‘Alsof de muziek je bewoont en je zelf een concerto wordt’

0
99
Tomoki Sakata © cliburn org - foto Hideki Namai

De zes halve finalisten van de Koningin Elisabethwedstrijd spelen naast een pianoconcerto naar keuze ook het onuitgegeven plichtwerk: ‘Le jardin féérique’ van de Franse componist Bruno Mantovani. De partituur daarvan krijgen de finalisten slechts één week voor hun optreden in handen. Brigitte Puissant richt zich in poëtische verwondering tot Vitaly Starikov, Tomoki Sakata en Keigo Mukawa.

Alle wedstrijden worden live gestreamd op de website van de Koningin Elisabethwedstrijd. Volg de finale van de Koningin Elisabethwedstrijd op Klara, klara.be en via de Klara-app. Herbekijken kan nog tot 9 juni op VRT Nu.

Aan Vitaly Starikov (26) uit Rusland die op maandagavond 24 mei het pianoconcerto nr. 1 in bes op. 23 van Peter Tsjaikovski – het bekendste wedstrijdconcerto – speelde.

Vitaly Starikov © rtbf

Je houdt je piano vast als je voor publiek en orkest buigt. Wat een mooi gebaar. Want het is inderdaad dankzij hen dat jij het zal doen. Het buigen valt op, misschien omdat jij deze finaleweek opent. Het buigen als een teken van dienstbaarheid.

Je speelt ‘D’un jardin féérique’ van Bruno Mantovani voor het eerst voor publiek als startkandidaat. We ervaren sprookjessferen waarin libellen en elfen rondvliegen. Soms gedempt, soms voluit. Harp en piccolo’s in hoge hoogten, kietelende vingers op toetsen in trillingen, gezwiep. Alsof de componist ons iets transparant wil brengen.

We ervaren sprookjessferen waarin libellen en elfen rondvliegen. Soms gedempt, soms voluit.

Maar zoals in elk verhaal heerst ook donkerte en dreiging, zijn er obstakels en knapt iets af. Onheilspellende klanken, een aanhoudende bas, de slag van een pauk, tonen die abrupt vertrekken nog voor ze geland zijn.

Vooral het orkest roept een magische sfeer op. We weten nog niet goed welke rol jij hierin speelt. Tussen schichten en sliertjes is het wat zoeken naar je eigen poëtische stem.

Anders dan in het verplichte werk van daarnet horen we in het bekende pianoconcerto van Tsjaikovski dat eigenzinnige loopje, die majestueuze akkoorden, die indringende passage al aankomen. Daardoor zijn we kritischer.

Je speelt eenzaam, je relatie met het orkest is stroef, je gaat niet in dialoog.

Je spel blijft zo vlak. We missen de vervoering en de hartstocht die ons in alle staten stelt, de fijnzinnigheid en het sublieme die onze fijnste snaren beroeren, de grote troost die van deze prachtige muziek uitgaat. Je spel dringt niet door tot in onze botten. Je speelt eenzaam, je relatie met het orkest is stroef, je gaat niet in dialoog. Soms is het alsof de serene klanken van de hoorns je zelf moeten aanmanen de stemming te kiezen die nu aan de orde is. Soms ben je het orkest voor of net na. Alsof we twee in plaats van één lijn horen. Dat verwart.

Je mist het even wachten net voor je een beginnoot aanvat. Het is immers dat korte inhouden, dat stofje lucht, die kleine adem, die de komende melodie haar zangerigheid en ontroering verleent.

Je doet het ‘keurig’, zegt Bert Verbeke in zijn commentaar. Je hebt dit aartsmoeilijke stuk goed ingestudeerd. Verbeten druk je je lippen op elkaar. Als luisteraar zitten we op het puntje van onze stoel om zeker te zijn dat je geen noot mist.

We zijn blij dat je het er heelhuids vanaf bracht. Opgelucht voor jou.

Zelf blijven we wat ‘leeg’ achter.

 

Aan Tomoki Sakata (25) uit Japan die op dinsdagavond 25 mei koos voor het pianoconcerto nr. 2 van Brahms.

Tomoki Sakata © Beethovenfest Bonn – foto Hideki Namai

Wat speel je prachtig!

