Kwaliteit tussen de lakens: seksualiteit en het goede leven

0
230

Wat is goede seks? Als je die vraag op het internet intikt, stoot je algauw op technieken om je eigen verlangens te ontdekken. De band tussen seksualiteit en ethiek ligt al moeilijker. Want willen we tussen de lakens niet ontsnappen aan alle wetten en normen? Is seks niet letterlijk een vrij-plaats? ‘Zeker’, zegt ethica Ilse Cornu. Ze is docente relationele en seksuele ethiek aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen, aan het Hoger Instituut voor Godsdienstwetenschappen van het bisdom Antwerpen, gastprofessor aan de Faculteit Theologie en Religiewetenschappen van de KULeuven en tevens eindredacteur van MagaZijn. ‘Maar in deze #MeToo-tijden focussen we vooral op de onderste grenzen, op het minimum. Ik vergelijk dat met de bodem in een glas. Die is absoluut noodzakelijk, maar dan heb je nog geen champagne! Je gaat toch voor meer? Je verlangt toch naar meer? Dat ‘meer’, die ‘champagne’, noem ik relaties met een kwaliteitslabel.’ Ze schreef er een boek over: Tussen de lakens

Je raakt een lastig onderwerp aan: hoewel er vaak en veel over seks wordt gesproken, vinden nogal wat mensen dat ethiek daar buiten moet blijven. Dat is iets voor ‘tussen de lakens’. Waarom dan toch dit boek?

Omdat seksualiteit een thema is dat letterlijk en figuurlijk dicht op onze huid zit. We zijn allemaal seksuele wezens. We hunkeren naar connectie, dat zit in ons dna. En seksualiteit is een heel bijzondere, intieme en kwetsbare manier van verbondenheid zoeken en beleven. De grootste vreugden en de grootste tragedies beleven we meestal in intieme relaties.

We hunkeren naar connectie,
dat zit in ons DNA.

Ethiek zoekt hoe we zo gelukkigmakend, menswaardig en zinvol mogelijk kunnen omgaan met elkaar. Dat verlangen we toch allemaal? Als we kiezen voor een seksuele relatie, wiillen we dat die onszelf en onze partner gelukkig maakt, dat die zo menswaardig en zinvol mogelijk is.

Waarom kiest iemand om moraaltheoloog te worden? Wat is eigenlijk het verschil met een moraalfilosoof of ethicus tout court?

Als tiener heb ik lang getwijfeld of ik psychologie of theologie zou studeren. Ik heb altijd een fascinatie voor mensen en relaties gehad. Ik wil mensen begrijpen in hun diepste motivaties en hen ondersteunen bij hun zoektocht naar zin en geluk. Ik heb uiteindelijk gekozen voor theologie omdat je dan zoekt naar de uiteindelijke gronden voor menswaardigheid en geluk. Ik koos voor de specialisatie ethiek omdat die zich bezighoudt met het zoeken naar meer menswaardigheid in je handelen, in je keuzes en in je hele manier van zijn.

Ilse Cornu: ‘Ik heb altijd een fascinatie voor mensen en relaties gehad. Ik wil mensen begrijpen in hun diepste motivaties en hen ondersteunen bij hun zoektocht naar zin en geluk.’

Het verschil met een reguliere ethicus is dat je als theologisch ethicus naar die menswaardigheid niet alleen kijkt vanuit filosofie en andere wetenschappelijke disciplines, maar ook vanuit een gelovig perspectief. Voor christenen is de God van Jezus het kompas voor menswaardigheid. In tegenstelling tot wat velen denken, vinden christenen God dus niet in de eerste plaats in wetten, regels, boeken en heilige huisjes. God is te vinden in een mens, en dan vooral in kwetsbare mensen die hun weg zoeken in het leven. Vanuit die ervaring en die houding leven, vind ik nog altijd een sublieme manier van ethisch omgaan met alles wat zich aandient.

De ondertitel van je boek is ‘Seksuele ethiek in dynamisch en kwalitatief perspectief’. Wat bedoel je daarmee?

