De twee gezichten van de tijd: filosofe Joke Hermsen over chronos en kairos

0
239
Joke Hermsen (c) Marijn Smulders_RV

‘Altijd tijd te kort’: je hoort het alom. De tijd lijkt onze vijand. We hebben er niet alleen voortdurend te weinig van, hij confronteert ons bovendien met onze eindigheid. De Griekse god Chronos staat symbool voor die bedreigende tijd: hij heeft een zeis en een zandloper in zijn hand. Die herinneren ons aan verlies en vergankelijkheid. Ze staan voor het onherroepelijk verstrijken van de chronologische tijd. Dan heb je Kairos, de jongste zoon van Zeus. Hij is de god van het juiste ogenblik, hét moment, de ervaring van het leven zelf. Joke Hermsen herontdekte in haar fascinatie voor de tijd deze twee ‘goden’ en bouwde er een hele filosofie rond.

Volg haar donderdag 7 oktober van 20u00 tot 22u00 gratis online in de Sociopolis-seminariereeks 2021-2022 ‘Is er nog tijd voor de mens in onze zorg en economie? Over kloktijd en een andere tijd.’

Joke Hermsen (1961) schreef een indrukwekkende reeks romans en filosofische essays. In 2010 verscheen Stil de tijd. Pleidooi voor een langzame toekomst, dat met 25 herdrukken een filosofische bestseller werd. Hermsen gaat in 2014 op datzelfde elan door met Kairos. Een nieuwe bevlogenheid en in 2017 met de essaybundel Melancholie van de onrust. Die schreef ze in opdracht van de Maand van de Filosofie.

Kairos is de god van het juiste ogenblik, hét moment, de ervaring van het leven zelf.

In haar pleidooi voor verstilling en het anders beleven van de tijd verweeft ze met ogenschijnlijk gemak gedachten van filosofen, kunstenaars, dichters en romanschrijvers tot een scherpe analyse van onze tijd. Origineel aan haar werk is de politieke oriëntatie. Hermsen wil met haar essays de neoliberale ideologie doorbreken. Ze gaat op zoek naar een wereld van het goede leven, zoals bedoeld in de oorspronkelijke Griekse opvattingen van politiek en levenskunst. Die zijn door latere filosofen als Hannah Arendt en Michel Foucault opnieuw geïnterpreteerd.

Schrijven doet Hermsen graag op het Franse platteland. Daar bellen we haar, terwijl ze aan een nieuw boek werkt. Het zou een kort interview worden, maar Kairos haalt het van Chronos: we hebben een fijn gesprek met af en toe een schaterlachende Joke Hermsen.

Wat houdt u op dit moment bezig?

Voor mij is het een bijzonder moment, omdat ik deze week precies dertig jaar schrijverschap vier. Bijna op dezelfde dag als mijn eerste boek in 1991 verschijnt mijn nieuwste publicatie: een fictieve dialoog tussen de twee grote politieke denkers Hannah Arendt en Rosa Luxemburg. Hun gedachtegoed kan volgens mij behulpzaam zijn om ons van het neoliberale systeem te bevrijden en andere democratische wegen in te slaan die meer verantwoordelijkheid voor de mens en zijn omgeving nemen.

Vanwaar komt uw fascinatie voor schrijven?

Als kind hield ik al erg van boeken en zelfs van onderzoek doen, hoe naïef ook. Mijn kamertje stond vol boeken, microscopen en flora. Aan de muur hingen wereldkaarten. Filosofie kwam later. Ik ben met Letteren en Cultuurwetenschappen begonnen, daarna studeerde ik filosofie in Parijs.

Mijn kamertje stond vol boeken, microscopen en flora. Aan de muur hingen wereldkaarten.

