Een lang paasverhaal: Eugen Drewermann duikt diep in het Marcus-evangelie

0
281

De tweedelige dieptepsychologische lezing van het Marcusevangelie lijkt door zijn omvang op het eerste zicht voer voor theologen. De voetnoten met talrijke verwijzingen naar filosofen en godgeleerden zijn vaak langer dan de tekst op het blad. De Duitse auteur Eugen Drewermann – zelf theoloog, filosoof en psychoanalyticus – kletst niet uit zijn nek. De lezer kan nauwkeurig nalezen hoe onderbouwd zijn stellingen zijn.

Dit werk is op de eerste plaats een bevrijdende lezing van het evangelie. Niet alleen taalkundig maar ook inhoudelijk. Drewermanns visie op Jezus en zijn relatie tot God is door en door menselijk en daarom zo makkelijk te verstaan. Zijn taal resoneert met onze dagelijkse demonen, verlangens en dromen, met ons diepste mens-zijn. Jezus spreekt ons aan op die goddelijke laag, Hij confronteert ons met de sprong die we moeten wagen om bevrijd en waarachtig te leven.

Uit de comfortzone

Die sprong is het loslaten van de angst waarvan heel onze maatschappij doordrongen is, verhuld in macht, bezit en vermeende vrijheid. De talrijke tegenstellingen in dit boek halen ons onwillekeurig uit onze comfortzone: ‘Het geld dat wij onze eigendom noemen, maakt ons hart hard voor de meest eenvoudige gevoelens van medelijden en barmhartigheid. Dat het ons onafhankelijkheid en vrijheid verschaft, is de grootste leugen. Loonslaven zijn we geworden, afhankelijke mensen in de tredmolen van het kapitaal.’

Jezus liet God zijn ‘zoals zuivere lucht de stralen van de zon doorlaat’.

Kerkelijke redeneringen zijn volgens Drewermann ook doordrongen van angst. Ze zetten mensen aan tot krampachtige ascese en deugdelijke oefening. Of ze schilderen God af als een wrede Vader die zijn Zoon als een zoenoffer naar de wereld zond om die te redden. Daartegenover stelt de auteur dat Jezus’ lijden niet gepland was maar op Hem afkwam, als consequentie van wie Hij was. Jezus liet God zijn ‘zoals zuivere lucht de stralen van de zon doorlaat’. Zijn standpunten waren niet ethisch, noch ascetisch, wel religieus. Op de vraag ‘Wat is goed?’, antwoordt Jezus: ‘Niemand is goed dan God alleen!’ God bevestigt en accepteert de mens, midden in de wereld. Vasten in traditionele zin is hier en nu dus niet meer op zijn plaats, vindt Drewermann.

De kerk is volgens hem een voorbeeld van een brandhaard waar alles verdrongen en vermeden wordt. Een rijk van angst dus. Jezus stond daar middenin. Zijn vlijmscherpe kritiek op de wettische houding van de Schriftgeleerden lijkt op de verguizing van de huidige geloofsleer door Drewermann: ‘een krankzinnige vorm van godloochening en mensenonderdrukking, gelegaliseerde oppervlakkigheid en methodische gevoelsafstomping, kleingeestig traditionalisme en karakterloze zwakheid.’

Poëtisch

De auteur gebruikt vaak een drietal overlappende opsommingen om zijn stellingen kracht bij te zetten. Ook in zijn kritiek op theologen (hou u vast, beste godgeleerden!) volgt zo’n opsomming: ‘Ze registreren het leven van Jezus, maar volgen Jezus niet. In plaats van een doornenkroon draagt de docent theologie een doctorshoed, in plaats van de ketenen van de gearresteerde in Getsemane wordt hij omhangen met de rectors-ambtsketen, in plaats van de spotmantel van de Romeinse cohorten wordt hij bekleed met het fluweel en het hermelijn van de hofstijl van de meest ijdele en decadente vorsten uit de renaissance.’

In poëtische taal – Drewermann lezen is een esthetische ervaring – drukt hij uit hoe kwetsbaar Jezus’ positie wordt midden in zo’n hypocrisie: ‘De situatie van Jezus leek op die van een patrijs na het aanbreken van de winter: de vogel draagt nog steeds zijn zomerse verenkleed, maar al bij de eerste sneeuwval ontneemt zijn schoonheid hem iedere bescherming en is hij op groteske wijze al van verre zichtbaar voor elk roofdier. Jezus wilde het gewaad van de zomer nooit afleggen. De wereld mag dan bitterkoud zijn en bedekt onder een laag sneeuw als onder een witte lijkwade, hij bleef geloven in de zomer.’

