‘De maan is een meisje’

0
18

De Ayo-relaasjes zijn geschreven beeldjes van een oma die op haar kleinkind past. Ayo wordt binnenkort twee jaar. Oma woont in Gent, maar logeert nu twee dagen bij Ayo in Leuven.

Voor ik Ayo naar bed breng, kijken we samen uit het raam. Ik houd haar vast in haar slaapzak, terwijl zij met haar neus op de koude ruit naar buiten tuurt. Ze geurt lekker naar kamille-shampoo. Stil kijken we naar het donkere buiten, hier en daar verlicht.

‘Donker’, zegt ze. ‘Maan weg. Maan slaapt.’ (Ze verbaast me met haar vervoeging van de tegenwoordige tijd) ‘De maan is verstopt achter de wolken’, vertel ik. ‘Zie je waar de lichtjes branden? Daar zijn de mensen wakker.’ ‘Zie je daar de buurvrouw achter het raam? Zij is ook een mens.’

Het woord ‘mensen’ leidt tot een filosofisch gesprekje. ‘Is een vogel ook een mens?’ ‘Nee.’ ‘Een vogel kan vliegen, hé, en een mens niet’, leg ik uit. Ze knikt. ‘Is Ayo een dier of een mens?’ ‘Een mens!’ lacht ze. ‘En de maan?’, vraag ik benieuwd. ‘De maan is een meisje’, zegt ze bloedserieus! 😊

’s Morgens staan we opnieuw bij hetzelfde raam. ‘Donker weg’, zegt Ayo. ‘Maan weg. Maan slaapt.’ ‘En de zon?’ ‘Zon weg, zon slaapt.’ ‘De zon is verstopt achter de wolken’, leg ik uit. ‘Zon weg, antwoordt ze.’ We kijken naar de daken en schoorstenen. Ze verrast me met haar fantasie: ‘Pieten klimmen allemaal. Op het dak lopen’, vertelt ze spontaan. ‘Waar is Sinterklaas dan?’, vraag ik haar. ‘Sinteklaas bij de kindjes’, vertelt ze overtuigd. ‘En het paard van de Sint?’ ‘In de tuin.’ ‘Wat doet hij in de tuin?’ ‘Pelen (spelen)’, zegt Ayo. ‘Met wie?’, vraag ik. ‘Met de kokodil’, zegt ze. ‘Met de krokodil?’ roep ik verbaasd’. ‘Ja!’ Op dat moment blaft de hond. Met haar vinger aan haar oor, fluistert ze: ‘Hond blaft’. ‘Ja, ik hoor hem ook’, bevestig ik. ‘Niet in tuin’, zegt Ayo ‘buurmannen.’ ‘De hond is bij de buren?’ ‘Ja’, schudt ze heftig. Een paard met krokodil in de tuin en hangende pieten aan de daken zijn voor haar minder bedreigend dan hondengeblaf. Dat moet bij de buren blijven …

Beneden schrijft ze mij het ochtendritueel voor: ‘Bibi melkje maken.’ Met haar fles in de hand kijkt ze naar de kerstboom. ‘Bibi, lichten uitgedaan.’ (Weer verwonder ik me over de vervoeging van voltooide deelwoorden.) ‘Ga jij de lichtjes terug aandoen?’ ‘Ja! Melkje hier zetten.’ Ze zet haar fles voor de kerstboom. ‘Lichtjes aan! Voilà’, besluit ze.

Ayo kijkt geboeid naar Tik Tak. © Brigitte Puissant

‘Beer Bo kijken met dekentje. Bibi ook, samen met Ayo.’ ‘Dan ga ik mijn computer halen en zet ik eerst koffie.’ ‘Ja!’ zegt ze en wacht geduldig terwijl ze op haar fles sabbelt. De laatste film voor het ontbijt is Tik Tak. Ze wijst meteen naar de ondergaande zon en de opkomende maan (of omgekeerd). ‘Kijk Bibi, de maan, de zon!’ Of hoe Ayo de tijd ordent in licht en donker, in rituelen en volgordes, in aaneengeregen zinnen met soms wat lidwoorden, voornaamwoorden, vervoegingen en ontkenningen. Sinterklaas en zijn Pieten blijven echter verder leven, ook al zijn ze al lang vertrokken…

Oma Bibi, 4 januari ‘21

Tekst: Brigitte Puissant
Coverfoto © pixabay – rv

Boeiend artikel? Help ons zin geven en delen

 Dank je wel!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here