Zingeving is een spier die je op school kan trainen

1
82

De noodkreet van jeugdpsychologen is duidelijk: de tweede lockdown hakt behoorlijk in op het welzijn van jongeren. Gebrek aan perspectief en sociale contacten voelen ze extra hard aan omdat ze nog volop in ontwikkeling zijn. Leerkrachten merken dat heel goed. Het is lastig om de leerlingen te blijven motiveren en een aantal van hen dreigt ook uit te vallen. Kleine en grote zinvragen, die sowieso al bij jongeren leven, worden door de pandemie op scherp gesteld. Daardoor ontdekken we een onderschatte dimensie in het onderwijs: hoe kunnen we leerlingen helpen om zingevingsvragen te verwoorden en ermee aan de slag te gaan? Izabel Janssens en Johan Van der Vloet van het departement Lerarenopleiding aan de UCLL onderzochten hoe zingeving deel kan worden van het klasgebeuren en werkten een didactisch pakket uit.

Het onderzoek dateert van voor de coronacrisis maar krijgt nu extra relevantie. Jullie vertrekken van de hypothese dat zingeving een project is voor de hele school en het hele onderwijsgebeuren. Nu wordt die opdracht te vaak in de godsdienstles geparkeerd. Maar is dat wel zo vanzelfsprekend?

Johan: Men spreekt wel veel over zingeving, maar het blijft geen gemakkelijk thema. Heel wat leraren zitten ermee verveeld. Zingevingsvragen duiken nochtans op in het hele pedagogische gebeuren. Je kan zelfs zeggen dat les geven ‘zin geven’ is: je wil leerlingen helpen om hun weg te vinden, de wereld te onderzoeken, kennis op te doen die hen helpt hun dromen te realiseren en vol te houden als het tegenslaat…

Izabel: Zingeving is veel meer aanwezig in het schoolgebeuren dan we op het eerste zicht denken. Daarom spreken we in dit onderzoek ook van ‘alledaagse zingeving’. Dat is zingeving die haast ongemerkt, impliciet in het hele les- en schoolgebeuren aanwezig is. Daarnaast zijn er uiteraard ook de expliciete, existentiële levensvragen waarmee leerlingen geconfronteerd worden: dood, verlies, kwetsbaarheid, gepest worden… Zingeving maakt deel uit van een holistische mensvisie die de school inspireert.


Johan
: Het is daarom belangrijk dat werken aan zingeving schoolbreed uitgerold wordt. De eerste stap daarin is je ervan bewust worden dat de zingevingsdimensie deel is van het pedagogisch proces. We kiezen daarom niet voor aparte lespakketten. Zingeving en zinvinding moeten een deel zijn van het onderwijs zelf, een vakoverschrijdende kracht. In ons onderzoek bieden we tools aan die leraren helpen om die zingevingsvragen te zien en ze ook bij leerlingen te bevorderen. En dat zowel in hun onderwijsaanpak als in de individuele gesprekken met leerlingen en in de gemeenschappelijke momenten bij existentiële situaties.

Waarom zou je zingeving zo’n belangrijke plaats in het onderwijs geven?

Johan: Er gebeurt in de pedagogische en psychologische hoek heel wat onderzoek naar wat zingeving is en wat die doet. Daaruit blijkt dat zingeving van fundamenteel belang is voor de mentale gezondheid en veerkracht van individuen en van onze samenleving als geheel. Dat komt omdat zingeving een perspectief op langere termijn biedt. Daardoor kun je beter omgaan met moeilijke periodes. De bekende Amerikaanse psycholoog Roy Baumeister zegt dat zin – in het Engels: meaning – gaat over betekenis geven aan dingen. Die betekenis is zelf niet fysiek, maar zorgt voor verbinding en potentiële organisatie van de dingen.

Johan Van der Vloet: ‘Hoe kan ik er als leerkracht voor zorgen dat alle leerlingen – samen of individueel – zin verkennen, onderzoeken, betekenis geven en komen tot een eigen betekenisvolle en zinvolle interpretatie?’ © Johan Van der Vloet

Hij ziet vijf dimensies in zingeving. De eerste drie zijn het hebben van een doel, het ervaren van waarde en zelfwaarde omdat je iets kunt betekenen en ertoe doet. Dan is er continuïteit: we hebben behoefte aan het gevoel dat ons verleden, heden en toekomst verbonden zijn in een verhaal. En tenslotte: zingeving schept verbinding met anderen en de wereld. Baumeister merkt ook op dat zingeving het resultaat is van omgaan met life-events, van hoe je bestaande voorstellingen en verhalen uit je leefwereld aanwendt. Zingeving heeft zo een grote invloed op ons individueel en sociaal gedrag en op de manier waarop we naar de wereld kijken.

