nodig – financiering.

Tekst: Ides Nicaise
Deze bijdrage is een herwerking in interviewvorm van een artikel dat verscheen in TORB 5 (2019-2020), blz 349-352. MagaZijn kreeg toestemming van de auteur om het over te nemen en te redigeren.

Foto van Ides Nicaise © Johan Van der Vloet

Lees ook de andere interviews met Ides Nicaise:

Boeiend artikel? Help ons zin te geven en te delen

Dank je wel!

Heb ook jij een hoopvol en zingevend verhaal? Stuur het ons via info@magazijn.community! Wie weet, kom ook jij in het MagaZijn van de zin!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Gelieve je opmerking in te voeren!
Geef je naam hier op

1,101FansLike

Blijf op de hoogte

Schrijf je nu in voor onze spetterende nieuwsbrief.

Lees ook!

‘Ik wil het taboe rond de dood doorbreken’

0
De Gentse oud-journaliste Eveline Coppin interviewt mensen die niet lang meer te leven hebben en geeft de essentie van hun bestaan weer in een...

Vluchtelingenkinderen op de zomerschool: ‘Ze snakken naar bescherming, steun en affectie’

0
Ik loop wat verloren in het shoppingcentrum van het Zuid, ’s morgens vroeg. Een doodse aanblik, die grijze gesloten luiken, die vanaf tien uur...

‘Corona kost ons minstens twee jaar om de ongelijkheid in het onderwijs weg te...

0
De corona-crisis heeft een diepe bres geslagen in de leerloopbaan van 1,2 miljoen Vlaamse kinderen. Ides Nicaise, hoogleraar Onderwijs en Samenleving bij de Faculteit...

Onderwijs: terug naar de essentie

0
Wat is de essentie van onderwijs? Voor Inse van Rossom - schoolbegeleider en inspecteur godsdienst bij de Salesianen van Don Bosco en bij de...

Leven met een niet-aangeboren hersenletsel: eerst zelf patiënt, nu coach voor anderen

0
Gunther Ritsmans (43) uit Leuven kreeg in 2017 tijdens een sportevenement een hersenbloeding, met een Niet-Aangeboren Hersenletsel (NAH) als gevolg. Na een lange revalidatie...

Rabbi ‘Lord’ Jonathan Sacks: ‘Als de mens zijn vrijheid wil bewaren, moet hij zelf...

0
De vakantie-exodus komt dan toch op gang. ‘Exodus’ gebruiken we in onze dagelijkse taal voor een grote uittocht. Voor de joden verwijst Exodus naar...

Communicatie-expert Jan Callebaut: ‘Zware crisisomstandigheden roepen om verbindend leiderschap en precies dàt missen we...

0
Echt luisteren naar mensen, naar hun verlangens en angsten. Dat is wat Vlaanderens bekendste communicatiespecialist en marktonderzoeker Jan Callebaut in zijn werk voor bedrijven...

Meest Gelezen

Lisbeth Imbo: ‘Ontmoetingen waarin mensen zich in hun kwetsbaarheid tonen, koester ik’

0
Ze wilde topadvocate worden - ‘assisenpleitster op leven en dood!’ - maar het werd journaliste. Niet toevallig...

Directeur zorg Greet Bonner: ‘Ik wil mensen met een handicap een plek geven in de wereld’

0
‘We hebben een afspraak met Greet Bonner,’ melden we aan de receptie. ‘Je zult haar horen aankomen,’...

Minister van Justitie Koen Geens: ‘Zijn waar je bent, is één van de moeilijkste en waardevolste lessen’

0
Het is kort na de val van de regering en dus hangt er verkiezingskoorts in de lucht....