Analyses tot op het bot

De harde consequenties van deze authentieke evangelische houding beschrijft Drewermann tot op het bot. ‘De rust en de goedheid waarmee Jezus spreekt, verwart alle anderen. Juist het geloof en het vertrouwen dat Hij in God stelt, roept in de anderen alle angsten uit de oertijd wakker en noopt hen tot steeds wildere en driestere maatregelen. Juist zijn innerlijke ruimte en zijn onbegrensde begrip voor schuld en falen, voor de afgrond in mensen en voor hun ellende, verbitteren de anderen en duwen hen alleen maar dieper in het getto van hun zelfverdedigingsmechanisme.’

Als psychoanalyticus onthult Drewermann de diepere drijfveren van mensen uit het evangelie. Het is boeiend hoe hij het evangelieverhaal in al zijn beelden, lichamelijke symptomen en symbolen laat spreken. Zo komt Jezus heel dichtbij. Bezetenheid veruiterlijkt een verwrongen relatie, melaatsheid wat wij als het beschamende deel van onszelf zien, de berg is de plaats van onze eigen roeping, de twaalf leerlingen staan model voor een gemeenschap gebaseerd op de macht van vertrouwen, delen en vergeven.

‘Het is komisch dat christenen nog altijd zo heidens zijn!’

Een historisch-kritische lezing doet zo’n symbolische lectuur tekort. In zijn duiding van het lege graf-verhaal waarbij de engel symbool staat voor een nieuwe kijk stelt Drewermann: ‘Het is komisch dat christenen nog altijd zo heidens zijn (!) dat zij de geestelijke existentie louter en alleen als een lichamelijk en fysiek gebeuren opvatten. Ik ben bang dat onze christelijke kerken dit schokkend anachronisme niet langer overeind kunnen houden, als zij niet in onverdraaglijke tegenspraken wil verstrikt raken.’ Een van de conclusies uit dezelfde duiding luidt: ‘Alleen de vrouwen kunnen de mannelijke wereld van destructie en heerschappij door hun aanwezigheid het hoofd bieden.’ Als dat geen onverhulde kritiek is op de structurele discriminatie in de kerk …

Bevrijding

Drewermann verwijst voor de oorsprong van de beeldtaal in het evangelie naar het Oude Testament, naar mythen en symbolen uit de Klassieke Oudheid, archetypen in sprookjes, beelden en poëzie uit de kunst. Alsof hij de lezer aanspoort om in dialoog te gaan met zijn eigen betekeniswereld en met ons bewust of onbewust collectief bewustzijn. Dit dynamisch gegeven ziet Drewermann als een noodzakelijk spoor. Het evangelie is te lezen als een innerlijk proces dat je zelf moet gaan. Een proces dat onthult, vernieuwt en transformeert. Dat met andere woorden Pasen is.

Het evangelie is te lezen als een innerlijk proces dat je zelf moet gaan.

Het werk van Drewermann leest inderdaad als een paasverhaal dat de mens bevrijdt van wat hem innerlijk gevangenhoudt. Een bevrijding waarbij het persoonlijke en religieuze samenvalt, en dat heeft maatschappelijke gevolgen. Want bevrijd als Jezus, ben je aanklacht én drive. Tegelijk is iets onverwoestbaars geboren: de zekerheid dat het leven sterker is dan de dood, dat er altijd, altijd troost is en altijd, altijd hoop.

Tekst: Brigitte Puissant, docente met pensioen, pedagoge, vrijwilliger bij TAU en OKAN
Coverfoto © pixabay – rv

Drewermann, E. (2020). Wegen naar menselijkheid. Dieptepsychologische lezing van het Marcusevangelie. (M. Nusselder, Vert.) Middelburg: Skandalon.

Bestel bij uitgeverij Halewijn dit standaardwerk in twee delen nu met 4,50 euro korting: vul kortingscode MAGAZIJN0421 in !

 

 

 

Boeiend artikel? Help ons zin geven en delen

 Dank je wel!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here