Wat is de plaats van zingeving in het onderwijsgebeuren?

Johan: Zingeving is iets wat je kan leren en oefenen. En laat dat nu net de kern van onderwijs zijn! Je kunt leerlingen dus helpen om hun zingevingscapaciteiten te ontwikkelen. Vergelijk het met een spier: je hebt ze, maar als je ze niet oefent, blijft die spier onderontwikkeld. Onderwijs kan helpen die spier te ontdekken en te versterken door ermee te oefenen en te trainen. Dat hoort echt wel bij de opvoeding, want zinvragen maken deel uit van de werkelijkheid. Ze komen vanzelf op en we worden allemaal uitgedaagd om daarmee om te gaan.

Hoe train je dan die zingevingsspier?

Johan: Door ermee aan de slag te gaan. Alle tradities van zingeving en ook onze persoonlijke invulling van zin ontstaan uit de creativiteit van ons zingevend vermogen. Zoals Baumeister opmerkt, is zingeving het resultaat van een samenspel tussen aan de ene kant je eigen zoektocht en aan de andere kant bronnen van zingeving. Je ziet hoe dat vermogen, de spier zeg maar, op die manier groeit en ontwikkelt.

 Zin ontwikkel je in een ecosysteem

Kinderen verbinden zingeving bijvoorbeeld spontaan met een antropomorf godsbeeld. Bij de adolescent maakt dit plaats voor een kritische houding en vaak ook voor een ontkenning van het bestaan van God. Sommige volwassenen hebben dan weer een uiterst diepzinnige en verfijnde opvatting over God, anderen verwerpen Hem. Nog anderen geloven niet in God, maar wel in de zingevende kracht van menselijkheid, liefde en solidariteit.

We staan in een voortdurende wisselwerking met onze omgeving en met wat daarin gebeurt. Denk bijvoorbeeld aan de huidige pandemie. Die triggert ons zingevingsvermogen behoorlijk. Zin ontwikkel je dus in een ‘ecosysteem’: in een samenspel van wat gebeurt in je leven aan de ene kant en zingevingsbronnen die je hebt of waarnaar je op zoek gaat aan de andere kant. Dat samenspel staat in nauw verband met je sociale, psychologische, cognitieve, affectieve en emotionele ontwikkeling. Weinig fenomenen zijn zo integraal aanwezig in onze levensloop als zinvragen.

Hoe zien jullie de rol van de leraar daarin?

Izabel: Onderwijzen is geen activiteit van ‘maken’, maar eerder een project waarvan de uitkomst niet vaststaat. Dat is ook zo met zingeving. Ik vergelijk een leraar graag met een ambachtsman die in zijn werkplaats inzichten en materialen uitprobeert en die in samenwerking met experts verfijnt. Dat betekent dus dat de leraar oog moet hebben voor het bredere kader. De bekende pedagoog Gert Biesta waarschuwt dat we ondanks alle Europese aandacht voor de leraar het onderwijs herleiden tot een activiteit van louter leren. Dan vergeten we dat onderwijs doelgericht is. Wat mij opvalt, is dat Biesta pleit voor phronesis: praktische wijsheid. Die hangt samen met de ontwikkeling van deugden en van je karakter.

Jullie spreken van de klas als speelruimte van zin en betekenis. Leg es uit wat jullie daarmee bedoelen?

Izabel: Deze speelruimte is de plek waar je in relatie actief en bewust inspeelt op zingevingsaspecten, waar je kan komen tot zingevende communicatie of gedrag, voorbij de louter instrumentele communicatie. Symbolische objecten en symbolische taal spelen daarin een grote rol. Deze speelruimte kan spontaan ontstaan en soms moet je ze zelf creëren. Zowel leerkrachten als leerlingen kunnen daarvoor zorgen. Je hebt ook letterlijk ruimte nodig, een plek, ruimte in jezelf, tijd, een moment.

Hoe maak je zo’n speelruimte?

Izabel: Een leeromgeving kan uitdagend worden voor leerlingen als je hen stimuleert om bij hun zoeken naar zin met elkaar in gesprek te gaan en door ze nieuwsgierig te maken. Zo worden ze uitgedaagd om wat in hun leven gebeurt creatief te interpreteren en er betekenis en zin in te ontdekken. Aan zo’n aanpak is zeker behoefte in het secundair onderwijs.