Dynamisch wil zeggen dat er voortdurend beweging in zit, dat je wat waardevol en menswaardig is niet vooraf of voor altijd kunt vastleggen. Je moet meebewegen met de mensen die je begeleidt. Ieder mens en iedere relatie gaat een uniek pad met kronkels, oasen, woestijnen en panorama’s. Het is evident dat we het goede nooit volledig kunnen bereiken. We blijven onderweg.

Wat je precies verstaat onder ‘menswaardig’ en ‘goed’ verfijnt voortdurend. Dat noemen we voortschrijdend inzicht. Daarin zit ook dynamiek. De invulling van menswaardigheid blijft een benadering die historisch-cultureel bepaald is. Ze vertrekt van basale aannames, hypothesen en hulphypothesen. Die worden bevraagd, beproefd, verfijnd, geactualiseerd en herijkt vanuit nieuwe bevindingen in de wetenschappen, de filosofie en de theologie. Uiteraard zie je dan verschil van mening over ethische thema’s, ook als het over relaties en seksualiteit gaat.

En dat kwalitatief perspectief?

Met kwalitatief perspectief bedoel ik dat je niet in het wilde weg mee beweegt. Niet alles is even menswaardig of even goed. Ik heb een doel en een droom. Ik ga voor kwaliteit, omdat ook dat een duidelijk verlangen is van de meeste mensen. Wie is er nu tevreden als je in je relatie alleen maar niet moet opboksen tegen geweld, dwang, machtsmisbruik of discriminatie? Als je niet belogen en bedrogen wordt? In deze #MeToo-tijden focussen we vooral op die onderste grenzen, op het minimum. Ik vergelijk dat met de bodem in een glas. Die is absoluut noodzakelijk, maar dan heb je nog geen champagne! Je gaat toch voor meer? Je verlangt toch naar meer?

Wie is er nu tevreden als je in je relatie alleen maar niet moet opboksen tegen geweld, dwang, machtsmisbruik of discriminatie? EEN bodem in het glas is absoluut noodzakelijk, maar dan heb je nog geen champagne!

Dat ‘meer’, die ‘champagne’, noem ik relaties met een kwaliteitslabel. Ik wil het verlangen naar liefde, naar duurzaamheid, naar in harmonie leven met je lichaam en je hele wezen ernstig nemen. Die kwaliteitswaarden noem ik in het boek waarachtigheid en trouw.

Je begint je boek met een citaat van de Franse priester en psychoanalyticus Maurice Bellet: ‘Ethiek moet een geschenk zijn dat licht en moed brengt op de plek waar mensen leven’. Waarom koos je dit citaat?

Vele mensen verbinden ethiek met ‘moeten’ en ‘dwang’. Maar dat is geen ethiek, dat is moraliseren. Die aanpak snijdt mensen de adem af met geboden en verboden, met plichten en idealen. Daarvan krijg je een slecht geweten en een ondermaats zelfbeeld. Daar gruw ik van.

Ethiek zie ik als een vriendelijk licht, als een warm haardvuur dat op je wacht als je verkleumd van de kou thuiskomt. Ethiek zoals ik die wil doorgeven, bemoedigt mensen, steekt hen een hart onder de riem, neemt hun verlangen naar zinvolheid, geluk en liefde ernstig. Ethiek helpt hen om dat geboorterecht te beleven door zelf tochtgenoot te zijn, door wegwijzers te plaatsen, door kleine stappen voor te stellen, door krukken aan te bieden als ze struikelen en een kompas als ze de weg kwijt zijn.

Je benadert de thema’s vanuit wat je zelf een ethisch zinmodel noemt. Leg dat eens uit?

Ik kijk niet zomaar naar een relationeel of seksueel gedrag om van buitenaf een oordeel te vellen, nee. Ik bekijk wat er gebeurt altijd vanuit drie invalshoeken: motivaties en context, mensbeeld en fundamentele waarden, keuzes en gevolgen.

Ilse Cornu: ‘Wat willen mensen met hun relationeel gedrag vertellen? Wat willen ze voor zichzelf of anderen duidelijk maken of vermommen?’

