Directeur woonzorgcentrum Laurence Degreef: ‘Een mooi levenseinde draagt de familie mee voor de rest van haar leven.’

0
774

Haar moeder suggereerde haar om verpleegkundige te worden, en dat voelde ze aan als haar roeping. Vandaag is Laurence Degreef directeur van het woonzorgcentrum van de Annuntiaten in Heverlee: ‘In het WZC is het heel belangrijk dat de familie op een rustige manier, met een goede omkadering en goede zorg afscheid kan nemen van geliefden. Een mooi levenseinde draagt de familie mee voor de rest van haar leven.’

Hoe ben je hier terecht gekomen?

Ik studeerde verpleegkunde aan de Katholieke Hogeschool in Leuven. Voordien volgde ik een jaar psychologie, maar daar heeft het vak statistiek mij de das omgedaan. Van in het middelbaar was heel duidelijk dat ik iets met mensen wilde doen. Zeker geen administratieve job voor mij! Mijn moeder suggereerde mij om voor verpleegkunde te kiezen. Van bij de start merkte ik dat die opleiding echt iets voor mij was. Ik heb me daarin geweldig kunnen ontplooien. Die richting lag heel dicht bij de manier waarop ik in het leven sta: zorgen voor mensen, hen helpen en op de goede weg zetten. Dat klopte helemaal. Maar na die studie was mijn honger nog niet gestild.

De richting verpleegkunde lag heel dicht bij de manier waarop ik in het leven sta: zorgen voor mensen, hen helpen en op de goede weg zetten.

Ik vond het interessant om me eens in een andere omgeving onder te dompelen. Daarom koos ik voor medisch-sociale wetenschappen aan de VUB. Ik ging er vanuit dat dat heel anders zou aanvoelen dan aan een katholiek instituut, maar dat heb ik niet zo ervaren in de praktijk.

Vanwaar jouw keuze om te werken met oudere mensen?

Na mijn stages in het ziekenhuis was het mij duidelijk dat er in de gerontologie nog heel veel werk aan de winkel is. Daarom koos ik voor ouderenzorg. Ook vandaag heerst er rond ouderenzorg nog veel negatieve beeldvorming. Daaraan heb ik nog niet veel kunnen verhelpen. Ik probeer hier in het WZC wel kleine steentjes te verleggen, maar vanzelfsprekend is dat niet.

Ook vandaag heerst er rond ouderenzorg nog veel negatieve beeldvorming.

Ook op beleidsvlak was er nog veel uitdaging. Daaraan wou ik meewerken, op voorwaarde dat dat dicht bij de mensen kon gebeuren. Ik wil graag rechtstreeks impact hebben. Ook als ik in mijn bureau beleidsteksten schrijf, zoek ik continu naar de meerwaarde ervan voor bewoners en medewerkers. In de tussentijd was ik aan het werk als afdelingshoofd van een wooneenheid voor mensen met een vorm van dementie in een woonzorgcentrum in Diest. Daar heb ik zeven jaar gewerkt, in de laatste jaren ook als kwaliteitscoördinator.

Wat doet een kwaliteitscoördinator precies?

Dat is de persoon die erover moet waken dat de kwaliteit in de voorziening hoog genoeg is. Je zorgt er dus voor dat er een kwaliteitsbeleid uitgeschreven wordt en dat dat gedragen wordt in de organisatie. Je werkt samen aan projecten om de kwaliteit van leven en van zorg te verbeteren. Er is in een woonzorgcentrum heel wat regelgeving waarmee je rekening moet houden. De kwaliteitscoördinator stuurt die mee aan, volgt die op en zorgt dat bepaalde zaken gemeten worden. Denk bijvoorbeeld aan tevredenheidsmetingen bij de bewoners, maar ook aan het behandelen van klachten. Echt een heel boeiende job! In april 2010 kwam ik naar hier als verantwoordelijke bewonerszorg. Dit jaar vier ik dus mijn tienjarig jubileum!

Hoe zag jouw job als verantwoordelijke bewonerszorg eruit?

Je staat tussen de directie en de hoofdverpleegkundigen. Je zorgt voor verbetering, voor betere begeleiding van de bewoners en hun familie. Dat heb ik gedaan tot in 2016. Toen onze directeur vertrok, vroeg onze Raad van Bestuur of ik die functie wilde overnemen. Daar moest ik diep over nadenken. Het moet een weloverwogen keuze zijn, je moet er met je twee voeten willen instaan. Het was net een heel drukke periode want het WZC ging verhuizen naar de eerste fase van de nieuwbouw. In mei 2018 is de tweede fase gerealiseerd.

