Joanna loopt er de kantjes vanaf

0
29
Kleine Joanna op verkenning ... © Brigitte Puissant

Joanna (één jaar en twee maanden) loopt de kantjes af: van een bed, een stoel, een salontafel, een mega-doos. Met haar handjes op de randen trekt ze het ene been bij het andere en gaat zo rond. Alsof ze het staande reuzevoorwerp bezweert met een stapritueel. En als ze er niet helemaal rond kan, schuifelt ze terug in de tegenovergestelde richting of kan ze door kracht op haar armen haar ene been op het ding zwieren en dan huppakee er boven op gaan staan (!).

Het is de tijd van op en af voor Joanna. Ze klimt op een laag bankje, houdt zich vast aan de vensterbank en swingt dan met haar poep terwijl ze onze (ook die van haar ouders) richting uitkijkt en een A-kreet laat. Na haar verleidingsdans zakt ze voorzichtig terug op haar hurken om dan, zittend, de zaak verder te onderzoeken. Ze wrijft met haar benen over de bank, open en toe, om er vervolgens haar voetzolen tegen te kloppen.

De ondergrond moet betast, doorvoeld en gedanst worden, vooraleer je er binnenkort verticaal op gaat stappen, toch?

Het hout van de bank trommelt, de kartonnen mega doos fluistert, het laken frommelt, de deurmat steekt, het tapijt aait, het bad glijdt, de metalen luchtventilatie in de trein kleppert. (Ik zette haar op een tafeltje tussen mij en haar ouders in de veronderstelling dat ze nieuwsgierig naar het voorbij zoevende landschap zou kijken, maar niets daarvan.)
De ondergrond moet betast, doorvoeld en gedanst worden, vooraleer je er binnenkort verticaal op gaat stappen, toch? Straks is het lente: het gras zal kietelen, het zand glippen?

De mega-doos, de bijzettafel op wielen, de kegelvormige dekenmand, het kussen, ze duwt ze allemaal voort, tot het stopt. Onverbiddelijk. Nog eens duwen. Tevergeefs. De muur geeft niet mee. Het is zo. Het leven zit vol begrenzingen. Zoals ze telkens in dat skipak, een andere en verse luier, geduwd wordt als in een keurslijf. De mobiel boven haar brengt geen soelaas meer. Nu huilt ze, kirrend van frustratie, terwijl ze toch haar hand of voet uitsteekt om te helpen. Alsof ze al weet dat die verdomde grenzen er altijd zullen zijn en helemaal vrij bewegen niet bestaat.

Voor de trap staat nu een houten hek. Een paar keer kon het. Voorzichtig de ene na de andere voet, met haar te lange broek, twee handen rond de leuning. In het midden, keek ze om naar het volk beneden, lachte hen toe alsof het vanzelfsprekend was dat zij alleen naar boven ging. En eens die hoogte getrotseerd, draaide ze zich definitief om, blinkend in haar rode trui, met een volle lach, als een prinses bovenop de berg, stralend als een koningin.

De tijd van op en af, open en dicht, in en uit. Ze steekt een korst met soep in haar mond en haalt het er terug uit met een ondeugende lach. Vingerpopjes – die ik heb verstopt in botinnen – zoekt ze gretig. Met haar volle concentratie wringt ze een vinger in de opening van de haan, de Sint en zijn paard, de ooievaar met een bengelende baby. De liedjes die ik daarbij zing: ‘Tok, tok, tok, de haan zit op stok’, of ‘Dag Sinterklaasje’… lijkt ze niet te horen, want heel vlug moeten de gebreide speeltjes terug naar het donker. Het boek gaat open en na twee pagina’s kijken gaat het terug dicht. Nog eens en nog eens. En of nu het varken of de koe te voorschijn komt, het doet er niet toe, als ze maar even hun geluid maken en terug zwijgen is het in orde. ‘Ka! Tateta!’ Ze rukt aan de rits van de beer terwijl ze vragend naar me kijkt. Hij moet open, want zijn kleine beertjes zitten er in. Het zijn geen dieren, eerder harde of zachte dingetjes die ze in één of beide handen vasthoudt in enkele seconden buitenlucht. En zo verder, in en uit, in en uit.

De tijd waarin ik met Joanna het bed deelde na de middag en ze naast mij in slaap viel met muziek van Klara, terwijl ze friemelde aan mijn haar, is nu definitief voorbij. Die overgangstijd van waak naar slaap was vloeiend. Nu lijkt het alsof we haar moeten stoppen in haar drukke bezigheden van botsen, wippen, duwen, dansen, om met melkfles, slaapzak en slaapritueel de klik te maken van woelen naar doezelen. Tenzij ze in een bakfiets of buggy zit en de bolderende ondergrond mantra wordt.

Het is onherroepelijk: Joanna is peuter!

Tekst en foto © Brigitte Puissant

Geniet ook van de andere oma Bibi-cursiefjes!

Boeiend artikel? Help ons zin vinden en zin delen:

 Dank je wel!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here