Van prinsessen, monsters en kleurige appartementen

0
96
© Ben Kerckx via pixabay - rv

‘Ik wil op karton tekenen’, zegt Louisa (4 jaar) op woensdagmiddag en neemt het nodige uit de knutselkast. Dan grijpt ze naar het blikken huis (een Leonidasdoos) boven op de kast. ‘Bibi wil jij de doos opendoen? Zonder schrikken, hé, want dat vind ik niet leuk’, zegt ze streng, waarna ze vol spanning kijkt of het me zal lukken. Als ik hard aan het deksel moet trekken, schrikken de stiften van het rinkelend lawaai, en springen sommigen uit de doos.

‘Het is ons geheim’, zei ik haar, toen de blikken chocoladedoos een plekje vond naast de plant op de kast. ‘Niemand kan raden dat in dat huisje stiften wonen.’ Louisa sprong toen in het rond met een geheim lachje en een vinger op de mond: ‘Alleen wij weten dat, alleen wij weten dat…’

‘Hé’, zeg ik, ‘het is alsof je monstertje naar een feest gaat!’

‘Mag ik die zilveren bloem nemen?’ vraagt Louisa tien minuten later, terwijl ze met grote ogen een restantje kerstversiering – een zilveren papieren ster – aan me toont. ‘Ja, ik weet dat je er iets moois van maakt’, antwoord ik. Haar blond haar hangt nu over een driekoppig grijs monster die ze zonder aarzeling rood stekelhaar en groene poten geeft. Naast en op de zilveren bloemenster kleeft ze washy glitterplakband. Aan de rand van de tafel hangen die aantrekkelijke rollen kleefband, die ze zorgvuldig afknipt.

Louisa creëert een waar kunstwerk!

‘Ik ben klaar!’ roept ze en onderbreekt zo een vijf minuten lange stilte. ‘Hé’, zeg ik, ‘het is alsof je monstertje naar een feest gaat!’ Louisa glundert en springt uit de hoge kinderstoel (die eigenlijk bestemd is voor haar broertje en nichtje) en zet het kartonnen bord op de tippen van haar tenen vóór de tekening van vorige week: een prinses met een kroon en een mond vol tanden draagt een kleed met een navel in het midden. De driehoekige vorm van haar jurk krijgt kleur door versierde washy. De tekeningen van Louisa huppelen, dansen en kleuren, net als zij, bedenk ik.

Haar broertje (anderhalf jaar) is twee uur later ook bezig met de stiften uit het blikken huis. Louisa zegt eerst nadrukkelijk: ‘Flynn, van mij mag je in je stoel, hoor’, alsof het een geweldige toegift van haar is. Flynn stuurt de punt zacht over het witte papier. En … er verschijnt een blauwe streep. Hij kijkt me aan en zegt: ‘Wow!’ (Heeft hij dat in de crèche of van zijn ouders geleerd?) We lachen. Hij grijpt dan naar de dop van de stift en steekt hem er na herhaaldelijk proberen in, terwijl hij ‘mm’, ‘mm’ zegt en rood wordt (het klinkt als het geluid op de WC). Hetzelfde duwgeluid produceert hij als hij met de nodige inspanning stippen ’tikt’ en dan met een big smile onze richting uitkijkt. ‘Wow!’ We schateren. Onze lach lijkt op de kleurige golvende lijnen op Flynns tekening.

De week erop kijkt de eenjarige Joanna me vragend aan als de doos open ‘schrikt’. Als ik het blanke vel papier voor haar leg en een kleurtje in haar handen steek, gooit ze het allemaal van zich af en schudt ze ‘nee’ zonder op of om te kijken. Al die kleurige stokken wil ze eerst onder handen nemen, letterlijk. Ze grist ze per twee of drie uit de doos en klettert ze in het deksel (hoor hoe ze rinkelen!). Sommigen rollen over de tafel. Telkens tuurt ze naar de vloer tot de betrokken stift ‘stopt’, om haar werk dan verwoed verder te zetten. Twee keer houdt ze halt om een stift grondiger te betasten: de uiteinden, de ene bol de andere hol, de oneffenheid door de dop, de dunne koker, die ze met haar beide handjes over en weer rolt, zoals een worstje uit klei. Twee lege doppen kunnen niet in elkaar. Na een paar keer proberen, legt ze er zich bij neer, alsof ze denkt: ‘Zo gaat dat nu eenmaal met stiftdoppen.’

Kleine Joanna neemt alle kleurige stokken onder handen, letterlijk.

Na deze geconcentreerde stiftactiviteit, brabbelt en kirt ze, met volle lach en putjes in haar wangen. Ze zoekt mijn blik (die ze gedurende een dik kwartier vergat) en reikt haar armen lief naar me uit. Nu even rusten op mijn schoot, met een boekje en een beestig doekje …

Het contrast tussen ernst en lach van Joanna, de vreugdeconcerten met Flynn, de fantasie van Louisa zinderen nog na … Prinsessen, monsters, kleurige appartementen, lijnen en punten, lachen naar me als ik de koelkast opentrek. ‘Oma’ en ‘kleur’ passen goed bij elkaar!

Tekst en foto’s © Brigitte Puissant

Geniet ook van de andere oma Bibi-cursiefjes!

Boeiend artikel? Help ons zin vinden en zin delen:

 Dank je wel!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here