Het Sociopolis-project: ‘Wat in een woonzorgcentrum gebeurt en samenkomt, is het leven zelf.’

0
151

Het begon met een woonzorgcentrum voor bejaarde zusters dat uitbreidde en andere bewoners ontving. Al gauw kwamen er assistentiewoningen bij, een co-housingproject voor de zusters die nog actief zijn, een woonproject voor studenten en eentje voor jongeren uit de bijzondere jeugdzorg. Sociopolis is een intergenerationeel project, dat kwetsbare mensen samenbrengt en de ‘buitenwereld’ laat zien hoe verrijkend dat samenleven kan zijn. Laurence Degreef en Erik Vanleeuw zijn de enthousiaste dragers van dit project. Zij is de directeur van het woonzorgcentrum, hij de algemeen econoom van de zusters Annuntiaten van Heverlee en mede-initiatiefnemer van het Sociopolis-project. ‘Wat we hier ontdekt hebben? Dat zorgen voor elkaar en zorgzaam omgaan met elkaar niet iets is wat alleen maar deugd doet aan mensen in deze context, maar aan heel de maatschappij.’

Het WZC en het Sociopolis-project zijn voor jullie een model van de nieuwe samenleving en van een nieuwe economische orde. Leg es uit?

Erik: Inderdaad, betekeniseconomie is onze invalshoek. Hoe kunnen we evolueren naar een nieuwe manier van economie bedrijven? Wat we hier ontdekt hebben, is dat zorgen voor elkaar en zorgzaam omgaan met elkaar niet iets is wat alleen maar deugd doet aan mensen in deze context. Ieder mens, in elke levensfase – aan het begin, in het midden of op het einde – heeft daar nood aan.

Wat in een woonzorgcentrum gebeurt en samenkomt, is het leven zelf.

We hebben nagedacht hoe we die ervaring kunnen teruggeven aan de maatschappij, hoe we dat inzicht naar buiten kunnen brengen en daarover kunnen spreken. Wat in een WZC gebeurt en samenkomt, is het leven zelf. Dat leven zijn we misschien onderweg – zonder dat dat onze eigen schuld is – kwijtgeraakt. Als we staren naar een excel-sheet en we kijken onderaan rechts of er winst of verlies gedraaid is, dan komt de persoon zelf daar niet meer aan te pas. Dat is nochtans wat er gebeurt in een verkeerd begrepen economie. De originele betekenis van oikonomia en de manier waarop Aristoteles daarnaar keek, was dat je alles zo organiseert dat alle mensen in je huishouden het goed hebben.

Wat dan met de centen?

Erik: Het winstprincipe kwam daar natuurlijk ergens wel bij kijken. Je moet er namelijk voor zorgen dat je vensters gewassen worden en de stenen op elkaar blijven staan. Maar dat was niet het einddoel, wel dat je zorgde voor de mensen in je huishouden. Vanuit de zorgsector hebben we over dat thema best wel wat te vertellen. Onze bewoners hier zijn geen producten. En ook medewerkers zijn in de eerste plaats mensen.

Onze bewoners hier zijn geen producten.

In mei 2019 pleitte de paus tijdens een conferentie over duurzame mijnbouw er nog voor om naar een nieuw paradigma voor de economie te gaan en opnieuw de mens centraal te stellen. Dat is niet toevallig. Tot de kern van ons christelijk geloof behoort verzet tegen elk systeem dat mensen doet lijden, uitbuit en uitsluit. Jezus en de God in wie wij geloven, willen dat mensen het goed hebben en zorg dragen voor elkaar. De economie zoals die zich vandaag manifesteert, is wat dat betreft stilaan een grote verschrikking. De mens is volledig naar de buitenkant geduwd.

Voel je dat ook in de zorgsector, dat de mens naar de buitenkant geduwd wordt?