In de eerste plaats ben ik dus benieuwd naar de motivaties en bedoelingen die mensen drijven. Van waaruit doen ze wat ze doen? Wat willen ze met hun relationeel gedrag vertellen? Wat willen ze voor zichzelf of anderen duidelijk maken of vermommen? Welke emoties gaan er in iemand om? Elk gedrag heeft meerdere betekenissen. Die verschillende motieven vullen elkaar niet altijd aan. Ze staan soms behoorlijk haaks op elkaar en dan lijkt het alsof we onszelf tegenspreken. Dat heeft te maken met onze levensgeschiedenis en onze persoonlijkheid. Daarom klopt het niet als we op een veralgemenende manier spreken over ‘de mens’ of ‘de relatie’. Het is veel correcter om in het meervoud te spreken over bijvoorbeeld tieners, holebi’s, liefdesrelaties, huwelijken, singles, moeders, vaders, … Elke relationele en seksuele situatie is uniek omdat iedere persoon uniek is.

De kracht van onze motivaties vertelt veel over de intensiteit van de onderliggende noden die we vervuld willen zien. Daarom kijk ik op de tweede plaats naar de levenswaarden die iemand met zich meedraagt. De indringendste ethische vraag en dus het criterium is hier niet: wat moet ik doen, maar wel: wie verlang ik ten diepste te zijn als mens? Hoe zie ik de beste versie van mezelf en van in relatie samenleven? Wat zijn blijvende waarden in mijn leven? Als je je bestaansoriëntatie kent, krijgen alle motivaties en behoeften hun ware kleur in het licht van dit ene fundamentele verlangen. Als je bijvoorbeeld voorrang geeft aan liefde krijgt alles van daaruit zijn geëigende plaats en rangorde. Liefde is uiteraard al een invulling van de fundamentele bestaansoriëntatie.

En de derde stap?

De derde stap in het zinmodel gaat over het concrete aspect. Op basis van onze motivaties en onze bestaansoriëntatie kiezen we voor een bepaalde handeling. Die heeft een ervaarbaar en objectief karakter in de concrete realiteit. Vandaar het belang van vragen als: heb je bij je keuze aan de gevolgen gedacht? Waar voert dit gedrag heen? Wat is de impact van deze beslissing op jezelf, op anderen en op je omgeving? En daaruit volgend: welke handeling vertolkt het best je grondhouding en je bedoelingen?

Die impact kun je toch nooit vooraf inschatten?

Nee, het boeiende is dat de antwoorden op die drie vragen voortdurend in beweging zijn. Ons hele leven lang ontwikkelen we ons. We groeien, soms met horten en stoten, dan weer vloeiend. Dat groeien biedt kansen om bij te sturen en ons steeds meer te ontplooien in de richting van een zinvoller leven.

Principieel en theoretisch ethisch denken is iets heel anders – en veel makkelijker – dan werken met de concrete, complexe en ambivalente beleving van mensen.

Ook ethiek zelf is altijd een ‘groeiethiek’. Principieel en theoretisch ethisch denken is iets heel anders – en veel makkelijker – dan werken met de concrete, complexe en ambivalente beleving van mensen. Iedereen die gekwetste en gebroken mensen ethisch begeleidt, moet heel dicht bij hen blijven in hun groei. Dat betekent hen ontmoeten waar ze hier en nu staan, en waar ze morgen toe in staat zullen zijn. Adequaat aandacht besteden aan de mogelijkheden en beperkingen van concrete mensen en erkenning geven voor hun specifieke situatie gaan prima samen met een blijvende oriëntatie op het volle goede.

Maar niet iedereen heeft het goed voor met de ander, toch?

Vanuit een hard moralise­rend standpunt hoor je wel eens dat het kwaad tot stand komt omdat mensen weigeren te antwoorden op de roep van het goede. Een kwestie van onwil dus. Een groei-ethische benadering vindt het cruciaal om ook andere vragen te stellen: ‘Hoe komt het dat mensen er hier en nu niet toe komen om zich te laten leiden door de ethisch goede gezindheid? Wat is er gebeurd dat ertoe leidt dat het hen niet lukt om een ethisch juiste beslissing te nemen?’ Bij het zoeken naar antwoorden stoot je altijd op de ingewikkelde verhouding tussen onwil en onvermogen. Dat onvermogen is zelf een complexe zaak.