Johan: Uit de literatuur blijkt dat er onvoldoende kennis bestaat over de vraag hoe leerlingen individueel én samen betekenis en zin kunnen ontdekken. Op de weg naar zinvinding zijn er nog wat obstakels te overwinnen. Zo vertonen leerkrachten een soort handelingsverlegenheid om zingevingsontwikkeling van leerlingen te begeleiden vanuit een interactieve en creatieve didactiek. In ons onderzoek stimuleren we hen om vragen te stellen als: ‘Hoe kan ik er als leerkracht voor zorgen dat alle leerlingen – samen of individueel – zin verkennen, onderzoeken, betekenis geven en komen tot een eigen betekenisvolle en zinvolle interpretatie? Welke omgeving en ruimte creëer ik daartoe? Welke vermogens van leerlingen moet ik activeren om die ontwikkeling van zingevingscapaciteiten te stimuleren? Welke vermogens moet ik bij mezelf ontwikkelen?’

Wat heb je als leraar nodig om in de klas met zingeving aan de slag te gaan?

Izabel: Het vertrekpunt voor de leerkracht is dat je zelf sterk in je schoenen staat. Weten wie je bent en authentiek zijn, is noodzakelijk om jongeren bij te bijstaan in hun zoektocht naar zingeving. Jongeren tonen erg veel diversiteit in die zingeving. Als leraar is het daarom erg belangrijk om stil te staan bij je eigen manier van zingeving en hoe dat doorwerkt in je gedrag. Je staat namelijk nooit neutraal in je relatie met de jongere.

Zorg als leerkracht voor een veilige en vertrouwde omgeving

Daarnaast is het belangrijk dat je gevoelig bent of wordt voor de signalen die je leerlingen uitsturen die raken aan hun eigen zingeving of levensvragen. Dan zie je er soms meerdere per dag. Lang niet altijd lenen de omstandigheden zich ertoe om erop in te gaan. Je kan wel altijd laten merken dat je ze gezien of gehoord hebt. Leerlingen willen ook niet altijd dat je erop ingaat. Er moet voldoende veiligheid zijn in de relatie om zo’n moment toch aan te grijpen. Zorg daarom als leerkracht voor een veilige en vertrouwde omgeving. Dat doe je door een open en niet oordelende houding waarin je voldoende tijd, beschikbaarheid en oprechte aandacht geeft. Jongeren kunnen uitdrukking geven aan hun individualiteit als ze daar ruimte en begrip voor krijgen, als je respect toont voor hun eigenheid, als je erkenning geeft voor wie ze zijn, ook als ze fouten maken of regels overtreden.

En daarin is ‘alledaagse zingeving’ de insteek?

Johan: In het alledaagse bestaan zijn waarden als verbondenheid, erkenning en welbevinden belangrijk. Vriendschap, een normale schooldag, muziek luisteren op je kamer, huiswerk maken… dit zijn alledaagse zaken die je als vanzelfsprekend beleeft. Je beleeft zin aan de gebeurtenissen van alledag, vaak al doende, zonder er verder over na te denken. Een groot deel van je werk als leerkracht bestaat erin dat je je leerlingen ondersteunt bij die alledaagse zingeving: zorg voor een warm, betrouwbaar en veilig klasklimaat, praat over wat je leerlingen zoal meemaken, leer en speel samen, stimuleer jongeren bij het maken van hun taken. Zo werk je aan hun welbevinden, geef je erkenning voor wie ze als mens zijn, ontwikkel je hun vermogen om taken uit te voeren en creëer je verbondenheid. Vaak zonder het te beseffen werk je aan een aantal kernwaarden waardoor jongeren zin kunnen ervaren.

Johan Van der Vloet: ‘Een groot deel van je werk als leerkracht bestaat erin dat je je leerlingen ondersteunt bij  alledaagse zingeving’ © Johan Van der Vloet

Om zin te beleven is het nodig dat je de wereld ziet als ons goedgezind, dat je het leven ziet als een betekenisvol geheel, als veilig en rechtvaardig en dat je ook jezelf ziet als de moeite waard. Bij elk van deze drie voorwaarden gaat het soms mis bij jongeren. Dan ervaren zij de wereld niet altijd als veilig en rechtvaardig en zien ze zichzelf niet als waardevol. Wanneer je als leraar de poorten voor zingeving openzet, betekent dit dat je jongeren helpt om iets van deze drie voorwaarden te ervaren. Als leraar kan je daar met inzet van je professionaliteit en je persoonlijkheid dagelijks aan werken.