Je schept ‘un jardin féérique’ die zich niet alleen ontvouwt als een rustige plek met wat hoog gezoem of laag gekrioel, maar vooral als een landschap waarin veel abrupt beweegt en gebeurt. Een vlucht, een plotse lichtwissel, schichten, een fikse beet, een duik, een gevecht op leven en dood. In een duidelijke voor- en achtergrond schilder je meesterlijk voor ons in een fijnzinnig samenspel met het orkest.

Met een consequent tempo speel je het tweede pianoconcerto van Brahms; als een duidelijke afbakening, waarin we kunnen ‘leven’ wat je brengt. Je speelt zo doorleefd dat je de tragiek en de lichtheid, het verdriet en de troost, de verontwaardiging en de machteloosheid van ons eigen leven echoot. Zo dicht kom je.

Heel bewust en met open ogen haal je soms die éne noot die het verschil maakt uit het klavier.

Vrij speel je, alles wil je ons brengen in die magnifieke orkestrale klank. Een te late inval of gemist akkoord klinken als een natuurlijke rimpeling. Je cirkelt rond in de driehoek van piano, orkest en wat je overstijgt, iets transcendents. Heel bewust en met open ogen haal je soms die éne noot die het verschil maakt uit het klavier. Met het orkest en de dirigent heb je soms tersluiks, soms gericht contact om het spel dialoog en afstemming te laten zijn, vloeiend als één stroom. Ten slotte hoor je met gesloten ogen het gezang al binnen in je, als iets hemels, dat je seffens vanuit die diepte zal brengen. In die zin past je sluikhaar perfect bij je.

Het voortdurend bewegen tussen deze drie polen zijn misschien het geheim van de spankracht en de volheid van je muziek.

Als je je sokken naar omhoog trekt in de wachtruimte en ons daarna in een interview vriendelijk te woord staat als een gewone jongeman, beseffen we dat in dat kleine lijf de grootse muziek van daarnet gebeiteld zit. In je brein, je motorisch, visueel en auditief geheugen, je spieren, je geest, je hart en ziel. En dat je zo wandelt, staat en beweegt. Alsof de muziek je bewoont en je zelf je concerto bent.

 

Aan Keigo Mukawa (28) uit Japan die op woensdagavond 26 mei het pianoconcerto nr. 2 in g van Sergej Prokofjev vertolkte.

Keigo Mukawa © ventoux opera

Feeëriek klinkt de tuin vooral in het eerste deel van het verplichte werk: fluitende vogels, spetters en bubbels in water, iets mooi transparants. Je integreert je klanken minutieus met die van het orkest in lijnen die wringend kruisen of langs elkaar heen lopen. Na een paar minuten verandert de sfeer in een ‘jardin de menaces’. De spanning geef je duidelijk weer door ofwel je linker- ofwel je rechterhand in de lucht te houden, terwijl je andere ermee doorgaat. Je zet ons voor een schuivende gletsjer, een onhoudbare hitte, een onverdraaglijk gezoem van insecten. Klanken laat je mooi galmen in een open, vrije ruimte.

Je zet ons voor een schuivende gletsjer, een onhoudbare hitte, een onverdraaglijk gezoem van insecten.

Aartsmoeilijk, die Prokofjev. De schaduw van de dood ervaren we onvoldoende in die eerste passage. Technisch ben je straf! Wat een springerige vingers heb je! Je maakt het spannend wanneer je je bijvoorbeeld dicht over de piano buigt. Dan volg je de muziek op de voet. Je leidt ons ergens heen.

Soms verdwalen we in een grenzeloos getokkel zonder duidelijke melodie of lijn. Het lijkt of je op een drumstel speelt. Of ligt het aan onze gebrekkige kennis van dit concerto? Jef Neve, commentator op Canvas, vertelt dat hij tijdens de wilde passages jouw woede voelt. Energie en kracht zijn voor ons meer passende woorden. Je raakt ons niet echt; of zoals iemand van DeZes – zes jonge musici die voor Canvas de Koningin Elisabethwedstrijd volgen – het verwoordt: ‘Het komt niet echt binnen.’

Toch ben je een virtuoos pianist.

Tekst: Brigitte Puissant, amateur-pianiste

Lees hier haar indrukken over twee halve finalisten!

Gepubliceerd op 27 mei 2021

Boeiend artikel? Help ons zin geven en delen

 Dank je wel!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here