Wat zijn de waarden die jou drijven in jouw job?

Nog niet zo lang geleden volgde ik een studiedag over ethiek. Eén van de workshops ging over spiritualiteit. Soms weet of voel je bepaalde zaken aan zonder dat je daarvoor de woorden hebt. In die workshop ging het over spiritualiteit als zoeken naar betekenisvolle relaties. Dat herkende ik. Spiritualiteit gaat veel verder dan religie. Het is veel breder en omvattender, het gaat over mensen met elkaar in verbinding brengen.

Soms weet of voel je bepaalde zaken aan zonder dat je daarvoor de woorden hebt.

Daarnaast vind ik het in het WZC heel belangrijk dat de familie op een rustige manier, met een goede omkadering en goede zorg afscheid kan nemen van geliefden. Een mooi levenseinde draagt de familie mee voor de rest van haar leven.

Hoe breng je zo’n liefdevol levenseinde concreet in praktijk?

We proberen altijd via zorgoverleg goed in kaart te brengen wat de bewoners zelf belangrijk vinden. Dat doen we bij de start wanneer ze hier komen wonen, maar ook bij kantelmomenten wanneer het niet zo goed gaat. We luisteren ook naar de familie, naar de dokter, naar de verpleging. We willen goed weten wat er nodig is om goede zorg te verlenen.

Laurence Degreef: ‘Heel weinig mensen zijn op de hoogte van wat een goed levenseinde betekent en wat dat met zich meebrengt.’

We werken nauw samen met een palliatief team en met een werkgroep palliatieve zorg. Elke functie is daarin vertegenwoordigd. We gaan met de collega’s aan de slag om te zien wat wel en niet goed loopt en hoe we die situaties kunnen aanpakken. Heel weinig mensen zijn op de hoogte van wat een goed levenseinde betekent en wat dat met zich meebrengt. Dat thema is een blijvend taboe. Daarom hadden we onlangs een lezing over vroegtijdige zorgplanning voor bewoners, zorgverleners, medewerkers en familie.

Vanwaar komt die terughoudendheid om te spreken over het levenseinde?

Soms heeft dat te maken met angsten. Als hun moeder of vader niet meer goed eet, zijn de kinderen bang dat ze daaraan zullen sterven. Maar dat klopt niet. Het is vaak omgekeerd: de oudere eet niet meer omdat hij of zij al aan het sterven is. Of hun moeder of vader drinkt niet meer en dus zijn ze bang dat die zal uitdrogen of daar pijn zal van ondervinden. Nee, zo is het niet. Dat is belangrijke informatie voor de familie.

Het WZC werd gebouwd door de zusters Annuntiaten vanuit hun gelovige visie op de mens. Hoe voel jij dat aan?

Ook bij mij is het geloof met de paplepel meegegeven. Mijn grootmoeder was heel gelovig. We waren vaak bij haar en hadden een heel goede band met haar. Voor mijn eerste communie kreeg ik een kinderbijbel van haar. Voor mij is mijn geloof altijd een houvast, een rustpunt en een troost geweest. Het steunt en helpt mij.

Mijn dochter doet binnenkort haar Plechtige Communie. In het begin van het schooljaar hoor je welke kinderen wel en niet hun Communie doen. Ik vind het heel jammer hoe ouders spreken over de christelijke traditie. Er wordt zo vaak op een negatieve manier veralgemeend. Ik ben niet naïef, maar toch stoort mij dat.

In zand geschreven woorden kun je makkelijk wegvegen. Dat is een mooi beeld van hoe het gaat als je elkaar vergeeft.

In een eucharistieviering ging het over het thema ‘elkaar vergeven’. In het misboekje stond een verhaal over twee vrienden. Wanneer de ene iets fout deed, schreef de andere dat in het zand. Wanneer de tweede iets goed deed, beitelde de eerste dat in steen. In zand geschreven woorden kun je makkelijk wegvegen. Dat is een mooi beeld van hoe het gaat als je elkaar vergeeft. Wat je in steen beitelt, blijf je onthouden en dat is zo belangrijk bij het goede. Daar draait het dus om. Daarom willen wij de verhalen over Jezus en God en de diepere waarden van het leven aan onze kinderen meegeven.

