Vluchtelingenkinderen op de zomerschool: ‘Ze snakken naar bescherming, steun en affectie’

0
52

Ik loop wat verloren in het shoppingcentrum van het Zuid, ’s morgens vroeg. Een doodse aanblik, die grijze gesloten luiken, die vanaf tien uur vrolijke commerce moeten zijn. Tot ik een jongere ontmoet met een ‘hipgescheurde’ zwarte jeans. Ik vraag hem naar de school. ‘Kom!’, hoor ik achter zijn mondmasker, maar het is vooral zijn vriendelijke wenk die meteen als welkom voelt.

Via het nieuws hoorde ik van de zomerscholen. Dat was een uniek initiatief deze zomer vanuit de Vlaamse Overheid, bedoeld om opgelopen leer-achterstanden tijdens de coronatijd te compenseren. Ik gaf me op als vrijwilliger bij de stad Gent. Het was al midden juli vooraleer ik duidelijkheid kreeg over wat, hoe en wanneer. Een minister knipt met zijn vinger maar het middenveld moet wroeten om zo’n school in vakantietijd rond te krijgen.

Ik heb vier jongeren van twaalf tot veertien jaar onder mijn hoede. Geen overbodige luxe, want de jongeren verblijven pas één jaar in België en om hun taalvaardigheid te versterken is interactie ontzettend belangrijk. Deze zomerschool wil namelijk de spreek- en luistervaardigheden versterken bij leerlingen die de voorbije periode niet veel Nederlands hebben gehoord of gesproken.

Een kleurrijke bende, afkomstig uit alle uithoeken van de wereld!

In de pauze zie ik ze alle dertig, de oudsten zeventien en de jongsten elf jaar. De jonge jongens rollebollend met een bal, de meisjes leunend bij elkaar of op de schommels, de oudste kerels grappend in een kring. De meesten hebben één of twee jaar OKAN-klas – Onthaal-Klas voor Anderstalige Nieuwkomers: leerlingen krijgen het eerste jaar dat ze in België zijn een taalbad. Dit geldt enkel voor leerlingen vanaf het secundair onderwijs – achter de rug in de school voor technisch- en beroepsonderwijs waar de zomerschool doorgaat. Volgend jaar stromen ze door naar het reguliere secundair onderwijs, vaak in een andere school. Een kleurrijke bende, afkomstig uit alle uithoeken van de wereld!

De meeste jongeren hebben één of twee jaar OKAN-klas – Onthaal-Klas voor Anderstalige Nieuwkomers – achter de rug in de school voor technisch- en beroepsonderwijs waar de zomerschool doorgaat.

Escape-room is een van de spannendste opdrachten deze week: via allerlei verstopte opdrachten en cryptische aanwijzingen, wachtwoorden en cijfercodes zullen we de sleutel naar buiten terugvinden. Tijdens deze eerste sessie zijn mijn vier gasten erg gemotiveerd. Maar ze zijn wel individueel op zoek, met minimale, bijna woordeloze communicatie onderling. Ze spreken me (nog) niet aan. A. rukt tevergeefs aan een cijferslot, loopt onrustig rond, meldt meer dan nodig via de walkie talkie aan de coördinator waar we mee bezig zijn, I. zoekt onder de tafels en U. stelt een puzzel samen. Ik ben ‘het hoge woord’ dat samenwerking aanwakkert (‘U en I , kunnen jullie samen de puzzel in elkaar steken?’), verwoordt (‘A., je krijgt dat cijferslot niet open?’), stimuleert (‘nu nog één opdracht’) en bemoedigt (‘die cijfercode hebben jullie vlug gekraakt!’).

In de volgende doorschuifsessie maken we fruitsla. De goedlachse A. haalt de snijplanken, messen, schalen en het fruit met een sprint uit de keuken. Hij gooit alles met veel lawaai op tafel, alsof hij hiermee een einde wil maken aan de stilte en het aftasten in ons groepje. Bij het opensnijden van zijn watermeloen, deelt hij de eerste rode stukken spontaan uit. Ze prijken uitdagend op zijn mespunt. ‘Stoere jongen en hyperkinetisch schatje,’ denk ik. In het bijzijn van de hoofdbegeleidster ‘bestoef’ ik zijn gedienstigheid en gulheid. Ze bedankt me daarvoor achteraf. A. krijgt namelijk, zoals de meeste kinderen met ADHD, vaak negatieve commentaar.

