Marc Vandewalle, algemeen directeur UCLL: ‘Ik zoek naar raakpunten en probeer mensen te laten samenwerken in een gemeenschappelijk project’

0
145

14.000 studenten en 1300 werknemers telt de UCLL, voluit ‘University Colleges Leuven Limburg’. Algemeen directeur Marc Vandewalle kun je makkelijk vergelijken met een CEO van een groot bedrijf. Er wordt onderhandeld, gebouwd, gemanaged. Maar het gaat vooral om mensen. Dat is meteen de rode draad die als een mantra zijn leven en werk stuwt: ‘Ik ben een man van de verbinding. Ik zoek naar raakpunten en probeer mensen te doen samenwerken aan een gemeenschappelijk project.’ En ook: ‘Je moet jongeren uitnodigen hun talenten te realiseren, zodat ze iets kunnen toevoegen aan de wereld.’

Waar lig je van wakker?

Ik ben gelukkig een goede slaper. Ik ben vooral ongerust als het gaat over mensen rond mij, ook collega’s, die het moeilijk hebben. Als je het over wereldproblemen hebt, dan maak ik me zorgen dat alles zo polariseert vandaag. Conflicten worden als het ware opgezocht, dialogeren is vaak moeilijk. Dat draagt niet bij tot vooruitgang in moeilijke thema’s. Het is uiteraard van alle tijden, maar door de snelheid van de communicatie en de directheid ervan staat alles heel gauw op scherp. Het probleem is dat verschillen alsmaar worden benadrukt en dat die bedreigend lijken te zijn. Tegelijk heb je dan weer momenten van verbinding, zoals bij de brand van de Notre-Dame in Parijs.

Wat zijn de belangrijkste ervaringen uit je jeugd?

Ik kom zelf uit een warm West-Vlaams landbouwersgezin in een kerkdorp met een sterk gemeenschapsgevoel. Ik heb religie daar al snel ervaren als gemeenschapsvormend. Dat ben ik in mijn verdere visie op religie altijd blijven meedragen. Mijn mooiste jeugdherinneringen heb ik aan het internaat van het Klein Seminarie van Roeselare.

Ik weet dat het elders soms anders was, maar zelf heb ik 0,0 % negatieve ervaringen met geestelijken. We werden positief benaderd, uitgenodigd om van alles te ondernemen en te doen.

We hadden daar een subregent-priester die ons vrijheid en verantwoordelijkheid aanleerde. We kregen veel experimenteerruimte. Ik weet dat het elders soms anders was, maar zelf heb ik 0,0 % negatieve ervaringen met geestelijken. We werden positief benaderd, uitgenodigd om van alles te ondernemen en te doen. Zo reden we bijvoorbeeld even naar de kust om een trappist te drinken en als we terugkwamen, hadden we iets georganiseerd. Die zin voor verantwoordelijkheid en het gedrevene dat ik nu bij mezelf ervaar, is daar kunnen kiemen.

Wat wilde je als kind worden en wat is daarvan gekomen?

Ik wist algauw dat ik iets met onderwijs en jongeren wilde doen. Ik stond ook graag op de planken. En ja, onderwijs heeft ook iets van theater, hé (lacht). Ik wilde eerst onderwijzer worden, dan regent, dan licentiaat en dat is het dan ook geworden. Ik ben Germaanse gaan studeren, vooral omdat ik zeer geïnteresseerd was en nog altijd ben in literatuur. Tijdens mijn legerdienst hoopte ik les te geven, maar ze hadden mij liever als vrachtwagenchauffeur. Ook heel interessant.

Hoe ging het dan verder?

Na tien jaar lesgeven, werd ik departementshoofd handelswetenschappen en bedrijfskunde aan de KHLIM (Katholieke Hogeschool Limburg). Daarna was ik secretaris-generaal van VLHORA, de Vlaamse Hogescholenraad, en nu algemeen directeur van de UCLL. Het klinkt misschien raar, maar alles in mijn leven is op mijn pad gekomen, ik heb nooit een carrièreplanning gemaakt.

Wat waren de sleutelmomenten in je leven?

Dat vind ik een interessante, maar lastige vraag (denkt na). Ik ben op dat vlak nogal een nuchter mens. Ik zou kunnen zeggen: de dag van mijn huwelijk en de geboorte van mijn kinderen. Dat waren natuurlijk belangrijke momenten, maar het is vooral de verbondenheid die mij aanspreekt. Bij de geboorte van mijn kinderen voelde ik heel sterk die verbondenheid met mijn vrouw.

