Op naar ‘roaring twenties’ voor zingeving?

1
240

Veel feestgedruis was er dit jaar niet bij rond kerst en nieuwjaar. Introverte naturen die van rust houden, ervaarden dit ongetwijfeld als een zaligheid. Het zou me niet verbazen als ook minder introverten dit al bij al niet zo erg vonden. Gedwongen thuisblijven maakt ook dat een heleboel drukte wegvalt. Heerlijk toch: veel minder stress over familiefeesten, geen Bob nodig, geen lang uitlopende braspartijen, gedaan met die obligate en – zo blijkt nu – sanitair volledig onverantwoorde nieuwjaarskussen op het werk. De klassieke nieuwjaarsrecepties hoeven ook al niet meer. En zeg nu zelf, hoe interessant zijn gesprekken daar?

Stille nacht

Natuurlijk is er ook eenzaamheid in deze dagen. Toch biedt die rustige kerst- en nieuwjaarstijd een kans om terug te gaan naar de essentie, die sinds mensenheugenis rond de oeroude symbolen van licht en duisternis draait. Standaardjournaliste Hilde Van den Eynde schreef daarover een bijzonder knappe observatie: ‘Stille nacht: heilige nacht. En daarmee zal Kerstmis dit jaar, hoe eenzaam ook gevierd, veel dichter komen bij de oorspronkelijke bedoeling van het aloude lichtfeest: een viering van verwachting, en van hoop op betere tijden.’ Godsdiensten mogen dan enigszins gedateerd zijn, zegt ze, maar in ‘het managen van verwachtingen en zin geven aan lijden hebben ze van niemand lessen te leren’. Daarin past ook het offer: het gemis en voor sommigen ook de eenzaamheid van de voorbije feesten krijgen daardoor een andere dimensie. Ze dienen een hoger doel. Haar essay is een fijnzinnig herkennen en opnemen van aloude metaforen om situaties zoals de pandemie te duiden.

Recuperatie?

De taal van de religies met hun symbolische kracht krijgt inderdaad op een onverwachte manier nieuwe betekenis. En die taal wordt kwistig gehanteerd in de vele campagnes omtrent corona. ‘Kerst met 11 miljoen’ stelde verbondenheid centraal. De wensen van supermarkten en winkelketens hebben nog nooit zoveel religieuze termen bevat. Het initiatief Klokslag 20.20 van Hein Huyghe met zijn vzw verb(l)ind om op 31 december om 20u20 te klinken en te verbinden, werd breed opgepikt. En ook onze politici praten als pastoors – en dat bedoelen we voor een keer positief. Frank Vandenbroucke (‘We mogen elkaar niet meer vastpakken, maar we laten elkaar niet los’), de premier en koning Filip, ze spreken in een taal die we vaak in kerken horen.

ook onze politici praten als pastoors – en dat bedoelen we voor een keer positief.

Die tendens was er al voor corona. Kijk bij wijze van voorbeeld maar eens naar ‘Iedereen beroemd’, waar in de rubriek ‘De Brief’ en ‘De Mooiste Herinnering’ thema’s als vergeving, dankbaarheid en zingeving op een vaak ontroerende manier opgepikt worden. Of naar de programma’s van de onovertroffen Arnout Hauben. Door de pandemie wordt die trend nu sterker en krijgt die meer vorm.

De achterste bank

Het is merkwaardig hoe de gevestigde religies daarin slechts een kleine rol spelen. Ze slagen er nauwelijks in om het nieuws te halen. Niet dat er geen initiatieven zijn. Uit eigen ervaring weten we dat er op plaatselijk niveau heel wat gebeurt. De bisschoppen kwamen laat op gang, maar brachten met Kerstmis een zeer mooie boodschap. Die ging jammer genoeg wat verloren in de vele knap gemaakte clips over solidariteit en de fantastisch creatieve manier waarop mensen met deze crisis omgingen.

Je kan er niet omheen: religieuze taal wordt gerecupereerd. Ze komt los van dogmatische of morele systemen en instituten. God wordt ook niet meer of nauwelijks nog genoemd. Niet dat het transcendente volledig weg is, wel wordt het op een andere manier ervaren. Tijdens de kerstvakantie las ik het boek van de Ghanese Yaa Gyasin, ‘Verheven koninkrijk’. Ik vind het een treffende beschrijving van de ‘moderne religie’. De hoofdpersoon Gifty is een briljante studente neurowetenschap die worstelt met het naïeve pinksterkerkgeloof van haar depressieve moeder. Ze zoekt orde, zekerheid en de oplossing voor lijden en dood in de wetenschap. Ze moet haar moeder in huis nemen en haar broer overlijdt aan een overdosis. Daardoor verliest ze helemaal het kinderlijke vertrouwen in het geloof van haar moeder.

Maar er ontbreekt iets, Gitty loopt verloren in een wereld zonder verwijzing naar iets dat hoop geeft. Uiteindelijk komt ze tot een andere manier van omgaan met religie. Op het einde van het boek gaat ze in een kerk op de achterste bank zitten. ‘Vanop het achterste bankje is het gelaat van Jezus een toonbeeld van extase. Ik blijf ernaar kijken en het verandert, gaat over van woede in pijn en vreugde. Soms zit ik er wel een paar uur, anders keren slechts enkele minuten, maar nooit buig ik mijn hoofd. Nooit bid ik, nooit wacht ik tot ik Gods stem hoor, het enige wat ik doe is kijken. Ik zit in gewijde stilte en denk terug. Ik probeer structuur, duiding, betekenis te vinden in de chaos. Altijd brand ik twee kaarsjes voor ik weer ga.’

