Kunnen ijsjes van zand een kindje troosten?

0
81
Ayo speelt in de zandbak © Brigitte Puissant

Kunnen ijsjes van zand een kindje troosten? Of geef ik mijn tutje? De kleine Ayo merkt dat je niet altijd kan helpen, maar toch komt het goed. En dat leidt tot een schommellied! 

Die scène in de speeltuin moet ik zeker opschrijven, voor jou, voor later, wanneer je al mijn cursiefjes zal lezen!

Een jongetje schreeuwt hartverscheurend, even verderop. Jij speelt in het zand. Net zoals ik, kijk je om en blijf je kijken. Naar de papa die zacht op hem inpraat, terwijl de jongen blijft huilen en geen aanraking van hem wil.

Net zoals jij vraag ik me af of we de papa kunnen helpen en het kindje van anderhalf jaar kunnen troosten. Ik zoek naar iets in mijn zak. Maar jij bent me voor. ‘Kindje toosten (troosten)’, zeg je meelevend.

‘Ik zal een ijsje gefen’, stel jij voor. Je vult een speelgoed-ijshoorn met zand en loopt samen met mij naar het kind toe. ‘Wil je een ijsje?’ De jongen stopt met huilen en kijkt vluchtig naar je aanbod, even. Dan draait hij zich om en huilt opnieuw, terwijl hij verder wegloopt van zijn papa. Daarna wil je hem al je ijsjes geven, dat zijn er drie. Jij draagt er twee, ik één, nadat je ze zorgvuldig met zand hebt gevuld. ‘Milan, kijk, wat het kindje voor je mee heeft’, zegt de papa. Maar het jongetje kijkt zoals daarnet even om en huppelt verder.

Je wil het huilende jongetjes al je ijsjes geven, dat zijn er drie.

De papa vertelt me dat Milan in de auto sliep; ze hebben hem wakker gemaakt om uit te stappen. Paniek overviel hem. Hij was ontroostbaar. ‘Je bent geduldig’, zeg ik aan de papa, ‘het gaat wel over.’ Hij lacht instemmend.

‘Kindje wil geen ijsjes, Bibi. Ik zal hem een tutje geven’, zeg je (wonderbaarlijk dat je de toekomstige tijd al zo vlot gebruikt, je bent nog geen twee jaar en een half!). ‘Ga je hem je tutje geven, Ayo? Weet je het zeker?’ Ze knikt heftig. Een tut geven, betekent alles geven, denk ik. Ik ben ontroerd, maar stiekem blij dat het jongetje ook de tut niet wil aannemen. ‘Wat ben je lief,’ zegt de papa jou. Je hoort het niet, je blijft bedremmeld naar het jongetje kijken.

We gaan terug naar de zandbak. ‘Lief van jou, Ayo, dat je het jongetje wou troosten.’ Je zucht. ‘Soms kunnen we niet helpen’, zeg ik. ‘Niet helpen’, herhaal je terwijl je je schouders optrekt. We kijken naar al het zandspeelgoed en de ijshoorntjes die daar droevig bij liggen.

Ik neem je bij de hand: ‘Zullen we nog eens schommelen en het liedje zingen?’ ‘Jaaaaa, das leuk!’ roep je enthousiast.

Ayo schommelt © Brigitte Puissant

‘Ayo hou je vast, aan de takken van de schommel, Ayo hou je vast aan de takken van de mast. Als Ayo valt, dan valt ze in het zand, als Ayo valt dan valt z’in ’t zand.’ Een vijfjarig meisje naast ons wil dat ik nog eens zing, terwijl zij haar zusje duwt. ‘Ik heb dat liedje nog gehoord’, zegt het meisje. ‘Ja, het is het liedje van Mieke hou je vast aan de takken van de bomen.’ Nu zingen we samen terwijl we beiden de schommel duwen. Er komen kinderen bij. Ayo geniet van haar benen in de lucht en giert het uit. De kinderen op de vaste grond zingen uit volle borst.

Als we de speeltuin verlaten, zien we de papa én de mama van het jongetje met zijn zusje op een doek zitten. Ze picknicken samen. We zwaaien naar de papa die onze richting uitkijkt en zijn vrouw aanstoot terwijl hij ons aanwijst. De vrouw lacht. Ze zwaaien terug. Het jongetje speelt en kijkt niet om.

Ayo geniet huiswaarts volop van haar tutje terwijl ze ons schommellied neuriet.

De Ayo relaasjes zijn geschreven beeldjes van een oma die op haar kleinkind past. Ayo is twee jaar en zes maanden. Ze woont in Leuven, oma Bibi in Gent.

Tekst: Brigitte Puissant

Boeiend artikel? Help ons zin geven en delen

 Dank je wel!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here