Wat de kleine Louisa voelt en doet, lukt Europa niet…

0
344

De Louisa-relaasjes zijn geschreven beeldjes van een oma die op haar kleinkind past. Ayo wordt in januari twee jaar. Oma woont in Gent, Louisa in Leuven.

Haar nieuw werkwoord is ‘wenen’. Ze oefent het volop. In de bib lijkt ze aangetrokken door covers met huilscènes. Ze spreekt het woord vol mededogen uit als ze een kind op straat ziet huilen. Onmiddellijk voegt ze er het woordje ‘mama’ en ‘tutje’ aan toe. De krant op tafel laat huilende kinderen op Moria zien. Ook dan wil ze troosten. Wat een wereldbeeld voor een kind van anderhalf. Wat Louisa voelt en doet, lukt Europa niet.

Zoals ook de vreugde bij het zien van onbekenden, zwart of wit. Met heel haar wezen blijft ze staan of keert ze zich honderdtachtig graden om, als ze een ‘mijnheer’, een ‘mevrouw’,  een ‘kindje’, een ‘woef’ of een ‘poesj’ ziet. Ze lacht als de ander haar aankijkt of het dier – aan de leiband – haar richting uitloopt. Het voelt zo innig als mensen naar haar teruglachen. Soms steekt ze haar handje uit om te zwaaien. Dan wordt de hele omgeving een warm hart.

Op weg naar onze vertrouwde bib ziet Louisa een Nijntje – een beroemd konijn bij peuters – nog groter dan een mens, bevestigd aan de muur van de kinderboekhandel. Ze loopt naar hem toe en kust zijn poten op de tippen van haar tenen. Nijntje is voor haar een levend vriendje. Nijntje lacht en huilt.

Nijntje, het beroemde konijn, is voor Louisa een levend vriendje.

Pas na deze verrukking merkt Louisa de boeken op in het etalageraam. ‘Pakken?’, vraagt ze me. Op de vensterbank kijkt ze gulzig naar de boekenweelde en de variatie aan bad-eenden die ertussen zwemmen. Uitzinnig is ze! We lopen de ijzeren rammelende oprit op naar binnen. En daar ontdekt ze… boeken? Nee, stoelen! Een stoeltje waarvan de leuning een koe uitbeeldt en wiens hoorns wiebelen met een springveer, is vandaag the place to be. De andere stoelen zijn klein en effen, met telkens een andere kleur: groen, geel en rood. Louisa roept ‘ander!’ als ze een stoel kruipend verovert. Wanneer die rij af is, loopt ze snel terug naar het begin, naar de fascinerende koestoel. Met haar vingers bespeelt ze de wiebelende hoorns, alsof ze een nieuw instrument in haar handen heeft.

De volgende attractie op onze weg is een groot kleurig bord met een aankondiging van taarten en snoepjes. ‘Mooi,’ zegt Louisa. Ook wanneer ze mijn ketting ziet, aanraakt en daarna zelf wil aantrekken, zegt ze ‘mooi’. Dat zijn ook de geklede poppen in de etalages. Blijkbaar heeft ze al gevoel voor esthetiek.

‘Mooi,’ zegt Louisa, wanneer ze een groot kleurig bord met een aankondiging van taarten en snoepjes ziet.

Wanneer ik haar later een groen blad geef in contrast met een verschrompeld blad, om ‘mooi’ in contrast met ‘lelijk’ aan te leren, laat ik dat plan vlug varen. Lelijk is een lelijk woord. En wat is lelijk? Eerlijk: is een verschrompeld blad met gaten lelijk? Ineens zie ik de schoonheid van dat blad door Louisa’s ogen. De schoonheid van de herfst, de schoonheid van mijn zestiger jaren. Het woordje lelijk wordt voorgoed (?) ingepakt … Mijn kleindochtertje leest schoonheid en verdriet. Met heel haar wezen beleeft ze de vreugde van de ontmoeting. Ze is mijn boek en mijn spiegel.

Tekst en foto’s © Brigitte Puissant, alias oma Bibi

Lees ook de andere cursiefjes van Brigitte Puissant, alias Oma Bib op MagaZijn en op haar blog De dag danst! 

Boeiend artikel? Help ons zin geven en delen

 Dank je wel!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here