Erik: Dat is delicaat terrein, hé. Ik geloof niet in commercieel georganiseerde zorg. Maar hoe je het ook draait of keert, op het einde van de dag moeten de cijfers wel zwart zijn en niet rood. Met verlies kan je een organisatie op de lange termijn niet draaiende houden. Er is bovendien een redelijke winst nodig om opnieuw te kunnen investeren in je organisatie zodat deze kwaliteit kan blijven bieden. Het verhaal verandert echter grondig als je een stuk van je winst moet uitkeren aan eventuele aandeelhouders. Dat gaat letterlijk altijd ‘ten koste’ van wat je doet. En in een zorgcontext zijn er altijd effecten op de mensen voor wie je zorgt.

Heeft dat ook effect op de medewerkers in de commerciële zorgsector?

Erik: Ik wil een duidelijk onderscheid maken tussen ‘kapitaal’ en de mensen van de vloer.  Op die vloer heb ik zorgprofessionals ontmoet die het absoluut goed menen en die een groot hart hebben voor de zorg én voor hun organisatie. Maar het economische paradigma zoals we dat vandaag kennen met focus op winst en aandeelhouders werkt niet in de zorg, vind ik. Als we het echt menen met de mensen en met de planeet, dan kunnen we onmogelijk verder werken vanuit dit paradigma. Dat heeft duidelijk zijn grenzen bereikt. We zijn onszelf en onze planeet daarmee kapot aan het maken.

Jij gaat dus voluit voor die nieuwe economie die wil werken op mensenmaat?

Laurence: Ja, en de zorgsector is daarin het voorbeeld. Die wordt de laatste jaren ook ‘vermanaged’. Dat vind ik een grote verschrikking. Iedereen in de sector wordt trouwens over dezelfde kam geschoren als er wantoestanden aan het licht komen. Dat is erg demotiverend voor al de medewerkers die een groot hart voor zorg hebben en dag in dag uit aan het werk zijn om een kwaliteitsvolle zorg mogelijk te maken. En vergis je niet: ouderenzorg is echt wel een complexe sector. Er is enerzijds heel veel regelgeving, anderzijds is zorgen voor oudere personen vaak erg complex omwille van de multiproblematiek.

De zorg die we bieden, is waardengedreven en niet winstgedreven.

Het is hier in ons WZC uiteraard niet altijd een paradijs. Ook wij of onze medewerkers pakken situaties soms niet optimaal aan. Toch denk ik dat onze insteek fundamenteel anders is dan die van commerciële organisaties. Het gaat bij ons over onze bewoners, hun familie en onze medewerkers. De zorg die we bieden, is waardengedreven en niet winstgedreven.

Jullie botsen hierbij wellicht ook op budgettaire grenzen?

Erik: Zeker. De zaak moet gemanaged worden, of we dat nu willen of niet. Zo’n huis runnen lukt niet als je geen oog hebt voor de financiën. We moeten dat luik professioneel en efficiënt aanpakken. Toch denk ik dat je een WZC performant kunt runnen en tegelijk een warm hart voor mensen kunt hebben. Ook wij moeten zorgen dat we een reserve opbouwen om onverwachte zaken op te vangen. Dus moeten we ook op lange termijn denken. Toch blijft dat anders dan zeggen: aan het einde van de rit moet ik zoveel winst gemaakt hebben.

En waar besteed ik de middelen aan …

Erik: Ja, inderdaad. In een commerciële setting kijk je eerst naar de winst die je wil behalen en dan reken je terug. Zo werkt dat daar, maar zo zou het niet mogen werken.

Vanwaar de naam Sociopolis en jullie slogan op de website: ‘Hulpverlening, hoopverlening’?