Hoe weet je of het echt onvermogen is?

In onze samenleving zijn we behoorlijk ‘maakbaar’ opgevoed: ‘Als je maar hard genoeg je best doet, bereik je echt wel wat je wilt!’ Toch kiezen mensen slechts zelden bewust, overtuigd en ten volle voor het kwaad als kwaad. Vaak zijn ze zodanig getekend door levenservaringen dat ze scheefgroeien. Aan hun kwaad liggen dan – naast foute keuzes – ook tragiek, kwetsuren en stoornissen ten grond­slag. Vele wetenschappelijke onderzoeken wijden zich aan deze thematiek, met evenveel multi-interpretabele uitkomsten.

Je hanteert een heel open aanpak, toch schroom je er niet voor jezelf een christelijk personalist te noemen. Wat moeten we daaronder verstaan?

Het personalisme ontstond in de eerste helft van de twintigste eeuw – vooral in Frankrijk en Duitsland – en werd verdergezet in de tweede helft van de vorige eeuw. Personalisten kwamen zowel op tegen individualisme, kapitalisme als tegen dictatoriale machtsbewegingen – denk aan het nazisme en marxisme. Bedoeling was niet zozeer om een nieuwe academische theorie over menszijn te formuleren, wel om een praktische filosofie van het engagement voor te stellen. Vroeger baseerde ethiek zich vooral op ‘de natuur’ om de idee van het goede te funderen. Personalisten zorgden voor een grondige verschuiving en verruiming: voor hen staat verbinding centraal omdat een mens maar mens kan zijn in relatie tot anderen.

Ilse Cornu: ‘Onze menselijke waardigheid is eenvoudigweg onvervreemdbaar en niet onderhandelbaar.’

Het personalisme stelt dat mensen altijd en overal ten volle als persoon gerespecteerd moeten worden. Voor dat standpunt zijn geen sociale, filosofische of religieuze argumenten nodig. Onze menselijke waardigheid is eenvoudigweg onvervreemdbaar en niet onderhandelbaar. En dat enkel en alleen omdat we mensen zijn en niet omwille van specifieke kenmerken zoals bijvoorbeeld etnische afkomst, land, huidskleur, sekse, gender, geaardheid, gezondheid, overtuiging, godsdienst, levensbeschouwing, natie, taal of status. En evenmin omwille van positieve gevolgen voor anderen zoals genot, winst, macht, eer of nut. Mensen mogen niet als object of als instrument benaderd en behandeld worden. Als je gelovig bent, wortelt dat respect voor de menselijke waardigheid in het geloof dat ieder mens kind en beeld van God is.

Zal die keuze al niet bij voorbaat sommige mensen afstoten?

Niet als mensen nieuwsgierig zijn en actief pluralistisch denken. Ik vind het zelf ongemeen boeiend als ik mag horen vanuit welke verschillende intuïties en grondhoudingen andere mensen de wereld aanvoelen en relationele thema’s benaderen. Dan durf ik hopen dat ze mij ook het voordeel van de twijfel gunnen en welwillend openstaan voor mijn argumenten en ervaringen. Als we onze wijsheid naast elkaar leggen, kunnen we zeker en vast veel van elkaar leren.

Ik durf hopen dat ze mij ook het voordeel van de twijfel gunnen en welwillend openstaan voor mijn argumenten en ervaringen.

De waarheid van een ethische keuze valt rationeel nooit volledig te beargumenteren. Vroeg of laat komt er een moment waarop je kleur moet bekennen en je waardenkader en bronnen moet verduidelijken. Daarom is kritische confrontatie met andere visies, levensbeschouwingen en religies zo belangrijk. Die gesprekken en authentieke getuigenissen behoeden je voor je eigen grote gelijk. Ze dagen je uit om blinde vlekken in je eigen verhaal op het spoor te komen en je waardengevoeligheden aan te scherpen. Dat geldt voor mij, maar evengoed voor mijn gesprekspartners. Ik merk trouwens tot mijn grote vreugde dat de meeste studenten zich thuis voelen in dat personalistische denkkader.