Fruitwoorden als watermeloen, framboos, blauwe bes en perzik vullen de gekende woorden appel, peer en banaan aan. Evenals schillen, pit, mengen, weinig, niet veel méér, minder dan, graag lusten, lekker vinden, bitter en zoet. Tijdens het opeten van onze heerlijk gevarieerde fruitsla gebeurt iets waarop ik al een tijdje wachtte. W. met Afghaanse roots vertelt dat zijn land primus is in cricket. A. kijkt hem aan met gefronste wenkbrauwen. ‘W., wil je eens uitleggen aan A. wat cricket is?’, vraag ik en … we zijn vertrokken. W. haalt zijn smartphone boven, A. komt naast hem zitten, anderhalve meter afstand of niet en er volgt een levendig gesprek tussen hen over de spelregels van cricket. Het mondmasker zakt weg tot onder de kin. W. is taalvaardiger dan A. Dat is de meerwaarde van heterogene groepjes: minder taalvaardige kinderen leren veel van kinderen met een sterkere taalvaardigheid.

De twee meisjes kijken naar zanggroepen op YouTube: A. naar erotisch getinte Amerikaanse popmuziek, S. naar sierlijke zang en dans op muziek uit haar land. Ze vertelt me met pretlichtjes in haar ogen dat zij thuis ook zo dansen als er feest is. A. en S. kijken elk om beurt gefascineerd naar elkaars videoclip.

De twee meisjes kijken gefascineerd naar elkaars videoclip.

De meeste vrijwilligers zijn leerkrachten die de leerlingen kennen. Toch voel ook ik me op die korte tijd deel van de gemeenschap. Ondanks mondmaskers en gel – die soms alle kanten opspuit – is het contact dicht en ‘morsig’. ‘Hé, dag A., blij je terug te zien! Was je gisteren ziek? Oei, stond je al aan je nieuwe school? Dat is pas volgende week! Je hebt je vergist!’ Begeleider en jongere lachen. ‘Wat we vandaag gaan doen? In de voormiddag is het les, deze namiddag is het kajakken voor de oudsten en theater voor de jongsten.’ ‘Oh, nee, ik wil geen theater, ik wil kajakken!’ ‘Waarom wil je niet naar het theater? Je bent expressief, weet je dat? En je bent zelfzeker als je spreekt.’ ‘Nee, ik doe het niet graag.’ ‘Er zijn niet genoeg plaatsen voor de jongsten, A.’. Later regelt de begeleider toch een plaats voor haar in de kajak.

P. neemt me in vertrouwen: hij voelt zich ziek van heimwee naar zijn ouders in Afghanistan.

Deze jongeren snakken naar bescherming, steun en affectie. Ze hangen van ons af om eerste stappen te zetten, de taal te leren, de hemelhoge bureaucratie te overleven, zich hier wat thuis te voelen. Een leerkracht vertelt me dat lesgeven aan anderstalige nieuwkomers niet aanvoelt als werk, wel als ‘in relatie staan’. Verbondenheid en vertrouwen staan centraal.

Een groep jongens van zestien, zeventien stellen zich niet op als stoere bonken, maar als een open kring. Hoewel ik niet met hen werk, heb ik gemakkelijk toegang tot hen tijdens de pauzes in het park. Met I. ga ik naar de apotheek omdat hij zoveel last heeft van een ontsteking in zijn mond. P. neemt me in vertrouwen: hij voelt zich ziek van heimwee naar zijn ouders in Afghanistan. O. zit gedurende een kwartier op de leuning van een bank terwijl hij in de diepte staart. Eén meisje hangt voortdurend rond de begeleiders, bedelend om aandacht. Als ik voorstel om in een kring een simpel bewegingsspel te spelen, zijn er onmiddellijk kandidaten, hoewel het spel in mijn ogen best wat kinderachtig is. (Gewoonlijk werk ik met jongere kinderen). Een kring vormen is om-geven zijn.

Voor een kringspel zijn er onmiddellijk kandidaten. Een kring vormen, is omgeven zijn …

Mijn groepje tekent zijn familie in een stamboomstructuur. U. en J. hebben minstens twee A4’ s nodig om grootouders, ooms en tantes langs beide kanten een plekje te geven. U. heeft meer dan veertig ooms en tantes, acht broers en zussen, en meer dan honderd nichten en neven. Van de bijvrouwen van haar vader kent ze enkele namen. J. uit Albanië moet ook uitwijken op haar blad omwille van een stiefvader en – moeder die beide uit een ander huwelijk kinderen hebben. J’s familie woont in Frankrijk, Italië, Duitsland en Albanië. U’s familie verblijft verspreid in Europa en de Verenigde Staten. Zij woont hier met haar moeder. Enkel bij W. zie ik een vrij eenvoudige stamboom verschijnen: ouders met drie kinderen zijn naar hier gemigreerd, de grootouders wonen nog in het thuisland.