Erik: Dit is het tweede jaar dat we een seminariereeks aanbieden. Het eerste jaar ging over ‘zorgzaam samenleven’. Dat is ook de filosofie van waaruit het hele project van Sociopolis gestart is en waarop het gebouwd is. Wat kunnen wij daar zelf over leren? Wij willen naar antwoorden zoeken samen met onze bewoners, personeelsleden, studenten, mensen uit de buurt en onze sprekers. Dankzij ons grote netwerk krijgen we steeds nieuwe ideeën. Zo hebben we gezien dat Buurtwerk ‘t Lampeke vzw en De Wissel een traject van hoopverlening hadden uitgerold. Dat sluit heel goed aan bij ons eigen project van zorgzaam samenleven. En zo kwamen we op het thema voor onze tweede seminariereeks. De spreker formuleert gedachten vanuit zijn of haar professionele achtergrond en van daar start het gesprek. Daar leert iedereen wat van.

Wie verblijft er allemaal in Sociopolis?

Laurence: In het erkende deel van ons huis hebben we 62 bewoners in vast verblijf, 3 in tijdelijk verblijf en dan hebben we nog 27 assistentiewoningen. Daarnaast bieden we enkele alternatieve projecten aan die buiten de erkenning vallen. Dat is onder andere ons co-housingproject voor vijftien mensen. Op dit ogenblik zijn dat de zusters van de congregatie die niet zorgbehoevend zijn en hier in gemeenschap wonen. Later zullen ze die plekken ter beschikking stellen van mensen die op zoek zijn naar gemeenschap en niet langer thuis, geïsoleerd en soms ook eenzaam willen blijven wonen.

Zuster Lucette van de zusters Annuntiaten verzorgt met de glimlach het onthaal in het woonzorgcentrum. © Johan Van der Vloet

Vroeger was een WZC een rusthuis waar je vanaf een bepaalde leeftijd terecht kon, ook als je nog niet zwaar zorgbehoevend was. Nu vangen we vooral zwaar zorgbehoevende mensen op. Dat wil niet zeggen dat ouderen die geen zorgnood hebben, toch ook geen behoefte kunnen hebben aan een ‘zorgende omgeving’.

Hoe zit dat precies met de jongeren die hier wonen?

Laurence: We hebben een huisvesting voor acht studenten die hier op kot zijn en acht plekken voor jongeren uit de bijzondere jeugdzorg. Wij bieden als ‘huisbaas’ de infrastructuur aan, onze partners zorgen voor de begeleiding van die jongeren. Het is de bedoeling dat die tieners van 17-18 jaar hier maximaal tot hun 25ste wonen. In die tijd leren ze omgaan met geld en hun weg vinden in alle voorzieningen zodat ze voldoende gewapend zijn om zelfstandig te kunnen wonen. Tegelijk leren ze hier een netwerk vormen, want daar ontbreekt het hen vaak aan en daardoor raken ze ook sneller in de problemen. Ze wonen samen op de tweede verdieping zodat ze niet op een eiland zitten.

Op welke manier willen jullie met Sociopolis een nieuwe visie op samenleven zichtbaar maken?

Erik: Hoe je het ook draait of keert, door de manier waarop we onze samenleving organiseren, doen we heel veel aan segregatie. Wie oud is, zit in een WZC, wie jong is, zit in de jeugdbeweging of op school. En wie tussenin is, zit weet-ik-veel-waar. We zijn het intergenerationele aspect kwijt. Vroeger verliep dat vlotter. Oud leerde van jong, jong leerde van oud. Nu blijven we te vaak in onze eigen leeftijdscategorie. Hier in Sociopolis brengen we verschillende generaties samen. En zo ontdekt iedereen hoe het leven er uitziet als je van een bepaalde leeftijd bent.

Laurence: Toen we verhuisden naar de nieuwbouw, wilden we heterogene groepen maken in plaats van een blok alleen voor mensen met een vorm van dementie of voor mensen die fysieke verzorging nodig hebben. In de samenleving leven we toch ook in gemengde groepen? We hebben ontdekt hoezeer de mensen hier voor elkaar zorgden. We hebben individuele gesprekken georganiseerd om te horen waar onze bewoners precies wilden verblijven op de nieuwe plek. Ze antwoordden los van de problematiek van zorg van de medebewoners. Hun voorkeuren hadden altijd te maken met karakters die het goed met elkaar konden vinden.