Hoe ga je om met moeilijke momenten?

Op persoonlijk vlak heb ik nog niet veel meegemaakt. Ik voel mezelf eigenlijk een zondagskind. Ik heb het uiteraard wel moeilijk met de aftakeling van mijn ouders, maar dat hoort ergens bij het leven. Het moeilijkste vind ik als ik mensen rond mij zie afhaken of merk dat ze iets niet meer aankunnen. Ik probeer dan te zoeken naar oplossingen om het te verhelpen of om te vermijden dat er iets ergs gebeurt.

Wat is voor jou het doel van onderwijs?

Onderwijs betekent voor mij vooral: het ontwikkelen van de hele mens, zowel als individu en als sociaal wezen. Die ontplooiing wil ik verbinden met inzet in de maatschappij. Je moet jongeren uitnodigen hun talenten te realiseren, zodat ze iets kunnen toevoegen aan de wereld.

Hoe reageer je op de kritiek op het onderwijs?

Och, vroeger was de aanpak heel anders, natuurlijk, maar elke tijd heeft andere noden. Ik ben een optimist op dat vlak, hoewel ik realistisch wil blijven.

De hogeschool heeft het niet makkelijk. Hoe ga jij daar mee om?

De hogescholen hebben te kampen met onderfinanciering. Dat vraagt al heel wat inspanningen. Daarnaast is er de schaalvergroting. Niet iedereen stond daarvoor te springen. Fusies zijn een noodzaak om aanbod en kwaliteit te garanderen. Tegelijk zijn het uitdagingen. Het is een hele klus om de meerwaarde te laten zien aan alle medewerkers. Daarin speelt de polarisatie ook een rol. Ik probeer iedereen mee te krijgen in de boot.

Wat is voor jou de belangrijkste waarde in je leven?

Ik ben een man van verbinding. Ik zoek naar raakpunten en probeer mensen te laten samenwerken in een gemeenschappelijk project. In mijn geval gaat het over studenten en personeel, maar ook over de overheid. Daarin is je wereldbeeld van groot belang.

Marc Vandewalle: ‘Ik ben een man van verbinding.’

Levensbeschouwingen zijn manieren om gemeenschap te vormen. Dat is zeker voor alle religies zo. Ik zie dat ook in mijn persoonlijke relaties. Laatst zijn we met de kinderen naar India geweest. Dat waren intense momenten van verbondenheid.

Plaats je geloof en spiritualiteit ook in die verbinding?

Ik ben zelf katholiek opgevoed en ik vind de waarden van dat geloof nog altijd een ongelooflijke bron van inspiratie. Ondertussen hebben geloof en spiritualiteit een nieuwe naam gekregen: zingeving. Voor mij zijn twee dingen belangrijk: het vormen van een gemeenschap en een bril aanbieden, een taal om daarover te spreken. In die zin voel ik me wel ‘religieus’. Wij hebben in onze generatie christelijke waarden meegekregen. Dat blijft een referentiekader, een manier om te spreken over barmhartigheid, vergeving, … Ook moslims zijn met zo’n kader naar hier gekomen. De vraag is hoe je daarmee omgaat.

Het is belangrijk om met jongeren over zo’n kader te spreken en hun zingevingscapaciteit te ontwikkelen. Anders lopen ze het gevaar achter de verkeerde vlag te lopen omdat ze geen waardenkader meer hebben. Ik ben op dat vlak optimistisch. Ik heb de indruk dat jongeren zingeving op een andere manier beleven en tegelijk ervaren dat ze die nodig hebben.

Hoe gaan jullie met zingeving om binnen de UCLL?

Binnen de UCLL in het algemeen en het vak religie, zingeving en levensbeschouwing in het bijzonder moeten we hen de mogelijkheid geven om daarmee aan de slag te gaan.

Ik heb de indruk dat jongeren zingeving op een andere manier beleven en tegelijk ervaren dat ze die nodig hebben.

De christelijke levensbeschouwing is voor de hogeschool de preferentiële toetssteen. Persoonlijk vind ik dat er in religie en levensbeschouwingen enorme mogelijkheden en krachten zitten om menselijke ontwikkeling te verrijken. Neem nu de kracht van rituelen. Ik hoop dat de leerkrachten die we nu opleiden voor levensbeschouwingen sterk die verbinding met elkaar en met de universele menselijke zoektocht maken.

