Econoom Erik Vanleeuw: ‘Wat is de gemeenschappelijke grond waarop we staan? Die vraag stel ik mij voortdurend.’

0
92

‘Passionate about caring people and caring societies’, zo staat het op zijn LinkedIn-profiel. Erik Vanleeuw studeerde eerst communicatie, kwam zo in de mediawereld terecht, koos daarna voor een studie filosofie met optie godsdienstwetenschappen en uiteindelijk economie (MBA) aan de Vlerick Management School. Een bijzonder parcours! Vandaag is hij algemeen econoom van de zusters Annuntiaten van Heverlee en mede-initiatiefnemer van het Sociopolis-project. Dat wordt op de campus van de zusters uitgebouwd en daar brengt hij zijn ideeën over spiritualiteit en economie in de praktijk.

‘Ik heb enkele jaren voor VRT en Radio 2 Limburg als journalist en nieuwslezer gewerkt. Nadien voor Braambos en voor KTRO-KTRC als eindredacteur van Braambos-radio. Later volgde het Dondeynehuis, een samenwerking van de KULeuven en de jezuïeten. Ik kwam erbij toen het project omgevormd was van een oriënterend jaar naar een andere formule: oorspronkelijk volgden studenten een halftijds programma wijsbegeerte, het andere deel vulden we in met een huisprogramma vanuit een sociaal-culturele en religieuze-spirituele pijler. Later werd het dan opengetrokken naar voltijdse studenten uit alle studierichtingen die het huisprogramma er naast hun studie bijnamen.’

Hoe kwam je in dat Dondeynehuis terecht?

Jezuïet Hugo Roeffaers sprak de toenmalige verantwoordelijke voor het monitoraat van de faculteit wijsbegeerte, Geertrui De Ruytter, aan. Hij was op zoek naar een directeurskoppel dat de fakkel wou overnemen van de toenmalige directeur. Dat zijn dus mijn vrouw en ikzelf geworden. Mijn echtgenote was de eerste directeur van het Dondeynehuis, later heb ik die taak op mij genomen. Daarna ben ik ook in studentenhuis Lerkeveld – dat is een Jezuïetenhuis – als directeur aan de slag gegaan. Hier boden we een gelijksoortige omkadering aan de 140 studenten aan. In dit huis woont ook een grote communauteit van jezuïeten, met een privaat uitgebaat rusthuis waarvan ik dan later directeur werd.

Ik heb ongeveer zestien jaar gewerkt voor de jezuïeten. Nadien heb ik heel even voor enkele maanden een omweg gemaakt langs de sector van de commerciële zorg. Eind 2016 – begin 2017 ging ik aan de slag als algemeen econoom voor de Congregatie van de zusters Annuntiaten van Heverlee. Daar raakte ik ook betrokken bij het Sociopolis-project.

Van journalist naar econoom, dat lijkt me een behoorlijke omslag. Hoe ging dat precies?

Ik heb communicatie – meer bepaald pers en voorlichting – gestudeerd. Zo verzeilde ik op de VRT.

Na een aantal jaren voelde ik dat ik meer zocht, ik wilde me meer levensbeschouwelijk verdiepen.

Ik deed daar stage op de dienst teletekst en kon meedoen aan een stemtest. Na een aantal jaren voelde ik dat ik meer zocht, ik wilde me meer levensbeschouwelijk verdiepen. Daarom ben ik vier jaar wijsbegeerte en godsdienstwetenschappen gaan studeren. In 2013-2014 heb ik dan ook nog een MBA aan de Vlerick Managementschool gehaald.

Wat een uitdaging!

Ja, om de drie weekends volgde ik een heel weekend les van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Van wijsbegeerte naar harde economie is een grote sprong. Het was dus in zekere zin buiten mijn comfortzone. Maar tegelijk was ik altijd al geïnteresseerd in economie en wat het doet met mensen en onze wereld. Ik ben, denk ik, meer een generalist dan een specialist en ga dus graag op zoek naar de grote lijnen en bewegingen.