Voor een aantal leerlingen in jouw klas loopt het leven niet zo vanzelfsprekend en wordt zin niet altijd ervaren. Sommige jongeren worden gepest, op school of online. Sommige jongeren kunnen moeilijk mee op school, sommige jongeren krijgen te maken met trauma en verlies. Het zijn vragen die even de alledaagse gang doorbreken en die soms zomaar opkomen.

Izabel: Zo komen we bij de tweede dimensie van zingeving: omgaan met existentiële vragen of levensvragen. Dat zijn vragen die te maken hebben met de betekenis van het leven zoals ‘waarom ben ik anders dan anderen?’ Jongeren zoeken naar een kader om die vragen een plek te geven. Zo proberen zij hun eigen levensverhaal in een zinvolle samenhang te zien. Bij jongvolwassenen is het zelfbewustzijn zeker aanwezig maar nog niet sterk genoeg. Die levensvragen cirkelen rond vragen naar zichzelf – wie ben ik eigenlijk? – , rond vragen naar henzelf in relatie tot anderen – met wie ben ik? – rond vragen naar henzelf en de toekomst – waar ben ik naar op weg? – rond vragen naar henzelf, lijden en dood – waarom overkomt mij dit? – rond vragen over henzelf en goed en kwaad en tenslotte rond vragen over henzelf en hun natuurlijke omgeving.

hoe jongeren zich voelen, merk je aan de manier waarop ze zich kleden of make up gebruiken

Jongeren stellen deze vragen vaak niet letterlijk, maar ze zijn er wel mee bezig in zichzelf, op school, op internet. Je merkt het aan de manier waarop ze hun mening vormen, aan hoe ze zich kleden of make up gebruiken, hoe ze wel of niet meedoen aan acties of groepen of aan een verandering in hun gedrag.

Johan: Levensvragen veranderen ook omdat je bijvoorbeeld in een nieuwe levensfase belandt of door ingrijpende gebeurtenissen. Zo is de vraag naar identiteit vooral in de puberteit dominant. Jongeren spiegelen zich aan hun peers en zetten zich af tegen ouders en leerkrachten. Niet alle jongeren hebben meteen kant- en klare woorden om perspectief te geven, wel hebben zij vaak symbolische objecten.

Ze zoeken voorbeelden in idolen en filmfiguren en ontlenen betekenis aan muziek(teksten), soaps en Netflix-series. Die input vormt een kader voor zingeving. Dit wordt niet altijd door iedereen herkend. Zo kan gamen bijvoorbeeld voor sommige leerlingen een diepe zin en betekenis hebben omdat ze in die virtuele omgeving met hun identiteit kunnen spelen dankzij verschillende rollen en avatars. Personages uit soaps of Netflix-series zijn vaak echte voorbeeldfiguren voor jongeren. Wanneer je die identificatiefiguren niet in die rol herkent, loop je het risico die diepe zingevingslaag te missen. Een ‘speelruimte voor zingeving’ kan houvast bieden om deze momenten en figuren op te merken of zelfs te creëren.

Izabel: Ook ‘Wat doe ik met mijn roots?’ is een belangrijke existentiële vraag voor adolescenten in hun zoektocht naar wie ze zijn. Jongeren ontwikkelen hun identiteit op een verhalende en speelse manier. Verhalend door te vertellen waar ze vandaan komen, wat hun dromen zijn, wat de bronnen zijn waaruit ze betekenis halen. Wanneer ze verhalen vertellen, tonen jongeren dus niet alleen hun identiteit, maar scheppen ze die ook. Voor de leraar is het een kunst om die verhalen te verstaan. Naast dat verhalende aspect is er ook de speelse identiteitsontwikkeling. Al spelend en vertellend zijn jongeren dus bezig met die existentiële zinvraag: ‘wie ben ik?’.

Welke uitdagingen zien jullie voor leerkrachten als ze met zingeving aan de slag gaan?

Johan: We zitten vooral met de spanning tussen de gewenste situatie versus de beperkte mogelijkheden. Vandaag is het vaak lastig om tijdens het klasgebeuren voldoende aandacht te schenken aan het begeleiden van alledaagse zinvinding bij je leerlingen. Er is nog weinig plek voor trage vragen en diepgang. En toch moet je als leraar gevoelig zijn voor zingevingsaspecten in het alledaagse leven en hier regelmatig op inpikken.