In de hoofdstukken over specifieke thema’s kies je voor kinderwens, homoseksualiteit en tienerseksualiteit. Als je dan spreekt over godsdienst denk ik: dat vinden die allemaal grondig fout. Klopt dat?

Gefeliciteerd, je bent ook in de valkuil van het clichématig denken over christelijke godsdienst en seksualiteit getuimeld! (lacht) En een grote kinderwens vinden godsdiensten behoorlijk oké, hoor! Je hebt het dus vooral over holebiseksualiteit en seksueel actieve tieners.

Over het homohuwelijk bespeur ik toch enige aarzeling in je boek?

Vind je dat? Ik zou dat geen aarzeling noemen, maar nauwkeurig denken. Ik geef argumenten voor diverse manieren waarop je het seksueel verschil kunt ervaren en ermee kunt omgaan. Aan de ene kant heb je een stroming in onze maatschappij die het belang van het seksuele verschil quasi volledig van tafel veegt. Of we man, vrouw, transgender, onbepaald, hetero, holebi, aseksueel of panseksueel zijn, doet er niet toe. Enkel ons gedeelde menszijn telt. Waarom? Onder meer omdat het onderstrepen van het seksueel verschil in de geschiedenis zo vaak en zo intens aanleiding heeft gegeven tot discriminatie en tot ronduit gruwelijke behandelingen van mensen die niet netjes in het hokje ‘heteroseksueel’ of ‘man/vrouw’ passen.

Aan de andere kant heb je een stroming die het seksuele verschil ontzettend belangrijk en incontournable vindt. Elke vorm van relativeren van het seksuele verschil ziet ze bijna als een aanslag op het fundament van ons menszijn. Ze verwerpt radicaal ook maar enige vorm van ‘gelijkenis’ tussen holebi- en heterorelaties en hanteert vaak ook duidelijk onderscheiden rollen voor mannen en vrouwen.

Wij worden allemaal geboren dankzij het seksueel verschil. Dat lijkt me behoorlijk belangrijk, niet?

Zelf beweeg ik me in een middenpositie: ons gedeelde menszijn is belangrijker en fundamenteler dan ons geseksueerd zijn. Tegelijk blijft het seksueel verschil een cruciale dimensie die ons hele menszijn doordringt en het verdient om gewaardeerd te worden. Die dimensie moet je niet maximaliseren en ook niet minimaliseren, wel erkennen als een stichtend element. Wij worden namelijk allemaal geboren dankzij het seksueel verschil. Dat lijkt me behoorlijk belangrijk, niet? Hoever je moet gaan in het toekennen van dat belang of net in het flexibel hanteren van rollen en verantwoordelijkheden is een moeilijke kwestie. En nee, die spreidstand is niet comfortabel, maar voor mezelf vind ik die positie op dit moment intellectueel wel de meest eerlijke.

In de bioscoopzalen loopt momenteel The Two Popes waarin twee verschillende visies op de wereld worden geconfronteerd: de pessimistische van Joseph Ratzinger en de meer optimistische van Jorge Bergoglio. Zie je die discussie ook in je eigen thematiek? En waar zou jij je opstellen?

Het is natuurlijk een karikatuur om de twee pausen op deze manier in een hokje te duwen en tegen elkaar af te zetten. Maar goed, afgezien daarvan heb je zeker mensen die seksualiteit smalend en zelfs cynisch benaderen – dus eerder pessimistisch – en mensen die haar lyrisch en vanop een roze wolk als de ultieme levensenergie bejubelen.

Uiteraard doet die tweedeling onrecht aan de realiteit. Het hangt af van je levensgeschiedenis en van je ervaringen hoe je denkt over relaties en seksualiteit. En dat ‘denken’ is veel meer dan rationeel argumenteren: het komt vanuit je buik, vanuit je hart, vanuit je kwetsuren en verlangens. Zelf vind ik het belangrijk om voeling te blijven houden met wat ik ons geboorterecht noem: onze verlangens naar veilige hechting, authenticiteit, trouw en liefde.

Het hangt af van je levensgeschiedenis en van je ervaringen hoe je denkt over relaties en seksualiteit. En dat ‘denken’ is veel meer dan rationeel argumenteren: het komt vanuit je buik, vanuit je hart, vanuit je kwetsuren en verlangens.