Waarom vind je het zo belangrijk om de verhalen uit de christelijke traditie mee te geven aan je kinderen?

In de parochie Diegem, in de noordrand van Brussel, is in de loop van de jaren een grote diversiteit van mensen gekomen. De gemeente is er niet altijd in geslaagd om die groepen met elkaar te verbinden. Als we spreken over de islam, vertellen we vaak dat moslims heel hecht zijn met elkaar. Zij delen vele waarden met elkaar, terwijl wij dat minder doen. Dat is een van de redenen waarom we minder gemeenschap vormen. Het was heel sterk om die zorg met de ouders van de vormelingen te kunnen delen. We beseften dat die nood aan verbinding ook een belangrijke motivatie is om onze kinderen hun Plechtige Communie te laten doen.

Speelt jouw geloof een rol in de manier waarop je omgaat met de medewerkers in het WZC?

We proberen de traditie van de congregatie voort te zetten in het WZC. Die dimensie wordt telkens weer ter sprake gebracht. Wanneer hier een nieuwe collega komt werken, krijgt die een boekje van ons. Op de eerste bladzijde vertellen we over de geschiedenis van de congregatie en hoe die traditie ons nog steeds bepaalt in onze manier van omgaan met elkaar. Dat zit in ons DNA en dat willen we ook vasthouden. Dan gaat het over heel eenvoudige zaken, zoals bijvoorbeeld elkaar begroeten. Elkaar goeie morgen wensen, is in onze snelle samenleving toch minder evident dan het lijkt. Als wij elkaar verschillende keren ontmoeten in de gangen, wensen we elkaar ook verschillende keren goeie morgen. Elkaar vragen hoe het gaat, past in datzelfde kader. Misschien staat die gevoeligheid haaks op de economie zoals we die nu kennen, maar voor ons is het essentieel.

Als wij elkaar verschillende keren ontmoeten in de gangen, wensen we elkaar ook verschillende keren goeie morgen.

Vanuit een hard economisch perspectief zijn we als organisatie te klein om goed te draaien. Om winst te draaien, moet je eigenlijk een bepaalde schaalgrootte hebben. Toch ben ik heel blij met onze kleine organisatie omdat het hier geen anonieme omgeving is. Je bewoners, hun familie en je medewerkers kennen, vind ik een grote sterkte. Ik ken mijn collega’s en bewoners bij hun naam en ken een deel van hun achtergrond. Zo creëren we onderling een relatie en dat draagt er zeker toe bij dat de zorg naar onze bewoners positief is.

Hoe ga je om met zinvragen in dit milieu waarin regelmatig mensen sterven?

Vaak zijn collega’s zeer aangedaan door een overlijden. Het gebeurt regelmatig dat ze dan emotioneel worden en zich daarvoor verontschuldigen. Ik vind het ontzettend erg dat ze zich excuseren en dus stel ik hen gerust. Ik vind het prima dat ze op die manier zo aanwezig en betrokken zijn. Hoe erg zou het niet zijn als ze een overlijden ervaren als de dagelijkse gang van zaken en, hup, overschakelen naar de volgende dag? Om met deze verlieservaringen om te gaan, hebben we een sms-groep met de collega’s opgericht. Als er iemand overleden is, stuur ik die info door naar iedereen die deel wil uitmaken van de sms-groep. We hebben deze bewoners heel intens verzorgd en we willen correct reageren naar hun familieleden als die langs komen.

Hoe erg zou het niet zijn als onze medewerkers een overlijden ervaren als de dagelijkse gang van zaken en, hup, overschakelen naar de volgende dag?

Voor al onze overleden bewoners verzorgen we maandelijks een gebedswake. Zo kunnen alle medebewoners en medewerkers in aanwezigheid van de familie van de overledene afscheid nemen. De inhoud van het gebedsboekje wordt telkens aangepast. Daar zorgen enkele zusters voor die samen de pastorale werkgroep vormen. Zij sturen hun voorbereiding naar enkele medewerkers die eventueel nog elementen uit het leven van de overledene toevoegen. Na de dienst zitten we samen met de familie voor een kopje koffie en luisteren we hoe het nu met hen gaat.

Interview en foto’s: Johan Van der Vloet

Boeiend artikel? Help ons zin te geven en te delen door lid te worden van MagaZijn: klik hier en sluit je aan bij het MagaZijn van de zin!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here