Een stamboom tekenen vertelt heel wat over de familie en het leven van de kinderen …

Het gesprek achteraf is ontnuchterend. Ik vraag aan wie ze het meest gehecht zijn. Dat blijkt een oom te zijn bij wie W. inwoonde omdat hij daar naar school kon, een grootmoeder die zich om de tweejarige J. ontfermde na de scheiding van haar ouders en een oom van U. die het huishouden runde toen een tweede kindje geboren was. Haar vader pendelde namelijk van België naar Ivoorkust.

De tieners uit mijn groep wonen hier nu met hun beide ouders of met één van hen. De hechtings- en vertrouwensfiguur is in het thuisland gebleven. Het roept bij mij vragen op over de hechting en de vertrouwensrelatie met hun ouders. Die vormen toch de basis van elke opvoedingsrelatie?

Ik zag plots heel scherp hoe deze jongeren de zwakke plekken in onze samenleving uitvergroten.

De coördinator vertelt me nog een andere netelige kwestie. De jongeren die hier alleen aankomen, verblijven momenteel in een opvangcentrum. Zodra ze geldige documenten hebben, kunnen ze zelfstandig wonen. En dan starten ze de procedure van gezinshereniging. Ze zijn namelijk als wegbereiders alleen op pad gestuurd. Naast de verantwoordelijkheid voor de aankomst van hun gezin van herkomst – zij zijn dan gezinshoofd – studeren ze en leren ze voor zichzelf zorgen. Ze zijn volwassen als hun familie na twee of drie jaar eindelijk overkomt. En dan, na al dat bloed, zweet en tranen, wordt hun prille leven in sommige families op zijn kop gezet. Vader is nu gezinshoofd, zij opnieuw kind. Vaders wetten komen recht uit het thuisland. Zo gebeurt het dat jongeren hun studies niet mogen afmaken of een relatie moeten afbreken. Meestal leggen ze zich daarbij neer. Omdat ze zoveel in het werk hebben gesteld om hun familie naar hier te krijgen en omdat ze zo naar hen verlangden, is een breuk wel de laatste optie.

Hoewel ik maar even heb deelgenomen aan deze zomerschool, ervaar ik pijn bij het afscheid. Ik hechtte me al een beetje aan hen en zij aan mij. ‘En nee,’ antwoord ik op  hun vraag, ‘ik kan niet bij jullie lesgeven.’ De broze hechting moet dus weer afgebroken worden. Het voelt alsof ik hun vertrouwen beschaam.

Uit onderzoek blijkt dat sommige vluchtelingen hier méér trauma’s doormaken dan in hun land van herkomst.

De zomerschool meemaken was een ontroerende tijd. Ik zag plots heel scherp hoe deze jongeren de zwakke plekken in onze samenleving uitvergroten. We hebben nood aan een hartelijke en warme opvang voor gezinnen en jongeren die vaak een zware en traumatische tocht achter de rug hebben. Hier moeten ze van nul herbeginnen, met hun wortels ‘in de lucht’. Uit onderzoek blijkt dat sommige vluchtelingen hier méér trauma’s doormaken dan in hun land van herkomst. Ze worden van het kastje naar de muur gestuurd, schuiven in Brussel aan in weer en wind. Ze trotseren de anonimiteit van hun dossier, het lange wachten zonder enig perspectief, de afwijzende blik van ambtenaren, de onderbezetting van personeel en gebrek aan kwalitatieve opvang in asielcentra en vluchtelingen-onthaal, de discriminatie op de arbeidsmarkt, de onderschatting van hun mogelijkheden op school. Voortdurend moeten ze vechten om er te mogen zijn.

Geraakt door de noden van deze jongeren in de zomerschool, kan ik niet anders dan verontwaardigd zijn over de harteloosheid op zoveel niveaus (de Griekse kustwacht laat vluchtelingen sterven terwijl Europa wegkijkt). Dan volgt een aanklacht en roep tot verantwoording, zoals de weduwe van Chovanec doet. Tegelijk nodigt deze ervaring uit tot een radicale keuze en engagement voor een warmhartige samenleving. Hopelijk maakt onze nieuwe regering hier werk van. Grondig. Zodat de wortels van vluchtelingen kunnen gronden en ze opgroeien tot geëngageerde burgers.

Tekst en foto’s © Brigitte Puissant, vrijwilliger zomerschool, pedagoge met rustpensioen, auteur van ‘Baloena’ een prentenboek over kinderen van een vluchtelingengezin, uitgegeven bij Averbode.

Schrijf je ook in voor de vorming in oktober 2020 en januari 2021: ‘Hoe omgaan met verhalen en kwetsbaarheden van vluchtelingenkinderen?’

Boeiend artikel? Help ons zin te geven en te delen

Dank je wel!

Heb ook jij een hoopvol en zingevend verhaal? Stuur het ons via info@magazijn.community! Wie weet, kom ook jij in het MagaZijn van de zin!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here