De bibliotheek weent

0
126

Kan een bibliotheek die dicht moet vanwege corona verdrietig zijn? Jazeker. In de wereld van de tweejarige Ayo is het de logica zelf. De bib is even geen boekenspeeltuin, geen boekengezoek, geen verwonderde blik langs de rijen boeken, geen biep met de kaart. Als de bib zichzelf niet kan zijn, is ze verdrietig. Een metafoor voor hoe wij ons voelen in de pandemie: zoveel dat niet meer kan. Maar het komt terug. Dat weet Ayo wel zeker.

Vier is Ayo’s magisch getal. Hoeveel trappen? Vier! Hoeveel stukjes appel? Vier! Alsof vier alle hoeveelheden omsluit. En nu gaan we met vier naar de biloteek (bibliotheek): de twee poppen, Bibi en Ayo. Vandaag halen we een boek af dat ik online reserveerde. De weg naar de bib is ons uitstapje.

Het stadspark verrast met haar standbeeld van een jongen op een bal en met grijnzende pompoenen op de muur. De kraaien laten lawaaierig van zich horen. Ayo leert het woord: ‘kaaien’. Ze staat stil om te luisteren. Aandoenlijk vind ik dat. Idem wanneer de klok van de universiteitsbibliotheek om 11 uur luidt. De poppen in de koets luisteren mee en kijken hoe Ayo verder in de bladeren stapt. ‘Blaren stappen’, zegt ze. Verder op straat zien we mannen en vrouwen op hoogtewerkers en ladders, een gouden ananas bij Damart en oranje paddenstoelen in de chocoladewinkel.

De poppen in de koets luisteren mee en kijken hoe Ayo verder in de bladeren stapt. ‘Blaren stappen’, zegt ze.

Ayo herkent de bib van ver. Ze weet waar de lift staat en hoe we dan in de bib van Bibi belanden. Ze kent verschillende wegen naar de peuterboekenkast en herinnert zich hoekjes en holtes waar ze zich kan verstoppen. De laatste keer wilde ze de boeken alléén kiezen en lezen. Wel tien keer na elkaar verduidelijkte ze: ‘alléén’. Ze bedoelde dus: álles alléén. Ik werd resoluut naar de bank verwezen om te kijken. Zij koos een boek, alléén, klom alléén op de poef en las alléén. Deze keer met de voorflap aan de voorkant en dan nog in de juiste positie. Niet omgekeerd, zoals vroeger vaak het geval was. Een hele evolutie, onze bib-bezoekjes. Stadium één: in de boekenbakken zitten en staan. Rondom aan de boeken en het decor voelen. Stadium twee: uit de peuterboekenkast een stapel boeken tegelijk op de grond gooien alsof het blokken of stenen zijn en ze dan doorbladeren op de grond. Stadium drie: boeken één voor één uit de kast halen, op de poef leggen en er middenin gaan zitten om te lezen. In dat stadium zitten we nu.

Wanneer ze leest, vertelt ze wat ze ziet, vaak al met tweewoordzinnen: kindje wenen, kikker boos, Nijntje slapen, … Zó luid dat de luttele bib-bezoekers (in coronatijd) aan de andere kant van de ruimte steevast onze richting uit kijken en – gelukkig – glimlachen.

Ayo kent de weg naar de uitleenbalie en zelfscanning. Ze duwt zelf op het scherm en legt de bibliotheekkaart onder de scanner tot ze ‘biep’ hoort. Ze overhandigt de zwarte mand aan de medewerker van dienst die haar uitgebreid bedankt, terwijl zij ook ‘dáku’ zegt.

Maar nu, vandaag, kom ik dus alleen voor mezelf een gereserveerd boek afhalen. Verstrengde coronamaatregelen, tweede lockdown. De ruime doorgang langs de balies naar de lift en de boeken is met rood-wit lint afgesloten. Ik leg Ayo uit dat we alleen voor Bibi een boek afhalen bij de mevrouw en de bib voor Ayo gesloten is. Ze herhaalt: ‘biloteek gesloten’. En dan voegt ze toe: ‘biloteek wenen’.  Dat raakt me. ‘De bibliotheek weent, Ayo?’ ‘Ja’, bevestigt ze hoofdschuddend, ‘wenen’. Dat laatste spreekt ze verdrietig uit, met haar ogen medelijdend op de laaghangende linten gericht.

Een bib die zichzelf niet kan zijn, is verdrietig.

Ik had van haar verwacht dat ze naar binnen zou willen, dat ze zou huilen of boos worden. Maar niets daarvan. Een bib die zichzelf niet kan zijn, is verdrietig. De bib is vandaag geen boekenspeeltuin. Geen piepspel, geen boekengezoek, geen alléén lezen, geen duw op de liftknop, geen verwonderde blik langs de rijen boeken van ‘Bibi’, geen mandje aan de mijnheer of mevrouw, geen biep met de kaart.

Wanneer we terugrijden – ze zit nu zelf in de koets – vraagt ze naar haar pop. Ze neemt die op schoot en aait haar. Een bib-streeltje die ze op haar pop projecteert? Of als troost voor zichzelf?  Nu ga ik ver in mijn analyses, maar één ding weet ik zeker: we zullen zo blij zijn wanneer we onze ritueeltjes weer kunnen spelen, stappen, horen, zoeken en vinden in de bib…

Tekst en foto’s: Brigitte Puissant

Boeiend artikel? Help ons zin geven en delen

 Dank je wel!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here