Wat houdt jouw werk als econoom in?

In mijn huidige job ben ik uiteraard ook bezig met cijfers, maar toch is de job van de econoom van de congregatie veel meer dan dat. Zo denk ik bijvoorbeeld mee na over de congregatie als organisatie en werk ik mee aan de ontwikkeling van visie en beleid in de verschillende projecten die door de congregatie werden opgestart.

Ik heb ook een zeer gevarieerd takenpakket. Dat gaat van het verkopen van assistentiewoningen van het WZC, over verzekeringsaangelegenheden, het schrijven en afsluiten van contracten en overeenkomsten, het aanvragen en coördineren van vergunningen, véél vergaderingen en overleg, tot het méé ontwikkelen van ons Sociopolisverhaal en alles wat anderen niet willen doen (lacht).

Is dit de job waarvan je als kind al droomde? Of is dat eerder gaandeweg gegroeid?

Als kind in het derde studiejaar vertelde ik aan mijn juf dat ik priester wilde worden. Ik hoorde later dat een grootoom langs moederszijde iedere ochtend met de fiets van Alken naar Hasselt reed om bij het Heilig Paterke te bidden, onder meer voor zijn familie. En ik meen me ook te herinneren dat hij bad dat sommigen van de kleinkinderen priester zouden worden. Dat maakte wel indruk op mij.

Mijn gevoeligheid voor het levensbeschouwelijke zat er dus in zekere zin van jongs af aan in. In alles wat ik later professioneel gedaan heb, komt de zoektocht naar wat zinvol is en verbinding legt met de grote oorsprong van het leven als een rode draad terug.

Ik ‘geloof’ dat gezond geloof altijd gepaard gaat met gezond en (zelf)kritisch verstand.

Tegelijk wilde ik niets doen waarbij ik mijn verstand op nul moest zetten: geloof én ratio dus. Ik ‘geloof’ overigens dat gezond geloof altijd gepaard gaat met gezond en (zelf)kritisch verstand. Zoals ook gezonde professionals en leiders best én over een zeker geloof én over een zeker gezond verstand beschikken.

Hoe vul jij de band tussen management, economie en spiritualiteit in?

Voor mij is het heel belangrijk om te zoeken hoe je bruggen kunt slaan. Wat is de gemeenschappelijke grond waarop we staan? Die vraag stel ik mij voortdurend. De antwoorden zijn telkens weer verrassend. Zo hebben de meeste mensen een doel in hun leven en zijn ze, soms meer, soms minder uitgesproken op zoek naar iets. Economie, management en spiritualiteit mogen dan werelden zijn die op het eerste gezicht heel ver van mekaar afliggen, toch gaat het telkens om milieus waar je, als je aandachtig kijkt, vooral zinzoekende mensen ontmoet.

Erik Vanleeuw: ‘Hoe kunnen we onze engagementen op een zinvolle manier aanpakken in plaats van tegenover elkaar te staan en elkaar te bekampen?’

Voor mij is het van jongs af aan heel belangrijk geweest om goed te weten waar het voor mezelf en voor anderen meer in de diepte om gaat in het leven. En ook: hoe kunnen we onze engagementen op een zinvolle manier aanpakken in plaats van tegenover elkaar te staan en elkaar te bekampen? In conflicten voel ik weinig vreugde en weinig leven, zeker ook als ik er zelf niet in slaag om over de tegenstelling heen contact te leggen met mensen. Ik wil graag verbinden. Als dat niet lukt, dan is de uitkomst altijd zeer pover en voel ik mij arm.

De Zusters Annuntiaten liggen aan de basis van Sociopolis. Zij hebben een gelovige visie op hun project en op de wereld. Hoe verhoud jij je tot de christelijke traditie?