In de samenleving leven we toch ook in gemengde groepen?

Onze aanpak was vrij revolutionair. Sommigen verklaarden mij gek! Ik zou die uitdaging nooit gemanaged krijgen … Alsof er in homogene groepen geen uitdagingen zijn! Ik wil hiermee ook niet zeggen dat bewoners met een vorm van dementie geen specifieke zorg en omkadering nodig hebben. Maar de aanwezigheid van heterogene groepen sluit gewoon erg goed aan bij het DNA van onze organisatie. We zien ook dat het werkt voor de bewoners.

Hier ontmoeten mensen elkaar in hun kwetsbaarheid …

Erik: Professionele rollen en ‘functies’ zijn in zekere zin belangrijk omdat we zo weten van elkaar waarmee we bezig zijn en wat onze verantwoordelijkheden zijn. Tegelijk verbergen die functies soms ook dat we allemaal mensen zijn. Soms zijn we sterk, soms blij, soms ook zwak en kwetsbaar. En soms hebben we problemen waarmee we bij anderen terecht willen kunnen. Zo menselijk is een mens dat hij kwetsbaar is tot in het besef dat we allemaal zullen sterven. Die ‘ziekte’ hebben we allemaal. Die kwetsbare situatie – we kunnen ziek worden, tegenslag krijgen, verdriet hebben, … – kunnen we vaak moeilijk naar buiten brengen omdat we in onze rollen moeten blijven of omdat we gehaast zijn. Dat klopt toch niet helemaal?

Het is niet omdat je aan het werk bent, dat alles goed gaat.

Laurence: Ook in het personeelsbeleid lijken er maar twee opties te bestaan. Ofwel gaat alles prima, ben je volledig aan de slag en ben je niet kwetsbaar. Ofwel heb je het andere uiterste en ben je ziek. Ik geloof in het verhaal van het midden. Het is niet omdat je aan het werk bent, dat alles goed gaat. Over die kwetsbaarheid moet een gesprek mogelijk zijn. Dan kunnen we elkaar steunen. Ik merk op de werkvloer hoe moeilijk het is om kwetsbaarheid toe te laten en uit te spreken. Hoe moeilijk het is om hulp en zorg toe te laten en hoe moeilijk het soms ook voor mensen is om goed voor zichzelf te zorgen.

Kwetsbaarheid brengt mensen ook samen …

Laurence: Onze bewoners kunnen over hun leven vertellen en dat kan helpend zijn voor de jongeren uit de bijzondere jeugdzorg en omgekeerd. Dat corrigeert de verhalen dat alles prima in orde moet zijn. Zo ontdekken we wat we voor elkaar kunnen betekenen. Hier proberen we naar medewerkers toe die openheid te hanteren, maar dat is heel moeilijk.

Erik: Dat brengt mij weer bij betekeniseconomie. De klassieke manier om onze samenleving te organiseren, loopt via wetten, procedures en strakke regelgeving. Dat is uiteraard nodig en behulpzaam. Ik vind het ook fijn als iedereen het rode licht respecteert. Ik pleit niet voor wetteloosheid. Maar als we het menen met betekeniseconomie moeten we ook nadenken over al die regels. Waar zuigen we het leven uit onze relaties? Wanneer maken we die onmogelijk? De bedoeling van goede afspraken was toch net om goed te zorgen voor elkaar?

Interview: Johan Van der Vloet
Coverfoto van Erik Vanleeuw en Laurence Degreef © Johan Van der Vloet

Dit artikel maakt deel uit van ons dossier Nieuwe Economie.

Boeiend artikel? Help ons zin te geven en te delen door lid te worden van MagaZijn: klik hier en sluit je aan bij het MagaZijn van de zin!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here