Dat was echt een keerpunt in mijn leven: ik kreeg er les van de meest vooraanstaande Franse filosofen als Jacques Derrida, Gilles Deleuze, Sarah Kofman, Francoise Collin en de semiotica en psychoanalyste Julia Kristeva. Bij haar legde ik de kiemen van mijn doctoraat dat ik later in Utrecht afwerkte: Nomadisch narcisme. Sekse, liefde en kunst in het werk van Lou Andreas-Salomé, Belle van Zuylen en Ingeborg Bachmann.

Julia Kristeva is een grande dame in Frankrijk maar bij ons niet zo bekend…

Nee, jammer is dat. Henk van der Waal – de vader van mijn kinderen –  heeft haar werk Histoires d’ amour naar het Nederlands vertaald. Ik kwam haar later toevallig weer tegen in Avila. Daar werd de vijfhonderdste sterfdag van de heilige Theresia gevierd. Julia hield er een verhaal naar aanleiding van haar boek over de beroemde mystica. Het was prachtig om herinneringen op te halen.

U bent gefascineerd door de tijd. Wat betekent tijd voor u?

Die verwondering over de tijd heb ik al sinds mijn kindertijd. Van jongs af aan was ik ervan overtuigd dat de tijd die we meten op de klok niet overeenkomt met de tijd zoals we die beleven. De terugreis van bij mijn grootouders bijvoorbeeld duurde korter dan de heenreis. Dat klopte chronologisch niet, maar zelfs toen mijn moeder met het horloge naast mij zat, geloofde ik het nog niet. Ik deed ook allerlei experimenten met de tijd: ik zette mijn wekker stil of vooruit om te zien wat er zou gebeuren. Dus ja, tijd fascineerde mij al heel vroeg.

ik zette mijn wekker stil of vooruit om te zien wat er zou gebeuren.

Vanaf mijn tiende schreef ik op oudejaarsavond een jaarboek. Daarin mocht ik van mezelf alleen op die avond kijken, bij wijze van terugblik en vooruitblik. Ik ging dan stiekem naar boven om te ontdekken wat er van die blik was uitgekomen. In één seconde kon ik zo een heel jaar overschouwen. Later ben ik me filosofisch in de tijd gaan verdiepen.

Wat hebt u daaruit geleerd?

Ik kwam bij de Franse filosoof Henri Bergson en bij de beroemde schrijver Marcel Proust terecht. Zij onderscheiden de ervaarde tijd van de meetbare tijd. De ervaarde tijd is een volstrekt andere benadering van de tijd. Kloktijd is een artificiële tijd, een tijd die we met elkaar hebben afgesproken om de wereld te structureren. De eigenlijke tijd is helemaal anders. De klok kan namelijk geen dynamiek, geen ervaring en geen verandering van tijd vertalen.

Kloktijd is een artificiële tijd, een tijd die we met elkaar hebben afgesproken om de wereld te structureren. De eigenlijke tijd is helemaal anders.

Dat onderscheid vind je al terug in het Oudgriekse concept van de twee gezichten van de tijd: chronos en kairos. De kairotische tijd gaat over het juiste ogenblik, de juiste kans, de juiste timing. Chronos staat voor de chronologische, lineaire tijd die verval en angst oproept. Ik heb die concepten naar onze huidige samenleving geactualiseerd: we zijn die innerlijke ervaring van kairos kwijtgeraakt, we zijn obsessieve klokkijkers geworden, we vragen altijd naar de kloktijd.

Vanuit de filosofie, maar ook vanuit kunst en literatuur – ik denk aan Thomas Mann en Virginia Woolf – ontdekte ik het onderscheid tussen het hebben en zijn van tijd. In de roman De Toverberg van Thomas Mann verblijft het hoofdpersonage zeven jaar op die plek, hij wacht. De hele roman gaat over wat die andere ervaring van tijd met hem doet. Hans Castorp komt tot het inzicht dat de tijd buiten het kuuroord geld is geworden: daar wordt alleen nog op economische kloktijd geleefd. Er heerst zowel schaarste als versnelling van tijd, want het kapitalistische systeem van de westerse wereld is gebaseerd op acceleratie, onafgebroken groei en het opvoeren van productie en consumptie. Nog altijd staat ons bestaan op gespannen voet met de kloktijd. Vandaar de chronische vermoeidheid die er heerst en de vele burn-outs.