Ik ben katholiek opgevoed. Dat geloof heb ik met de paplepel meegekregen, op een manier die mij heeft aangesproken. Daarin heb ik dus geluk gehad. Ik heb nooit de behoefte gehad – zoals veel van mijn tijdgenoten – om mijn geloof radicaal af te wijzen. Uiteraard ben ik van een eerder kinderlijk en naïef geloven doorheen een fase gegaan waarin ik mij vragen stelde. Maar de grondslag is altijd aanwezig gebleven.

Ik heb nooit de behoefte gehad – zoals veel van mijn tijdgenoten – om mijn geloof radicaal af te wijzen.

Als jonge twintiger heb ik mijn echtgenote ontmoet in een gebedsgroep van de charismatische beweging. Daar heb ik een andere, heel geïncarneerde manier van geloven leren kennen. Dat was een echte herontdekking en verdieping van mijn geloof. Dat verklaart ook hoe ik bij Braambos terecht gekomen ben. Ik wilde journalistiek bezig zijn met het geloof.

Daarna kwam je via het Dondeynehuis in contact met de jezuïeten. Die hebben een heel eigen spiritualiteit…

Ik vind de ignatiaanse spiritualiteit vandaag meer dan ooit relevant. Zo zijn er bijvoorbeeld de Geestelijke Oefeningen waarbij je aandachtig het leven van Jezus beschouwt en leert kijken naar en onderscheiden tussen je innerlijke bewegingen, zowel de positieve als de negatieve. Voel ik daar troost bij of word ik daar troosteloos van? Dat is een heel belangrijk onderscheidend element. Ik zou willen dat ook vandaag nog meer mensen van dat inzicht gebruik konden maken. In onze chaotische wereld kan dat zeker helpen, in elk geval mij toch.

Voel ik troost of word ik troosteloos? Dat is een heel belangrijk onderscheidend element.

Als ik nu hier aan het werk ben, dan merk ik een hele grote verwantschap met de ignatiaanse spiritualiteit die ook een keuzespiritualiteit is. Als dit WZC hier nu zo staat, met deze waarden en deze mensen, dan heeft dat ook te maken met sterke onderscheidende keuzes die gemaakt werden en nog iedere dag gemaakt worden. Dat is een traditie die hier in de stenen zit en die dit project mogelijk maakt. Het betekent ook dat je je hart opent, als individu en ook als organisatie.

Hoe zijn de reacties als je vertelt dat je gelovig bent?

Er bestaat bij sommigen een misvatting over geloof als zou het iets zijn waardoor je afgesloten raakt van het ‘echte leven’ of waardoor veel dingen ‘uitgesloten’ zijn. Maar een welbegrepen geloof maakt het juist mogelijk om je hart te openen en ontvankelijk te zijn voor heel veel dingen! Het is precies die openheid die ik ook hier ervaar bij de zusters en de medewerkers in het WZC en op de campus. Dat maakt deze omgeving zo fris en daarom voel ik me hier zo goed.

een welbegrepen geloof maakt het juist mogelijk om je hart te openen en ontvankelijk te zijn voor heel veel dingen!

Toch is het moeilijk om je vandaag in onze maatschappij te bekennen tot het christelijk geloof. Daarvan getuigen komt met een kostprijs. Mensen steken je snel in een hokje en dan lukt het vaak minder goed om open en eerlijk van gedachten te wisselen. Dat vind ik heel jammer. Ik begrijp wel van waaruit mensen het christelijke geloof afwijzen, maar moet je dan het kind met het badwater weggooien?

Natuurlijk, Kerk maken, geloof beleven en verkondigen blijft mensenwerk en dus gebeurt dit soms ten goede, soms ten kwade. Ik voel dus zeker geen behoefte om blind te zijn voor wat in de naam van het geloof allemaal fout is gegaan. Het allerbeste en het allerslechtste kom je tegen in de Kerk, in geloofsgemeenschappen en in religieuze congregaties. Het lijkt me cruciaal om dit altijd te blijven zien en benoemen.

Interview en foto’s: Johan Van der Vloet

Boeiend artikel? Help ons zin te geven en te delen door lid te worden van MagaZijn: klik hier en sluit je aan bij het MagaZijn van de zin!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here