Hoe sta jij zelf tegenover geloof?

Ikzelf ben ook anders gaan denken over geloof. Ik ben zeker christelijk. Dat gaat verder dan cultuurchristendom. Ik zou mezelf een ‘waardenchristen’ noemen. Ik waardeer ook heel sterk het gemeenschapsvormende van een kerk, hoewel ik zelf niet kerkelijk ben. Tijdens mijn vakantie in Italië loop ik wel eens een kerk binnen. Van de sfeer die daar hangt, krijg ik een warm gevoel. Dat heb ik ook in de kerk in Soweto waar je de kogelgaten van het apartheidsregime nog ziet.

Als vertegenwoordiger van de UCLL ontmoet je heel wat belangrijke mensen, zoals onlangs de koningin. Hoe was dat?

Dat was een goed gesprek. Ik ervaarde het niet zozeer als een gesprek met het staatshoofd, eerder met een geïnteresseerde vrouw. Ik was er vooral om kansen te creëren voor studenten in het buitenland en kon ook een oud-studente spreken. Ik ervaar al die ontmoetingen als een geschenk. Ik moet daarbij natuurlijk de belangen van de hogeschool waarnemen en netwerken onderhouden en uitbouwen. Soms moet ik echt aan belangenverdediging doen. Dat is niet het gemakkelijkste stuk van mijn job. Als secretaris-generaal van de VLHORA vond ik dat niet zo moeilijk omdat dat over de groep ging. Nu is de concurrentie zo sterk dat men verwacht dat ik zelf klappen uitdeel aan anderen. Dat ligt minder in mijn aard. We werken met heel veel overheidsgeld, geheel terecht, maar dat brengt ook verantwoordelijkheden mee. De kern van de zaak blijft goed onderwijs.

Welke houdingen vind jij belangrijk en wil je doorgeven?

Probeer iets te realiseren, kijk naar wat mogelijk is in plaats van naar wat niet kan. Ik ben voluntaristisch en haal daar mijn energie uit. Ik draag die naam met fierheid (lacht). Denk aan de UCLL-filosofie van Moving Minds: we willen vakkennis ook inzetten voor een zinvolle toekomst.

Wie of wat inspireert jou?

Ik vind de Bijbel een groot symbolisch geschrift met een heel krachtige figuur: Jezus. Hij inspireert mij sterk. Ik was vorig jaar in Zuid-Afrika bij het huisje van Mandela. Hem bewonder ik echt om zijn verbindende kracht hoewel hij alle reden had om wraak te nemen.

Marc Vandewalle: ‘Mijn voorkeur gaat meer uit naar doeners.’

Ik heb veel respect voor mensen die verantwoordelijkheid nemen en dragen. Je zult mij dus niet zo snel een naam van een filosoof horen noemen, hoewel die heel inspirerend kunnen zijn. Mijn voorkeur gaat meer uit naar doeners. Verder heb ik heel veel aan de momenten met mijn vrouw. Wij hebben genoeg aan een woord om elkaar te verstaan.

Je houdt van literatuur. Wat zijn je favoriete boeken of schrijvers?

ik heb zowel iets met Shakespeare als met Bruce Springsteen, die bijvoorbeeld in The Rising teksten van hoop schrijft. Ook de Bijbel is een bijzonder verhaal. Ik vind dat geen schande als je zegt dat die verhalen zin geven aan ons leven en ons inspireren. Storytelling is nu enorm in. Waarom kunnen we die stories van de Bijbel ook niet zien als zinverhalen?

Welk spoor wil je achterlaten?

Een spoor achterlaten vind ik wat ijdel. Toch wil ik een beetje verschil maken voor onze afgestudeerden en de medewerkers iets meegeven. Het interesseert mij niet of ze zich over honderd jaar Marc Vandewalle nog zullen herinneren. Ik hoop wel dat er iets overblijft van mijn werk en dat wat ik heb willen doen voor mijn naasten verdergaat. Het zit wel in mij om de wereld zo goed mogelijk achter te laten. Het kan altijd beter, zo heb ik het geleerd in mijn opvoeding. Ik denk dat we altijd vooruitgang kunnen boeken en dus ben ik fundamenteel optimist.

Interview en © foto’s: Johan Van der Vloet

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here