Ook religies hebben het over kairos, als een doorbreken van het Oneindige in het eindige. Hoe ervaart u die religieuze betekenis? En de rol van religie in uw pleidooi voor verstilling?

Sacrale tijd is inderdaad een intermezzo in de chronologische tijd. Kairos vormt een verticale as van de tijd – ik noem het ook wel ‘verticale spanning’ – maar hij schept tegelijk ook ontspanning, vertraging en rust. Die verticale as gaat richting oneindigheid en is ook verbonden met sacrale, mystieke en extatische ervaringen, meditatieoefeningen, studeren, zang. Kloosters zijn voorbeelden van het dubbele gezicht van de tijd: aan de ene kant gaat het er in een klooster streng chronologisch aan toe. Wist je trouwens dat de eerste mechanische klokken in kloosters werden gebouwd? Aan de andere kant staat tijdens gebedsoefeningen het kairotische centraal.

Vandaag zie je dat kerkgenootschappen steeds meer kunst en muziek omarmen.

Dat dubbele gezicht van de tijd vind je niet enkel in oude kloosters. Onlangs werd ik bij een project in Amsterdam betrokken: we willen fraaie oude kerken doordeweeks openstellen om stilteplekken te scheppen in deze stad die nogal onder het ritme van chronos gebukt gaat. Kunst en poëzie vinden er hun plek. Zo worden ze ‘nieuwe tempels’, om de term van Alain de Botton te gebruiken. Ruimtes waarin de kairotische tijd ervaarbaar wordt. Plekken om de zijnsvergetelheid – zoals Heidegger dat noemt – kwijt te raken. Plekken van leegte of net met muziek.

Weet je, vroegere kerkgangers die omringd werden door Bach en Titiaan, werden ondergedompeld in kairotische tijd. Die grote schoonheid is zeer inspirerend en geeft tegelijk rust en ontspanning. Vandaag zie je dat kerkgenootschappen steeds meer kunst en muziek omarmen. Ik ben daarvan een sterk voorstander. Ik hang geen specifieke religie aan, ik ben eerder een religieuze Freigeist zoals Nietzsche dat noemde. Tegelijk noemde hij zichzelf wel religieus. Ik geloof dat we nood hebben aan die verbinding met het sacrale.

Melancholie en tijd zijn nauw verweven. Melancholie kan leiden tot depressie maar ook tot hoop, zegt u?

Melancholie wordt al van Aristoteles tot Nietzsche en door andere auteurs gezien als ons bewustzijn van tijd, vergankelijkheid en verlies. Dat stemt de mens weemoedig. Melancholie is tegelijk het besef dat we veel lichtpunten moeten creëren om niet aan dat gewicht van het vergankelijke ten onder te gaan. Die lichtpunten zijn wezenlijk. Anders komen melancholie en depressie in de plaats. Precies dat zien we vandaag gebeuren. Dat is jammer, want aan depressie hangen louter negatieve ervaringen, terwijl melancholie creatieve en empathische elementen bevat. Melancholie doet ons nadenken, nodigt ons uit om te reflecteren. Ze is daardoor ook een tegengewicht tegen de vergankelijkheid.

Aan het einde van de dag gaat het uiteindelijk maar om één ding: weten of je een goed mens bent geweest.

Liefde is daarin een probaat contrapunt. Maar ook de rust: de ataraxia, de afwezigheid van onrust, vrij zijn van prikkels van buitenaf om te consumeren. Vanuit die ataraxia kom je vervolgens uit bij eudaimonia: het nastreven van een goede, waardige ziel. Proberen tot het allerlaatste moment van je leven een goede ziel te zijn: dàt is waar het op aan komt. Maar wat gebeurt er met de melancholie als die alleen nog door onrust en angst wordt omringd? Als politici angst prediken en het kapitalisme ongelijkheid en onzekerheid?