Daarnaast is er ook het balanceren tussen betrokkenheid en afstand: als leerkracht heb je een eigen levensovertuiging, persoonlijke waarden en normen. De levensvragen van leerlingen raken de leerkracht in zijn eigen bestaan en in de motivatie voor zijn beroep. Hoe dichtbij kan en mag je als leerkracht bij je leerling komen? Het is belangrijk dat de leerkracht zijn eigen beweegredenen en emoties rond het thema zingeving kent en weet hoe deze doorwerken in zijn professioneel handelen.

En tenslotte is er de uitdaging om zowel privacy te waarborgen als transparantie te bieden. Soms leiden religieuze overtuigingen tot extreem gedrag. Tegelijk worden zingeving, levensbeschouwing en religie in onze samenleving vaak tot het privédomein gerekend. Als leerkracht zal je dus zowel persoonlijke als maatschappelijke veiligheid als criteria moeten meenemen als je afweegt of je in een bepaalde situatie de privacy van je leerling moet beschermen of net tijdelijk moet doorbreken.

Welke technieken hebben jullie ontworpen?

Izabel: Een van onze werkvormen is ‘poortjes van zingeving’. Poortjes bieden een opening naar zowel alledaagse als verdiepende zingeving. Om die te ontdekken, werken we met een triggerlijst. Daarop staan plekken, objecten, activiteiten, thema’s, personen, beelden en geluiden… die een ingang kunnen vormen voor gesprekken over zingevingsvragen.

Izabel Janssens: ‘Plekken, objecten, activiteiten, thema’s, personen, beelden en geluiden kunnen een ingang vormen voor gesprekken over zingevingsvragen.’ © Johan Van der Vloet

Een andere werkvorm is de kijktafel: een mooie opstelling vol betekenis. Met een kijktafel maken leerlingen op een creatieve manier zichtbaar wat hen bezighoudt, raakt, bezielt of inspireert. De bedoeling is dat ze hun ideeën en gedachten over een thema, een onderwerp, een knoop of zingevingsvraag duidelijk maken via prenten, foto’s, voorwerpen of teksten die ze op de tafel tentoonstellen. Dit kan ook een mini-kijktafel zijn in een schoendoos of een digitale kijkdoos, die je via een e-mail verstuurt of online post. Leerlingen kunnen hun expositie toelichten en elkaar inspireren en stimuleren om samen na te denken over zingevingsthema’s.

Tenslotte ontwierpen we een seminar voor leerkrachten waarin we hen helpen om zingevingsgesprekken te voeren.

Hoe zien jullie de band tussen dit onderzoek en de problemen die jongeren tijdens de lockdown ondervinden?

Johan: We spitsten ons toe op adolescenten, omdat zij volop in ontwikkeling zijn. Die groep wordt nu ernstig verstoord door het gebrek een sociale contacten en perspectief. Het gaat daarin om meer dan alleen psychische of pedagogische problemen. De zinvragen waarmee jongeren sowieso worstelen – wie ben ik, wat beteken ik voor anderen, waarvoor leef ik – worden door de crisis intenser. Deze noodsituatie leert ons iets voor de toekomst: aan de slag gaan met zinvragen is een vorm van preventie. Als je je zingevingsspier oefent, kun je beter omgaan met moeilijke situaties. Zingeving is uiteraard geen wondermiddel, maar het biedt je wel de kans om je veerkracht en motivatie te ontwikkelen op langere termijn, en dus ook voor tijden wanneer het misloopt.

Interview: Redactie MagaZijn
Coverfoto © pixabay – rv
Foto Izabel Janssens © Izabel Janssens
Foto Johan Van der Vloet © Pastorale Zone Druivenstreek

Interesse in dit onderzoek en de werkvormen? Contacteer dan de onderzoekers via johan.vandervloet@ucll.be of izabel.janssens@ucll.be

Boeiend artikel? Help ons zin geven en delen

 Dank je wel!

 

 

1 REACTIE

  1. Geweldig stuk over ‘Zingeving is een spier…..’
    ik vraag me af of de inhoudelijke waarde van het artikel niet ook bij volwassenen een rol kan spelen. Mijn ervaring is dat die leeftijdscategorie bij geloofsbegeleiding eveneens behoorlijk worstelt met genoemde zingevingsvragen? Zeker nu de verknoping met andere deelgebieden van de persoonlijkheid bij velen amper bewust gemaakt, ontwikkeld, en verder begeleid werd!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here