Je ziet het bij veel mensen: met Kerstmis werden in de open kerken massaal kaarsjes gebrand. Het lijkt erop dat velen God niet meer kunnen denken, maar wel het gevoel hebben dat ze iets nodig hebben dat steun geeft. Religieuze symbolen worden aangewend als oeroude archetypes van hoe de mens zich verhoudt tot het onnoembare van de werkelijkheid. De pandemie is zo overweldigend en confronteert ons zo sterk met onze kwetsbaarheid, dat we die archetypes opnieuw ontdekken.

Wat met de godsdiensten?

Is dat gevaarlijk? We weten dat seculiere ideologieën vaak religieuze taal hanteerden om vreselijke dingen te doen, tot genocides toe. Wat er nu gebeurt in de coronacrisis is heel anders. Het goede en het krachtige uit de religieuze en symbolische taal wordt herontdekt en krijgt nieuw potentieel. Voor de gevestigde religies is dat sneu: die zien hoe hun thema’s worden ‘ingepikt’. Toch kunnen ze er ook blij mee zijn: het joods-christelijk geloof veroorzaakte ontegenzeglijk een historische omwenteling in de visie op mens en wereld. Waarden als respect voor elke mens, solidariteit en zorg voor de kwetsbaren zijn een erfenis van deze revolutie. Dat ze nu zo sterk heropleven in deze crisis kunnen godsdiensten alleen maar toejuichen.

Het goede en het krachtige uit de religieuze en symbolische taal wordt herontdekt en krijgt nieuw potentieel.

Hebben ze dan geen rol meer te spelen? Toch wel. Door de essentie van hun bronnen en waarden te blijven aanbieden in een hedendaagse en levensnabije taal. Symbolen, metaforen en rituelen spreken aan omdat ze het diepste van de mens raken. Minister van Binnenlandse zaken Annelies Verlinden zegt in het kerstnummer van Tertio: ‘Ik denk dat religie noodzakelijk is. Mensen hebben nood aan zingeving… Religies zijn een bron van hoop en een verbindende kracht in de samenleving. In dat opzicht zijn geloof en spiritualiteit voor veel mensen een verrijking en dragen ze bij aan groei en ontwikkeling.’

Godsdiensten moeten hun boodschap dus blijven brengen als een dienst aan de samenleving. We kijken daarom met veel spanning uit aar het post-coronatijdperk. Hopelijk worden het roaring twenties zoals de Amerikaanse socioloog Nicholas Christakis voorspelt, maar dan in spirituele en humane zin!

Tekst: Johan Van der Vloet, hoofdredacteur MagaZijn
Coverfoto The Charleston © Ty Wilson

Boeiend artikel? Help ons zin geven en delen

 Dank je wel!

 

1 REACTIE

  1. Johan, dank je wel voor dit voortreffelijk artikel.
    Het is ook mijn aanvoelen dat de officiële kerk in deze Coronatijd schittert door afwezigheid op het publieke forum. Zij is wel zeer actief op het concrete terrein, en niet alleen met liturgische streamingen allerhande maar ook in de zorg om concrete mensen en vooral de meest kwetsbaren (bv. de gedetineerden, waaraan ik momenteel als gevangenisaalmoezenier vanop ‘veilige’ afstand meewerk, hoe ‘virtueel’ ook). Op het maatschappelijk forum (de agora) is zij niet alleen afwezig maar krijgt ze voortdurend in de pers en andere media een belabberd imago; kerkelijk zijn en zelfs christenzijn wordt afgevoerd als fundamentalistisch, bron van geweld, nutteloos en passé enz.
    En intussen nemen in het ‘heidense'(?) Vlaanderen waar ik sinds een drietal jaren woon, eenzaamheid, zinledigheid, depressies, burn-outs, suïcide en zinledig amusement en ongelooflijke verspil- en consumptiezucht gestadig toe.
    Las je het artikel van Halic over het gevaar van fundamentalisme in gelovige kringen, in de kerk?
    Ja, de kerkelijke religieuze taal – die mij enorm blijft voeden, als je tenminste naar de bronnen terugkeert en er tijd en ruimte voor maakt – lijkt totaal onaangepast aan de moderne cultuur, die nochtans haar nood aan spiritualiteit en zingeving etaleert.
    Dit is een reële pijn, niet zozeer voor mezelf (ik leerde daar al lang mee leven, hoe ongemakkelijk ook) maar vooral voor de zovelen die in de woestijn van vandaag verloren gaan en omkomen van honger en dorst.
    In mijn contacten met gedetineerden heb ik de indruk dat zij, in de mate dat ze erkennen dat ze ‘aan de grond zitten’, enorm open staan voor de grondintuïties van onze christelijke traditie. Dit doet me zeggen dat de verschraling van onze kerk, de loutering die wij doormaken een noodzakelijke passage is naar een nieuwe manier om de Boodschap van het evangelie te verstaan.
    Twee boeken helpen me daar momenteel erg bij.
    Vooreerst Eric Borgman met zijn poging een theologie voor de 21e eeuw te schrijven.
    En ook het onderhoud met de Franse theoloog Louis-Marie Chauvet in ‘Dieu, un détour inutile’, die de vinger goed op de wonde legt en een poging gedaan heeft om het christelijke gedachtengoed naar vandaag toe te vertalen.
    Om te besluiten één korte zin uit dat in 2020 verschenen boek: ‘Pas besoin de Dieu en effet pour être ‘bien dans sa peau’…
    Wanneer je dit ten diepste aanvaardt, begint het eigenlijke theologische reflectiewerk…
    Doe zo verder
    Jan Claes

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here