Ik ben er diep van overtuigd dat we als mens de mogelijkheid hebben meegekregen om ons daarop te richten en dat we, als we dat doen, ook het meeste kans hebben op een gelukkig leven. Gelovigen zeggen dan dat we naar Gods beeld geschapen zijn omdat God zelf Liefde is. Tegelijk ben ik voldoende realistisch om te beseffen dat die liefdesverlangens gekwetst en gedwarsboomd worden, zowel door onze eigen onvolkomenheden als door tragiek van buitenaf. Ondanks onze worstelingen en pijn blijft het toch meer dan de moeite waard om te blijven wedden op duurzame liefde. Het zijn heus niet alleen gelovigen die zeggen dat Liefde het uiteindelijke doel van ons bestaan is en dat de Liefde uiteindelijk zal overwinnen.

Ilse Cornu: ‘Ik ben voldoende realistisch om te beseffen dat liefdesverlangens gekwetst en gedwarsboomd worden, zowel door onze eigen onvolkomenheden als door tragiek van buitenaf.’

Je bent een vrouw, dus dat gaat niet lukken, maar stel: je wordt paus. Wat verander je in de seksuele moraal van de Kerk?

Haha, dromen mag altijd, hé! Ik zou in elk geval veel meer vrouwen, jongeren en koppels in verschillende relationele situaties en vanuit verschillende culturen mee rond de tafel vragen. Daarnaast zou ik ook experten uit verschillende wetenschappelijke disciplines en vanuit verschillende levensbeschouwingen uitnodigen om de nieuwste inzichten rond relaties en seksualiteit te verhelderen. Het is essentieel dat over relaties en seksualiteit gesproken wordt vanuit het geleefde leven, niet vanuit een ivoren toren, maar vanuit een rijk palet aan ervaringen en in een open debatcultuur. Ik zou graag het ethisch zinmodel meegeven als kompas om te leren onderscheiden waar het op aankomt.

Het is essentieel dat over relaties en seksualiteit gesproken wordt vanuit het geleefde leven en niet vanuit een ivoren toren.

Ik zou het groeiperspectief en de ethiek van de barmhartigheid die paus Franciscus aanreikt nog verder ontwikkelen. Ik zou aan de plaatselijke kerken meer ruimte geven om over ‘hete hangijzers’ autonoom standpunten in te nemen die passen bij de lokale cultuur, bijvoorbeeld rond holebiseksualiteit. Op de verschillende continenten wordt daar namelijk vanuit verschillende gevoeligheden op gereageerd.

Met dit boek geef je les aan jonge mensen en volwassenen. Wat zijn hun reacties en vragen?

Ik krijg veel positieve reacties op het ethisch zinmodel. De meeste studenten vinden het een heel bruikbare tool. Dit groeimodel staat met twee voeten in de concrete realiteit en gaat tegelijk voor kwaliteit. Dat vinden mijn studenten geweldig, want meestal blijft het in seksuele ethiek ofwel bij grensbewaking en minimumregels – nogal eens het geval bij de maatschappelijke ethiek – ofwel bij onhaalbaar hoge idealen – vaker het geval bij religies. Het groeimodel biedt ruimte voor verschillende levensbeschouwingen en geloofsovertuigingen en ook dat wordt zeer gewaardeerd. Niet verwonderlijk dat mijn studenten dan ook vooral vragen hoe ze hun eigen levensoriëntatie op het spoor kunnen komen en die verder kunnen ontwikkelen.

Interview en foto’s © Johan Van der Vloet

Lees ook onze dossiers over seksualiteit:

Ilse Cornu, Tussen de lakens. Seksuele ethiek in dynamisch en kwalitatief perspectief, Garant, Antwerpen, 2020.


MagaZijn geeft je 20% korting op ‘Tussen de lakens’! In plaats van de winkelprijs €40,50 betaal je slechts €32,50! Stuur je bestelling – samen met je postadres – vandaag nog naar info@magazijn.community!

Boeiend artikel? Help ons zin te geven en te delen door lid te worden van MagaZijn: klik hier en sluit je aan bij het MagaZijn van de zin!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here