Rabbi ‘Lord’ Jonathan Sacks: ‘Als de mens zijn vrijheid wil bewaren, moet hij zelf inspanningen doen.’

0
293

De vakantie-exodus komt dan toch op gang. ‘Exodus’ gebruiken we in onze dagelijkse taal voor een grote uittocht. Voor de joden verwijst Exodus naar het gelijknamige boek uit de Bijbel. Je leest daar een soort oorkonde van hun volk en hun geloof. Rabbi ‘Lord’ – hij is lid van het Britse Lagerhuis – Jonathan Sacks heeft een indrukwekkende staat van dienst. Tony Blair, de langst zittende Labour Party premier uit de Britse geschiedenis, noemt hem een intellectuele reus; de Nederlandse theoloog Marcel Poorthuis ziet in hem een van de meest vooraanstaande denkers van deze tijd. De emeritus opperrabbijn van Groot-Brittannië die onder meer de prestigieuze Templetonprijs kreeg, brengt levensbeschouwing op een geslaagde manier in dialoog met het maatschappelijk debat. In ‘Exodus – boek van de bevrijding’ schrijft hij rijk en symbolisch over dit beroemde bijbelgeschrift. Ook niet-joden en zelfs niet-gelovigen ontdekken zo een rijkdom aan levenswijsheid en inspiratie tot wereldverandering.

Voor joden is de Tora een commentaar op het leven en het leven een commentaar op de Tora. Dankzij hun wekelijkse lezing ervaren ze de band tussen hun dagelijkse bestaan en de wijsheid van de tekst. Wie de tekst leest en toepast, voegt ook iets toe aan de tekst. Zo ontstaat een band tussen verleden, heden en toekomst. Sacks wijst terecht op het revolutionaire karakter van Exodus, dat het verhaal van de bevrijding uit Egypte en de tocht naar het beloofde land vertelt: ‘De allerhoogste macht mengt zich in de geschiedenis om het op te nemen voor de machtelozen.’ (p. 13) Dat was en is uniek in de geschiedenis van de godsdiensten. Meer nog: het verhaal is van grote invloed op wat Sacks ‘het innerlijke landschap van de vrijheid’ noemt dat doorgaat tot in onze tijd. ‘Het heeft vele generaties geleerd dat onderdrukking geen noodlot is en dat er niets vastligt in het weefsel van de menselijke geschiedenis.’ (p. 14) Het verbond dat de joden met God sluiten, is niet gebaseerd op macht, maar op een vrijwillige overeenstemming van vrije mensen die alleen aan God absolute macht toekennen. Dat maakt hen los van aardse machten.

‘Onderdrukking is geen noodlot.’

Die vrijheid is voor Sacks een sleutel doorheen zijn commentaar. Door de mens vrijheid te geven, nam God een risico. Dat uit zich in de idee dat religie een partnerschap is. Dat is een paradoxale gedachte: als God de allerhoogste Schepper is, hoe kan Hij de mens dan nodig hebben? Zijn antwoord: ‘God wil leven in het menselijk hart.’ Wij zijn Gods enige Ander, zijn enige gesprekspartner. Tegen die achtergrond legt Sacks de bevrijding uit de slavernij in Egypte uit: dat is een samenspel van dingen die God doet en dingen die de mensen doen. God doet het niet zonder de mens en omgekeerd. Als de mens zijn vrijheid wil bewaren, moet hij zelf inspanningen doen. ‘Niet wat God voor ons doet, verandert ons, maar wat wij voor God doen.’ (p. 27) Zo ook bij de fameuze doortocht door de Rietzee: God leidt zijn volk door de zee, maar eens aan de overkant, gaat het zelf de strijd aan. ‘Een ware ouder strijdt voor ons als we jong en weerloos zijn, maar geeft ons als we eenmaal volwassen worden de innerlijke kracht om zelf te strijden.’ (p. 126)

Een ereplaats in de moraal

Sacks becommentarieert uitgebreid een wat ondergesneeuwd verhaal uit Exodus. De Farao wil een genocide van de Hebreeërs en draagt de vroedvrouwen op de pasgeboren jongens te doden. Maar Sifra en Pua, twee Egyptische vroedvrouwen, laten de jongens leven. Sacks geeft hen een ereplaats in de moraal omdat ze weigeren mee te werken aan de volkerenmoord. Hij reminisceert aan de Processen van Neurenberg waar de nazi-misdadigers zich beriepen op het bevel van de heersers. ‘Sifra en Pua gaven een nieuw gezicht aan de morele verbeelding van de wereld door te weigeren om een immoreel bevel te gehoorzamen.’ (p. 35)

Gerechtigheid

Sacks brengt wel meer van dit soort verrassende inzichten. Bijvoorbeeld in de passage waarin Mozes bang is om te sterven als hij God ziet en uiteindelijk als ‘beloning’ God toch mag zien zonder te sterven. De auteur vertrekt voor zijn interpretatie van de prangende vragen die Mozes kwelden en die we allemaal goed kennen: ‘Waarom lijden de onschuldigen? Waarom is er zoveel kwaad in de wereld?’ Mozes wilde gerechtigheid. Daarom doodde hij een Egyptische bewaker die zijn volk, de Hebreeërs, mishandelde. Mozes is bang – aldus Sacks – dat hij als hij God zou zien ‘de geschiedenis vanuit het perspectief van de hemel zou ervaren en zich zo zou moeten verzoenen met het lijden van de mensen.’ (p. 49)

En Mozes wil mens blijven en opkomen voor gerechtigheid. Dat verlangen blijft typisch voor het jodendom, zegt Sacks. ‘Hoezeer de joden ook geloofden in God en de goddelijke voorzienigheid, ze verzoenden zich nooit met wat hen ongerechtigheid leek.’ (p. 50) ‘God wil dat we menselijk zijn, niet goddelijk. Hij verlangt naar ons protest tegen het kwaad, onze passie voor gerechtigheid, onze weigering om ons te verzoenen met een wereld waarin onschuldige mensen lijden en slechte mensen het voor het zeggen hebben.’ (p. 50)

‘Hoezeer de joden ook geloofden in God en de goddelijke voorzienigheid, ze verzoenden zich nooit met wat hen ongerechtigheid leek.’

