Hoe religie zichzelf opnieuw kan uitvinden

0
234

Het onderzoek naar de Grote Levensvragen doet op het eerste zicht vermoeden dat de Vlaming weinig zinvragen heeft. Als je de resultaten analyseert, zie je echter dat meer dan de helft zich wel degelijk fundamentele zinvragen stelt. We stellen ze wel concreet en niet institutioneel.  Wat betekent dat voor de religies?  Zijn ze overgeleverd aan marktdenken biedt deze situatie een momentum waarin ze zich kunnen uitzuiveren de dienst zijn aan de zoekende mens en zijn vragen?

‘Als we maar gezond zijn,’ dat is op het eerste zicht voor Vlamingen de belangrijkste levensvraag. We leren het uit het onderzoek De Grote Levensvragen dat onder meer in De Standaard uitgebreid werd belicht. Tegelijk zijn we angstig en niet vies van de herinvoering van de doodstraf. Het klopt zeker dat die resultaten in het oog springen. Toch gaat in de berichtgeving over die bevraging iets verloren: de grote aandacht voor zinvragen, op de kwestie van zelfdoding na.

Ongeveer de helft van de Vlamingen is bezig met levensvragen over betekenisgeving in alle facetten.

Dat is jammer, want als je het onderzoek leest, zie je dat ongeveer de helft van de Vlamingen bezig is met levensvragen over betekenisgeving in alle facetten: ‘Wat beteken ik voor anderen? (52%), wat is de zin van het leven? (52%), heeft mijn leven zin? (51%), wie zijn de mensen rondom mij, kan ik iemand echt kennen? (48%), is er een reden voor de dingen met me overkomen? (46%)’. Het doet marktonderzoeker Jan Callebaut die dit onderzoek uitvoerde, besluiten dat de nood aan zingeving de belangrijkste output is van de bevraging. Hoé mensen op die zinvragen antwoorden, zegt het onderzoek niet. Wel wordt gepeild naar het belang van transcendentie: daar zie je dat een derde van de mensen dit vakje aankruist. Ook dat cijfer is nog behoorlijk. Zeker als je kijkt naar het verband tussen die aandacht voor het transcendente en het meemaken van een ingrijpende gebeurtenis: dan stijgt het cijfer tot 50%.

De existentiële vragen worden meestal pas gesteld op het moment dat ze zich heel concreet aandienen.

Zingeving en de vraag of ons iets overstijgt, zijn dus zeker nog essentiële kwesties. Maar de manier waarop mensen dit vandaag invullen, halen ze niet meer uit een gestructureerde samenhang van filosofische of theologische inzichten. Zinvragen zijn nooit abstract. Mensen zijn bezig met de zin van hun eigen leven en hun eigen survival. De existentiële vragen worden meestal pas gesteld op het moment dat ze zich heel concreet aandienen: bijvoorbeeld als je ernstig ziek wordt, als je een kind verliest of een menselijk drama van nabij meemaakt. Alleen is het vandaag lastiger om op die levensvragen te antwoorden. Kwetsbaarheid en dood maken vaak radeloos. We weten niet goed hoe we met het onvatbare moeten omgaan.

Geloof is voor moslims een deel van hun leven en cultuur.

Daarin zie je wel een groot verschil tussen moslims en niet moslims, ook in het onderzoek. Zij geloven bijna allemaal in God en zijn overtuigd van een leven na de dood. Ze kunnen moeilijk verstaan dat de doorsnee Vlaming zo weinig bezig is met geloof. Geloof is voor moslims een deel van hun leven en cultuur. Dat zorgt voor spanningen en onbegrip. Aan de ene kant staat de islam voor de uitdaging om een Europees gelaat te ontwikkelen. Aan de andere kant is de katholieke kerk haar institutionele grip op zingeving verloren en gaat ze op zoek naar een nieuwe manier om zich te profileren. Zowel islam als christendom hebben te maken met een politiek die huiverig staat tegenover religie. Hoe kunnen ze daar best mee omgaan? Religies hebben overduidelijk zingevingspotentieel: ze hebben een schat aan rituelen en betekenissen ontwikkeld. Die kunnen net daar helpen waar er voor de rest leegte is. Hoe gaan we bijvoorbeeld om met kwetsbaarheid en eindigheid, wanneer we niét gezond zijn? Hoe gaan we om met het kwaad in de wereld (54 % van de respondenten vraagt zich af waarom er zoveel kwaad in de wereld is)?

Religies zullen steeds meer moeten uitgaan van een gezamenlijk zoeken waarbij niemand het echt ‘weet’.

Islam en christendom kunnen uit dit onderzoek leren dat ze mensen in hun zoektocht naar zin en naar antwoorden op de grote levensvragen heel wat kunnen bieden vanuit hun tradities en rituelen. Ze kunnen mensen begeleiden in hun noden en levensfasen op momenten dat ze daar behoefte aan hebben en dit vragen. Voor de religies is dit een moeilijke oefening. Ze willen namelijk graag een totale betrokkenheid van de gelovigen en staan voor een absolute waarheid. Dat is in het huidige klimaat onhoudbaar geworden.

Op die manier kunnen religies, zonder zichzelf op te geven of te vernietigen, doen waarvoor ze ontstaan zijn: mensen helpen in hun vaak moeizame zoektocht naar zin in dit aardse.

Religies zullen steeds meer moeten uitgaan van een gezamenlijk zoeken waarbij niemand het echt ‘weet’. Dat veronderstelt van henzelf een soort nederigheid. Niet dat ze hun eigenheid moeten verloochenen. In dat geval hebben ze namelijk niets te vertellen. De basisvraag wordt: hoe kunnen wij ons ten dienste stellen van concrete mensen met al hun levensvragen, in een radicale openheid, die religieus en spiritueel gedragen wordt? Op die manier kunnen religies, zonder zichzelf op te geven of te vernietigen, doen waarvoor ze ontstaan zijn: mensen helpen in hun vaak moeizame zoektocht naar zin in dit aardse.

Johan Van der Vloet is hoofdredacteur van MagaZijn community. Hij werkte mee aan het onderzoek De Grote Levensvragen en is co-auteur van het gelijknamige boek. Lees ons volledige dossier over ‘De Grote Levensvragen’!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here