Een hulpman

0
30
paarse deur © Sophie Louisnard rv voor pexels.com

Op de gereserveerde aankomstplaats, een halve kilometer verder dan mijn appartement, neem ik de zware Maxi-Cosi met Joanna uit de Cambio-auto. Ik herhaal bij mezelf wat ik aan mijn dochter beloofde: dat ik hulp zou vragen om Joanna met Maxi-Cosi te dragen, want te zwaar voor mij.

Er zijn geen voorbijgangers. Links, een huis met kinderstoeltjes op de fiets. Ik bel aan, in de zekerheid dat mama’s of papa’s zeker zullen helpen. Niemand thuis. Het huis voor me dan. Als ik naar de hoge bel reik, is het alsof een portie ‘durf’ naar boven stroomt, tegen de zwaartekracht in.

Een dichtslaande deur, stappen daarbinnen; ik geef Joanna een koekje, alsof ik mezelf hiermee moed inspreek. We schrikken beide als de deur met een zwier opengaat en een man de hele deuropening vult met zijn zwaar lijf, verlicht door een helblauwe T-shirt. Zijn slippers hangen over de helft van de dorpel, waardoor ik een stap achteruit zet. Zijn blik bliksemt een verwacht verwijt, zoiets als: ‘Wat kom jij hier aanbellen op een feestdag op het middaguur?’

Er staat iets te gebeuren, denkt ze. Inderdaad, er volgt een stilte.

Ik hoor me spreken. ‘Excuseer dat ik zo onverwacht bij u kom aanbellen. Ik heb hulp nodig. Ik kan mijn kleindochtertje niet dragen.’ Ik wijs naar haar, op de grond naast me. ‘Mijn rug …’ Hij draait zijn hoofd naar Joanna. Ze kijkt van hem naar mij en omgekeerd, met een frons tussen haar wenkbrauwen. Er staat iets te gebeuren, denkt ze. Inderdaad, er volgt een stilte.

‘Ik zal haar dragen’, zegt hij dan, zijn stem zo helder als zijn T-shirt. En dan een kwint hoger: ‘Dag meisje! Hoe heet je?’ Hij tilt haar van de grond als een boodschappentas. Na een paar stappen hoor ik hem hijgen. ‘Gaat het wel?’ vraag ik. Ik bied aan het hengsel met twee te dragen. Dat lukt beter. Joanna geniet van het gewiebel. Haar tutje in de ene hand, het koekje in de ander, zingt ze iets als ‘awee, ataa’ in verschillende toonaarden. We doorkruisen het park, vol gesjirp, aardegeur, zaailingen van esdoorn, hoge bomen, ritselende en fladderende bladeren. Alsof zij ons ‘tafereeltje’ omringen. Joanna kijkt.

De hulpman vertelt dat hij in een randgemeente van Gent woont, maar hier elk weekend verblijft bij zijn vriendin. En ik hoe ik van hier naar Gent vijf jaar geleden verhuisde en nu van Gent naar hier terug. En dat deze stad het parkeren (hij) en de buscontrole (ik) veel strenger aanpakt. Anekdotes. We lachen, zijn buik wiebelt. Joanna’s benen wippen. Onze stap wordt lichtvoetiger.

Als we op onze bestemming zijn, (‘Zijn we er al? Woon je hier?’) hou ik me in. Graag wil ik de zestigjarige man een klinkende kus geven, maar ik hou het bij een schouderklop: ‘Dank je wel, u hebt een goede daad gedaan’. Hij vult aan: ‘En dan nog op een hoogdag.’ ‘Ja, dat is dan dubbel!’ We lachen terwijl hij zijn zweet afdroogt met een stoffen zakdoek.

Twee vrouwen passeren, druk in gesprek. Een auto parkeert aan de overkant.

‘Dada!’ zijn stem klinkt hees, zijn mollige vingers gaan op en neer. Het is alsof ik in zijn blik ontzag ontwaar. ‘Dada’, herhaal ik in de richting van Joanna. En ja, ze doet het, haar handje open en toe knijpen terwijl hij zich omdraait en zijn blauwe gestalte achter het hoekje verdwijnt.

De zon kleurt onze oprit clair-obscur. Twee jonge overburen rennen de trap af.

Ik steek de sleutel in het slot, open de deur. ‘We zijn er, Joanna!’ Met kracht en zwier draag ik de Maxi-Cosi met kirrende Joanna naar de lift.

Tekst: Brigitte Puissant – alias Oma Bibi 

Benieuwd naar de andere cursiefjes van Brigitte Puissant?

Boeiend artikel? Help ons zin geven en delen

 Dank je wel!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here