Een gewaagde uitspraak, maar in het licht van andere verhalen – zoals bijvoorbeeld het boek Job – zeker niet onzinnig. Bovendien bevrijdt Sacks ons zo van een godsbeeld dat we nog steeds bij voor- en tegenstanders van godsgeloof merken: dat God ofwel alle lijden wil en veroorzaakt als beproeving of straf, ofwel dat God zich overal netjes buiten houdt. Sacks ziet in de joodse God een revolutionaire kracht: Hij is betrokken bij zijn schepping en niet slechts de kracht die het universum deed ontstaan. Hij is niet enkel aanwezig in de diepten van de menselijke ziel, maar komt binnen in de geschiedenis om zijn volk te redden en hen op weg naar vrijheid te zetten. ‘Jodendom is de unieke poging om gebeurtenissen zin en betekenis te geven… om ze te zien als niets minder dan een verlossingsdrama.’ (p. 50)

Onderwijs

Een andere knappe gedachte van Sacks luidt dat onderwijs noodzakelijk is voor de verdediging van een vrije samenleving. Samen met ouderschap en herinnering houdt die de vrijheid in stand. Al toen de tweede tempel werd verwoest (70 na Christus), kenden de joden een systeem van leerplicht. Voor de joden leidt het bestuderen van de Tora tot vrijheid. Die leert dat de vrijheid niet wordt veroverd op slagvelden, in de politieke arena of gerechtshoven, maar in de menselijke verbeelding en wil.

‘onderwijs is noodzakelijk voor de verdediging van een vrije samenleving. Samen met ouderschap en herinnering houdt die de vrijheid in stand.’

In het boek vind je overal citaten die je doen nadenken en doordenken. Zo definieert Sacks zijn visie op revolutie met joodse humor: waarom liet God de joden zo lang dwalen in de woestijn voor ze het beloofde land bereikten? Omdat ze genoeg moed moesten verzamelen, en reizen met alle bijhorende ongemakken je moedig maakt. Of nog: omdat God wist dat ze de uitdaging van de vrijheid nog niet aankonden. Wat Sacks doet besluiten dat de Franse en Russische revolutionairen baat zouden gehad hebben bij deze joodse wijsheid: ze wilden de korte weg nemen en kwamen in een even slecht regime terecht. Jammer genoeg zijn er geen kortere wegen op de lange weg naar vrijheid…

Jij bent de vreemdeling

Ook zo over haat en vijandschap: in tegenstelling tot het evangelie zegt de Tora niet ‘Heb je vijanden lief.’ Wel: ’Als uw vijand in nood is, help hem dan.’ Op die manier zal een deel van de haat verdwijnen. De Tora is eerder realistisch dan utopisch. Ook over de vreemdeling lees je sterke uitspraken. Sacks toont overtuigend aan hoe de rede niet immuun maakt voor genocides. De Tora zegt klaar en duidelijk: de rede is niet voldoende. Ook sympathie volstaat niet. Alleen de kracht van de geschiedenis en de herinnering is sterk genoeg: weet dat jullie ooit in dezelfde positie stonden. Jullie kennen het hart van de vreemdeling, omdat jullie zelf vreemdeling zijn geweest. Die zijn, zegt God, niet geschapen naar uw beeld, wel naar mijn beeld. ‘Waarom moet ik de vreemdeling niet haten? Omdat ik de vreemdeling ben.’ (p. 180)

‘Jullie kennen het hart van de vreemdeling, omdat jullie zelf vreemdeling zijn geweest.’

Ik heb dit boek als zeer inspirerend, krachtig en verrassend ervaren. Dat neemt niet weg dat ik een en ander gemist heb. De referenties naar andere religies zijn minimaal. Dat hangt enigszins samen met de superioriteit van de joodse moraal die Sacks sterk bepleit. Daardoor heeft hij geen oog voor de problemen die bepaalde interpretaties van de joodse religie, met name in Israël, veroorzaken. Dit doet echter niets af aan het intellectuele plezier dat je aan het boek beleeft.

Tekst: Johan Van der Vloet
Coverfoto © Katholieke Raad voor het Jodendom

Ontdek meer van Jonathan Sacks op zijn website.

Jonathan Sacks, Exodus – Boek van de bevrijding. Deel 2 in de serie Verbond en dialoog, joodse lezing van de Tora. Door Jonathan Sacks, Uitgeverij Skandalon, Middelburg, 2019.

 

 

 

 

 

Boeiend artikel? Help ons zin te geven en te delen:

 Dank je wel!

Heb ook jij een hoopvol en zingevend verhaal? Stuur het ons via info@magazijn.community!
Wie weet, kom ook jij in het MagaZijn van de zin!

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here