Tel daar bovenop de tijdstress, de competitiestress, ook in het onderwijs! Concurrentie en prestatie staan centraal, studenten komen zeker niet toe aan ataraxia; het gaat allemaal over punten. Onder die prestatie- en tijdsdruk – om over technostress nog maar te zwijgen – kan een weemoedige inborst tot een chronische depressie uitgroeien. En dat gebeurt helaas op steeds grotere schaal. Een kwart van de jongeren in Nederland heeft lichte tot ernstige depressieve klachten. Het streven naar eudaimonia en ataraxia als vormen van levenskunst kan helpen. Aan het einde van de dag gaat het uiteindelijk maar om één ding: weten of je een goed mens bent geweest.

U koppelt uw filosofie van de melancholie ook aan de grote discussies over identiteit, diversiteit en pluraliteit. Daardoor krijgt ze politieke consequenties. Kunt u dat even uitleggen?

Dat hangt sterk samen met mijn bewondering voor Hannah Arendt. Zij vraagt zich na de Tweede Wereldoorlog en na de Jodenvervolgingen af: hoe is dit kunnen gebeuren? Haar antwoord: er heerste tussen beide wereldoorlogen een massale depressie, een stemming van rouw. Die werd veroorzaakt door de crisis, maar vooral omdat in de Eerste Wereldoorlog miljoenen mensen omgekomen waren. Op die berg ellende ontstond onverwerkte rouw. Die maakte mensen vatbaar voor de mythologie van de nazistaat en de vreemdelingenhaat. Die zaaiden angst en onzekerheid, waardoor de melancholie in massale depressiviteit omsloeg. Daardoor verdwenen hoop, energie en spontaneïteit.

Mensen werden zo bang, moe en moedeloos mogelijk gemaakt. Daardoor waren initiatief en spontaneïteit niet meer mogelijk.

Spontaneïteit houdt onder meer in dat je ‘nee’ kunt zeggen tegen de heersende ideologie en dat je nieuwe initiatieven mag en kan ontwikkelen. Die mogelijkheid werd weggenomen. Mensen werden zo bang, moe en moedeloos mogelijk gemaakt. Daardoor waren initiatief en spontaneïteit niet meer mogelijk. Ik leer van Arendt dat we de dingen die in onze wereld gebeuren niet los van elkaar mogen zien. Alles hangt samen. Dat laat ik ook in mijn eigen werk zien: het individuele en het maatschappelijke hangen samen, we kunnen onszelf en de wereld veranderen.

In religies vind je mythes over het verloren paradijs, zoals de tuin van Eden…

Het Eden zie ik met de Duits-Russische psychoanalytica en schrijfster Lou Andreas-Salomé als de eerste jaren van onze kindertijd, waarin we niet bewust zijn van onze taal of van onze individualiteit. Daardoor ervaren we onszelf nog niet als een van anderen gescheiden ‘ik’. Pas later besef je dat je alleen bent. Heimwee en weemoed hebben met het verlies van onze kindertijd te maken. Die verloren geraakte tijd kan je met name in rust en kunst aanstippen. Denk aan de titel van het epos van Marcel Proust – Op zoek naar de verloren tijd – en zijn anekdote over het beroemde Madeleinekoekje dat hij in lindethee doopt. Toen kwam voor hem ineens die verbinding met zijn verloren kindertijd weer tot stand.

Kunst is een noodzaak om mentaal gezond te blijven.

In kunst zie je dat vaak gebeuren: je wordt geraakt, meegenomen naar wat voorgoed verloren leek. Kunst is ook om die reden een noodzaak om mentaal gezond te blijven. Ik bedoel dat in brede zin: verhalen vertellen, muziek maken, narratieve rituelen opbouwen. Op die plek hebben we nu het beeldscherm geïnstalleerd, maar dat inspireert onvoldoende. En dan is er uiteraard de liefde: melancholie kan geheeld worden door de ervaring van liefde, zowel voor de ander als voor de wereld. Hannah Arendt spreekt van de amor mundi als voorwaarde om leven mogelijk te maken en dingen te veranderen.

