Wat heb je bij vandaag?

0
18
Kleindochter Louisa met andere kleuters © Brigitte Puissant

‘We spelen schooltje, jij bent de juf en ik de kleuter van de dag, OK?’ Louisa’s stem klinkt hoog en overtuigd.

‘Wat is “de kleuter van de dag”?’, vraag ik. ‘Dat is een kindje die op een stoel mag zitten met regenboogkleuren, die mag ‘het weer’ zeggen en kiezen en de eerste in de rij staan,’ zegt Louisa in één hap terwijl haar voeten tegen mijn zetel wippen.

‘Eerst maken we het boek van de juf’, zegt ze ferm. ‘Mag ik gekleurd papier nemen?’ ‘Natuurlijk!’ Ze haalt een felgeel exemplaar uit de kast terwijl alle andere in een waaier op de grond liggen. Ze plooit het blad in tweeën, geeft me een rood potlood en zucht. ‘Nu kunnen we beginnen.’ Terwijl ze naast me terug in de zetel ploft, ruik ik de chloorgeur van het zwembad in haar haren.

Spontaan zingt ze een weerlied, vervolgens gebaart ze dat ze ‘iets’ omdraait, om vervolgens luid de dagen van de week te zingen. ‘En welke dag zijn we vandaag?’, vraag ik terwijl ik me zogezegd naar alle kinderen van de kring richt. ‘Donderdag!’ roept ze terwijl ze haar benen in de lucht zwiert en languit ligt. ‘Donderdag? Het is maar een half dagje toch?’ Ik probeer haar blik te vangen. ‘Dan is het woensdag,’ zegt ze laconiek.

Om me instructies te geven gaat Louisa rechtop zitten. ‘Nu moet jij vragen aan de kindjes wat ze bij hebben, Bibi.’ ‘Wat heb je vandaag bij, Louisa?’ Ze grijpt even verder naar haar pop die bij mij woont. ‘Ik heb een pop bij!’ ‘Ze heeft haar pyjama nog aan?’ vraag ik met een onderzoekende blik. ‘Ja, ze is ziek, ze moet naar de dokter.’ ‘Oh, ze is ziek’, zeg ik inlevend. ‘Wat heeft …’

Het is alsof ik aan iets groots mag deelnemen.

‘Nu moet je dat wel tekenen, hé, Bibi!’, onderbreekt ze mij. De Freinetschool staat bekend om zijn praatrondes, waarbij de leerkracht tekent én schrijft wat de kinderen aanbrengen. Het is alsof ik aan iets groots mag deelnemen.

Ik teken een pop met verward haar. Louisa giechelt. Daarnaast een dokterstas. Ze knikt goedkeurend als ik op die tas een rood kruis teken. Vervolgens ‘POP’. Louisa volgt mijn schrijfbewegingen en wijst naar de O. ‘Dat is een makkelijke letter, hé, Bibi, een makkie.’ We lachen.

‘En nu is het aan het volgend kindje.’ ‘Dag Lena’, knik ik naar het alsof-kind naast haar. ‘Wat heb je bij vandaag?’ Louisa (bijna vier jaar) springt naar de duwstok met wieltjes die de Sint bracht voor haar broertje (één jaar). Louisa: ‘Ze zegt: een stok met bellen, en die rinkelen van kling, kling, kling. Ik zal het eens voordoen.’ Ik ben zo verbaasd door haar gebruik van de directe rede (ze zegt: ….), dat alleen mijn oor doorheeft dat ze aan de andere kant van de woonkamer rondjes rijdt met de duwstok. ‘Dat is eirenlijk voor mijn broertje, maar ik kan er veel meer mee,’ vertelt ze als ze terug bij mij zit. ‘Hij kan dat niet zo rond de tafel, hij kan nog niet schuin rijden, dat kan ik wel.’ ‘Ah, heb jij ook een broertje, Lena?’ Louisa beseft dat ze uit haar rol is gevallen en vult gauw aan: ‘Lena heeft ook een broer, maar die zit al in de tweede kleuterklas.’

‘En nu het derde kindje, Bibi.’ Ze graait Jozef uit de kerststal. ‘Lewis zegt: Het is Jozef!’ ‘Ben je zeker, Lewis, dat het Jozef is?’ ‘Ja, het is geen herder, want een herder heeft een stok voor zijn schapen. En het is de koning niet want die zit op een kameel. Dus is het Jozef.’ ‘Waarom heeft Jozef geen stok?’ ‘Omdat dat voor oude mannen is (mijn vader die tweeënnegentig is, stapt met een stok) ofwel is zijn voet een beetje kapot.’

Ondertussen haast ik me om Jozef te tekenen en te schrijven. Louisa kijkt goedkeurend. ‘Kom, nu moet al het speelgoed in de ‘pirewittenkast’ (zo heet de lade waar de kinderen hun meegebrachte spulletjes mogen opbergen). ‘Daar mag niemand aankomen’, roept ze luid. De pop, de dokterstas, de duwstok, Jozef, belanden in de ‘juiste volgorde’ naast elkaar onder de pianostoel. De vouw van mijn ‘boekje’ strijkt ze eerst glad, vooraleer ze mijn teken- en schrijfwerk op tafel legt.

Door dit geschenk voel ik erkenning, zoiets als een ‘goede voorouder’ …

Op het familiefeest met Kerstmis heeft ze twee cadeautjes bij voor mij: een besneeuwd wijnglas met een rode kerstkabouter en kerststal en … een schrift: ‘Every day notebook’. Mijn mond valt open van verbazing. ‘Louisa heeft het zelf gekozen,’ verzekert mijn dochter me. Ik bekijk de tekeningen op de kaft en ruik aan de pagina’s terwijl ik blader. ‘Bibi, hier en hier kan je schrijven, er zijn blaadjes helemaal wit en met bolletjes…’ Ze glimlacht en kijkt lief naar me. ‘Hé, dan gaan we nog vaak praatronde spelen!’ Louisa vult aan: ‘Je schrijft toch op wat ik vertel?’ ‘Hé, ja, dààr heb je aan gedacht!’

Om deze omacursiefjes samen te stellen, gebruik ik inderdaad observaties of grappige uitspraken die ik sporadisch op een los blad of in een klein notaschrift noteer terwijl de kleinkinderen hier zijn. Door dit geschenk voel ik erkenning, zoiets als een ‘goede voorouder’ … (Het boek: ‘Een goede voorouder’ van Roman Krznaric is een aanrader, niet alleen voor grootouders!)

Tekst: Brigitte Puissant

Geniet ook van de andere oma Bibi-cursiefjes!

Boeiend artikel? Help ons zin vinden en zin delen:

 Dank je wel!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here