Hoe ziet u de zin van het leven?

Die is velerlei. Ik lijd niet zozeer aan gevoelens van zinloosheid, als wel aan het tegendeel: er is zoveel moois en wetenswaardigs te ontdekken in de wereld! Tegelijkertijd heerst er zoveel onrecht dat ik zou willen veranderen. Genoeg te doen dus!

Wat is voor u dan belangrijk op dit moment van uw leven?

Ik wil met mijn werk de mogelijkheid vergroten om eindelijk te kunnen breken met de destructieve krachten van de louter neoliberale ideologie. Die is altijd op winst, groei en rendement gebaseerd. Ik wil graag dat mijn werk ertoe bijdraagt dat we daar andere verhalen tegenover zetten, andere mogelijkheden, andere vormen van levenskunst en filosofie, maar ook van economie. Ik hoop dat die geschoeid mag worden op een meer coöperatieve, lokale en duurzame leest.

Opnieuw vind ik hier inspiratie bij zowel Rosa Luxemburg als Hannah Arendt en bij hun visie op het politieke domein. We moeten een gesprek over de wereld voeren, onze stem verheffen tegen misstanden en gezamenlijk nieuwe wegen inslaan die tot meer duurzaamheid en solidariteit leiden.

Hannah Arendt schuift het begrip nataliteit – geboortelijkheid – naar voren in tegenstelling tot Heideggers Sein zum Tode. Haar insteek inspireert u sterk. Waarom precies?

Nataliteit heeft net te maken met initiatiefrijkheid: een nieuw begin maken. Daarop baseert Hannah Arendt haar hoop omdat we als mensen kunnen nadenken, ons gedrag tot voorwerp van reflectie kunnen maken en een nieuw begin kunnen maken. Nataliteit betekent dat je met elk nieuw inzicht of initiatief steeds opnieuw geboren wordt, ook al is het bescheiden.

met elk nieuw inzicht of initiatief word je steeds opnieuw geboren.

In de filosofie van Hannah Arendt is die nataliteit sterk verbonden met pluraliteit: wanneer mensen in de wereld een nieuwe gedachte ontvouwen of een nieuw initiatief nemen, tonen ze daarmee wie ze zijn. Uiterlijke kenmerken noemt zij de ‘wat-heid’ van de mens; de andere stem is de ‘wie-heid’: de daimon van de eudaimonia. Ik pas dat toe op de hedendaagse identiteitsdiscussie. Een bevrijdingsbeweging – zoals woke bijvoorbeeld – heeft een eerste fase van bevrijding nodig om het juk van onderdrukking en discriminatie af te werpen. Maar echte vrijheid komt pas daarna. In de vrijheid die dan ontstaat, gaat het erom te laten zien wie je bent en hoe je een bijdrage denkt te kunnen leveren aan een wereld die rechtvaardiger, gelijkwaardiger en duurzamer is.

Interview: Johan Van der Vloet

Schrijf je gratis in en luister online naar Joke Hermsen op donderdag 7 oktober van 20u00 tot 22u00!

Joke J. Hermsen, Kairos. Een nieuwe bevlogenheid, Amsterdam, De Arbeiderspers, 2015.

 

 

 

 

 

 

Joke J. Hermsen, Melancholie van de onrust, Amsterdam, De Arbeiderspers, 2017.

 

 

 

 

Ontdek ook de andere data en sprekers in de Sociopolis-seminariereeks 2021-2022: ‘Is er nog tijd voor de mens in onze zorg en economie? Over kloktijd en een andere tijd.’ Schrijf je in en volg gratis de online-lezingen! 

Lees ons dossier ‘Woke!’

Lees ons dossier ‘Nieuwe economie’!

Boeiend artikel? Help ons zin geven en delen

 Dank je wel!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here